Oranje in het Luikerland

In 1568 trekken Willem van Oranje en zijn medestanders door het vorstendom Luik naar Brabant. Anders dan verhoopt blijken zij daar niet welkom.

niveau
  • Anno 1568

    Ende wij wilt hoeren een neuwe liedt
    Dat int jaer van achtentsestich es ghesciedt
    Dat sal ic u gaen verclaren
    hoe dat den prince van Araengen
    voer Luijdick es ghevaren.

    Den prince begheerde eenen heijs zeer groot
    hondertdusent sonnencroonen van goude root
    Dat men hem die soude schencken
    Dan soude dat lant van Luijck in vreden zijn
    Sonder ijmant van hun te krincken.

    Den bischop van Luijck op cortten tijt
    Antworden den prince zeer spijtelijck:
    Daer en es gheen ghelt voerhanden
    Dan cruijt ende loet om den prince
    Te drijven uutten landen.

    Doen quam den prince met grootte ghewelt
    Sestiendusent perden int platte velt
    Ende veertich veendekens knechten
    En meijnde met groote subtijlheijt
    Dij Luijckeneers te bevechten.

    Dij prince soeckten daer groote list
    Om dij borghers van Luijck te bringhen int twist
    Opdat hij mocht verlanghen
    Dij stadt crijghen te sijnen wille
    Om dij borghers allen te hanghen.

    Dij gheestelijckheijt dreijchden hij zeere
    Leevendich te bernnen verstaet dees leere
    Die borgheren sou men al worghen
    En al dat over seeven jaer oudt waer
    Dat soude die doot besorghen.

    Die lansknechten op Sinte Magrieten poert
    Dij hebben dit op dij muren ghehoert
    Ende riepen met luijde stemmen
    Al waer de prins noch viermael zoo sterck
    Soe en cost hij Luijck niet ghewennen.

    Doen reedt den bischop op dij merckt
    Spreeckende met dij borgheren int perck
    Offt sy met wilden vechten
    Al tseghen den prins met zijnen aenhanck
    Wilden met hem strijden ende met sijn knechten.
  • Anno 1568

    Ende wij wilt hoeren een neuwe liedt
    Dat int jaer van achtentsestich es ghesciedt
    Dat sal ic u gaen verclaren
    hoe dat den prince van Araengen
    voer Luijdick es ghevaren.

    Den prince begheerde eenen heijs zeer groot
    hondertdusent sonnencroonen van goude root
    Dat men hem die soude schencken
    Dan soude dat lant van Luijck in vreden zijn
    Sonder ijmant van hun te krincken.

    Den bischop van Luijck op cortten tijt
    Antworden den prince zeer spijtelijck:
    Daer en es gheen ghelt voerhanden
    Dan cruijt ende loet om den prince
    Te drijven uutten landen.

    Doen quam den prince met grootte ghewelt
    Sestiendusent perden int platte velt
    Ende veertich veendekens knechten
    En meijnde met groote subtijlheijt
    Dij Luijckeneers te bevechten.

    Dij prince soeckten daer groote list
    Om dij borghers van Luijck te bringhen int twist
    Opdat hij mocht verlanghen
    Dij stadt crijghen te sijnen wille
    Om dij borghers allen te hanghen.

    Dij gheestelijckheijt dreijchden hij zeere
    Leevendich te bernnen verstaet dees leere
    Die borgheren sou men al worghen
    En al dat over seeven jaer oudt waer
    Dat soude die doot besorghen.

    Die lansknechten op Sinte Magrieten poert
    Dij hebben dit op dij muren ghehoert
    Ende riepen met luijde stemmen
    Al waer de prins noch viermael zoo sterck
    Soe en cost hij Luijck niet ghewennen.

    Doen reedt den bischop op dij merckt
    Spreeckende met dij borgheren int perck
    Offt sy met wilden vechten
    Al tseghen den prins met zijnen aenhanck
    Wilden met hem strijden ende met sijn knechten.
  • Anno 1568

    Ende wij wilt hoeren een neuwe liedt
    Dat int jaer van achtentsestich es ghesciedt
    Dat sal ic u gaen verclaren
    hoe dat den prince van Araengen
    voer Luijdick es ghevaren.

    Den prince begheerde eenen heijs zeer groot
    hondertdusent sonnencroonen van goude root
    Dat men hem die soude schencken
    Dan soude dat lant van Luijck in vreden zijn
    Sonder ijmant van hun te krincken.

