In de koude eerste dagen van 1821 liet een vrouw haar pasgeboren dochtertje achter in de rol van het vondelingenhuis in Maastricht. Het was een wanhoopsdaad: ze kon op dat moment niet voor haar kind zorgen. In de periode tussen 1803 en 1823 werden op vergelijkbare wijze talloze kinderen te vondeling gelegd, om in hun zorg te worden voorzien door de stad. Als de moeder een briefje bij het kindje had gestopt, werd dit door de ambtenaar van de burgerlijke stand bij het proces-verbaal bewaard. Veel van deze briefjes, soms vergezeld door lintjes, reepjes stof of doorgesneden prentjes, zijn bewaard gebleven. Ook deze ongelukkige moeder schreef een briefje. Lees hieronder haar hartverscheurende smeekbede.
Historisch Centrum Limburg, Burgerlijke Stand Maastricht, toegangsnr. 12.059, inv.nr. 693.
Maestricht den december 1800 twintig
Wel eedele heer
Eene ongelukkige, welke door eeregevoel en een tesamamenloop van
omstandigheeden weerhouden word om voor het oogenblick niet te kunnen
voldoen aan de eerste so heilige moeder pligt, smeekt van U Edele sorg
om aan dit dierbaar voorwerp eener ongelukkige liefde eene goede voijster
te willen geeven. Men sal trachten desselfs naam kenbaar te worden
en alsdan haare sorg naar vermogen en verdienst te beloonen, tot
een gunstiger oogenblick als wanneer het kind in de arme der
regtmatige thans ongelukkige moeder sal kunnen terug besorgt worden.
De soo eedele stifting sal bij laatere tijden ofte bij afsterven rijkelijke
vergelding vinden. Dit is het onveranderlijk besluit. U Edele zoo onei-
gebaatsugtige bemoijing en bijsondere sorge tot deese weesen hun welsijn
kan niet dan door een opperweesen beloont worden, in weile eene
ongelukkige moeder in stille danckbaarheid des heemels seegen oover
een smeeken sal!
Maestricht den december 1800 twintig
Wel eedele heer
Eene ongelukkige, welke door eeregevoel en een tesamamenloop van
omstandigheeden weerhouden word om voor het oogenblick niet te kunnen
voldoen aan de eerste so heilige moeder pligt, smeekt van U Edele sorg
om aan dit dierbaar voorwerp eener ongelukkige liefde eene goede voijster
te willen geeven. Men sal trachten desselfs naam kenbaar te worden
en alsdan haare sorg naar vermogen en verdienst te beloonen, tot
een gunstiger oogenblick als wanneer het kind in de arme der
regtmatige thans ongelukkige moeder sal kunnen terug besorgt worden.
De soo eedele stifting sal bij laatere tijden ofte bij afsterven rijkelijke
vergelding vinden. Dit is het onveranderlijk besluit. U Edele zoo onei-
gebaatsugtige bemoijing en bijsondere sorge tot deese weesen hun welsijn
kan niet dan door een opperweesen beloont worden, in weile eene
ongelukkige moeder in stille danckbaarheid des heemels seegen oover
een smeeken sal!
Maestricht den december 1800 twintig
Wel eedele heer
Eene ongelukkige, welke door eeregevoel en een tesamamenloop van
omstandigheeden weerhouden word om voor het oogenblick niet te kunnen
voldoen aan de eerste so heilige moeder pligt, smeekt van U Edele sorg
om aan dit dierbaar voorwerp eener ongelukkige liefde eene goede voijster
te willen geeven. Men sal trachten desselfs naam kenbaar te worden
en alsdan haare sorg naar vermogen en verdienst te beloonen, tot
een gunstiger oogenblick als wanneer het kind in de arme der
regtmatige thans ongelukkige moeder sal kunnen terug besorgt worden.
De soo eedele stifting sal bij laatere tijden ofte bij afsterven rijkelijke
vergelding vinden. Dit is het onveranderlijk besluit. U Edele zoo onei-
gebaatsugtige bemoijing en bijsondere sorge tot deese weesen hun welsijn
kan niet dan door een opperweesen beloont worden, in weile eene
ongelukkige moeder in stille danckbaarheid des heemels seegen oover
een smeeken sal!