An Burgmeesteren Schepenen ende Raedt vander Vere
Supplierende verthooghen in alder oidtmoet
vrauwe Janssen huusvrauwe van Jacob ariaenssen
Jaepken hieronijmus, Maijken koene, Ariana
Franssdochter, Soetken Jansdochter, Lijsbeth Sijmoensszoon
ende Commer ariaensdochter, alle vischwijven deser
stede, hoe dat de supplianten altijt tsamen onder een
communie ende ghemeen saemhede hebben ghehandelt
Int exercitie van tvischcoopen ende wedercoopen van dijen
daer inne ghepartagiert hebben onderlinghe zo
wel de oude vischwijven als de jonghe, hoewel
datter eenijghe vande vischwijven zijn die nijet clijmmen
en konnen de Schepen (ancommende met visch) uuijt
ende in om te coopene, daer uuijte de visschers
alhier wonende zouden, veroorsaeckt zijn gheweest,
zo de supplianten verstaen,) dat zij an ulieden Eerwaerde zouden
requeste hebben ghepresenteert, daer bij zij zouden versoecken
dat de drije oude vischwijven excederende LXX zo
LXXX jaren, zouden ghescheeden zijn van de andere
uuijt haerlieder Societeijt, ende dat de andere vier
vischwijven die noch wel konnen clijmmen zouden worden
gheprefereert ende alleene de handelinghe van t vischcoopen
exerceren ende dandere secluderen, Twelcke de supplianten
dunct onder correctie te strijdene teghens de eerbaerheijt
ende lieffde van zijnen naesten, int regardt vande
voornoemde oude vrauwen, dewelcke indien zij ghesecludeert
werden gheen middele zouden hebben om leven, Bidden
daeromme de supplianten tordonnerene dat de voornoemde
visschers zullen lijden dat de voornoemde supplianten zullen
alle metten anderen moghen continueren in haerlieder societijt
ende ghemeensaemhede int coopen ende vercoopen van de voornoemde
Visch alzoo zijlieden tot noch toe ghedaen hebben twelck doende