    Den bischop van Luijck op cortten tijt
    Antworden den prince zeer spijtelijck:
    Daer en es gheen ghelt voerhanden
    Dan cruijt ende loet om den prince
    Te drijven uutten landen.

    Doen quam den prince met grootte ghewelt
    Sestiendusent perden int platte velt
    Ende veertich veendekens knechten
    En meijnde met groote subtijlheijt
    Dij Luijckeneers te bevechten.

    Dij prince soeckten daer groote list
    Om dij borghers van Luijck te bringhen int twist
    Opdat hij mocht verlanghen
    Dij stadt crijghen te sijnen wille
    Om dij borghers allen te hanghen.

    Dij gheestelijckheijt dreijchden hij zeere
    Leevendich te bernnen verstaet dees leere
    Die borgheren sou men al worghen
    En al dat over seeven jaer oudt waer
    Dat soude die doot besorghen.

    Die lansknechten op Sinte Magrieten poert
    Dij hebben dit op dij muren ghehoert
    Ende riepen met luijde stemmen
    Al waer de prins noch viermael zoo sterck
    Soe en cost hij Luijck niet ghewennen.

    Doen reedt den bischop op dij merckt
    Spreeckende met dij borgheren int perck
    Offt sy met wilden vechten
    Al tseghen den prins met zijnen aenhanck
    Wilden met hem strijden ende met sijn knechten.
  • Anno 1568 Ende wij wilt hoeren een neuwe liedt Dat int jaer van achtentsestich es ghesciedt Dat sal ic u gaen verclaren hoe dat den prince van Araengen voer Luijdick es ghevaren. Den prince begheerde eenen heijs zeer groot hondertdusent sonnencroonen van goude root Dat men hem die soude schencken Dan soude dat lant van Luijck in vreden zijn Sonder ijmant van hun te krincken. Den bischop van Luijck op cortten tijt Antworden den prince zeer spijtelijck: Daer en es gheen ghelt voerhanden Dan cruijt ende loet om den prince Te drijven uutten landen. Doen quam den prince met grootte ghewelt Sestiendusent perden int platte velt Ende veertich veendekens knechten En meijnde met groote subtijlheijt Dij Luijckeneers te bevechten. Dij prince soeckten daer groote list Om dij borghers van Luijck te bringhen int twist Opdat hij mocht verlanghen Dij stadt crijghen te sijnen wille Om dij borghers allen te hanghen. Dij gheestelijckheijt dreijchden hij zeere Leevendich te bernnen verstaet dees leere Die borgheren sou men al worghen En al dat over seeven jaer oudt waer Dat soude die doot besorghen. Die lansknechten op Sinte Magrieten poert Dij hebben dit op dij muren ghehoert Ende riepen met luijde stemmen Al waer de prins noch viermael zoo sterck Soe en cost hij Luijck niet ghewennen. Doen reedt den bischop op dij merckt Spreeckende met dij borgheren int perck Offt sy met wilden vechten Al tseghen den prins met zijnen aenhanck Wilden met hem strijden ende met sijn knechten.

    Let hier op

    Transcribeer de handgeschreven tekst in principe zo letterlijk mogelijk.

    Voor een goede werking van de automatische controle van je invoer en om verschillen in werkwijzen tussen archiefdiensten en onderzoekers te voorkomen, zijn er een paar uitzonderingen op het letterlijk transcriberen afgesproken:

    • Typ een ij voor y, behalve wanneer het echt een y moet zijn (bv. Lyon of hypotheek).
    • Typ afkortingen zoveel mogelijk voluit, behalve bij (samengestelde) woorden die je ook zo uit zou spreken (bv. t'selve blijft dus t'selve en wordt geen het selve).
    • In de oorspronkelijke tekst worden woorden op diverse manieren, al dan niet met streepjes, haaltjes e.d. afgebroken, maar gebruik in je transcriptie altijd een min-
      teken, zoals in modern Nederlands.

    Verschillen tussen kleine letters en hoofdletters, spaties, regeleinden en witregels worden tijdens de controle genegeerd, maar probeer deze voor de leesbaarheid natuurlijk wel zo letterlijk mogelijk over te nemen.

    'Wat staat daer?' is nadrukkelijk bedoeld om het lezen van oude handschriften te oefenen, niet om het maken van transcripties te leren. Wil je over dat laatste meer uitleg? Lees verder >