Ik wil de minste niet weezen

Dominee Stephanus Hanewinckel staat bekend om zijn scherpe pen en harde oordeel over het katholieke Brabant. Maar op zijn verjaardag werd hij op lieve gedichten getrakteerd.

niveau
  • Ik wil de minste ook niet weezen,
    op den jaardag van mijn Man;
    Ik zal het daarom eens probeeren,
    of ik ook wat rijmen kan;
    Kom dan Vrolijk maar begonnen,
    kunstig kan het tog niet zijn;
    Statig dat is ook niet nodig
    bij een stevig glaasje Wijn.
    Wenschende moet ik beginnen,
    Wenschen voegt op deeze dag;
    Zonder mij dan te bedenken,
    Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
    Klaar en helder zij uw leeven,
    gelijk het doorschijnend Kristal;
    Nooit moet er een wolkje weezen,
    dat uw dagen verdonkren kan.
    Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
    van het vogt dat het bevat,
    moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
    juichen wanneer gij Vrolijk bent.
    Dog gebrekkig zijn de Glazen,
    laat uw leven zoo niet zijn;
    voedt het zelve met vlugge Haazen
    Vogt het aan met goeden Wijn.
    Gelijk dit glas word vol geschonken,
    Zonder daarom dol te zijn,
    Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
    uit met goeden ouden Wijn;
    Laat het genoeg zijn met deez wenschen
    Vult het Glas, en leegt de kan;
    Vrolijk zijn hier alle menschen,
    Leeft lange nog mijn lieve Man.

    ik kom nu wel wat agter na
    maar ben tog uw Vrouw
    Alida
  • Ik wil de minste ook niet weezen,
    op den jaardag van mijn Man;
    Ik zal het daarom eens probeeren,
    of ik ook wat rijmen kan;
    Kom dan Vrolijk maar begonnen,
    kunstig kan het tog niet zijn;
    Statig dat is ook niet nodig
    bij een stevig glaasje Wijn.
    Wenschende moet ik beginnen,
    Wenschen voegt op deeze dag;
    Zonder mij dan te bedenken,
    Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
    Klaar en helder zij uw leeven,
    gelijk het doorschijnend Kristal;
    Nooit moet er een wolkje weezen,
    dat uw dagen verdonkren kan.
    Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
    van het vogt dat het bevat,
    moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
    juichen wanneer gij Vrolijk bent.
    Dog gebrekkig zijn de Glazen,
    laat uw leven zoo niet zijn;
    voedt het zelve met vlugge Haazen
    Vogt het aan met goeden Wijn.
    Gelijk dit glas word vol geschonken,
    Zonder daarom dol te zijn,
    Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
    uit met goeden ouden Wijn;
    Laat het genoeg zijn met deez wenschen
    Vult het Glas, en leegt de kan;
    Vrolijk zijn hier alle menschen,
    Leeft lange nog mijn lieve Man.

    ik kom nu wel wat agter na
    maar ben tog uw Vrouw
    Alida
  • Ik wil de minste ook niet weezen,
    op den jaardag van mijn Man;
    Ik zal het daarom eens probeeren,
    of ik ook wat rijmen kan;
    Kom dan Vrolijk maar begonnen,
    kunstig kan het tog niet zijn;
    Statig dat is ook niet nodig
    bij een stevig glaasje Wijn.
    Wenschende moet ik beginnen,
    Wenschen voegt op deeze dag;
    Zonder mij dan te bedenken,
    Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
    Klaar en helder zij uw leeven,
    gelijk het doorschijnend Kristal;
    Nooit moet er een wolkje weezen,
    dat uw dagen verdonkren kan.
    Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
    van het vogt dat het bevat,
    moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
    juichen wanneer gij Vrolijk bent.
    Dog gebrekkig zijn de Glazen,
    laat uw leven zoo niet zijn;
    voedt het zelve met vlugge Haazen
    Vogt het aan met goeden Wijn.
    Gelijk dit glas word vol geschonken,
    Zonder daarom dol te zijn,
    Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
    uit met goeden ouden Wijn;
    Laat het genoeg zijn met deez wenschen
    Vult het Glas, en leegt de kan;
    Vrolijk zijn hier alle menschen,
    Leeft lange nog mijn lieve Man.

    ik kom nu wel wat agter na
    maar ben tog uw Vrouw
    Alida
  • Ik wil de minste ook niet weezen, op den jaardag van mijn Man; Ik zal het daarom eens probeeren, of ik ook wat rijmen kan; Kom dan Vrolijk maar begonnen, kunstig kan het tog niet zijn; Statig dat is ook niet nodig bij een stevig glaasje Wijn. Wenschende moet ik beginnen, Wenschen voegt op deeze dag; Zonder mij dan te bedenken, Rijk ik uw dit Nieuwe Glas. Klaar en helder zij uw leeven, gelijk het doorschijnend Kristal; Nooit moet er een wolkje weezen, dat uw dagen verdonkren kan. Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren, van het vogt dat het bevat, moet ik als gij bedroeft zijt treuren, juichen wanneer gij Vrolijk bent. Dog gebrekkig zijn de Glazen, laat uw leven zoo niet zijn; voedt het zelve met vlugge Haazen Vogt het aan met goeden Wijn. Gelijk dit glas word vol geschonken, Zonder daarom dol te zijn, Zoo drinkt het blijde maar niet dronken uit met goeden ouden Wijn; Laat het genoeg zijn met deez wenschen Vult het Glas, en leegt de kan; Vrolijk zijn hier alle menschen, Leeft lange nog mijn lieve Man. ik kom nu wel wat agter na maar ben tog uw Vrouw Alida

    Let hier op

    Transcribeer de handgeschreven tekst in principe zo letterlijk mogelijk.

    Voor een goede werking van de automatische controle van je invoer en om verschillen in werkwijzen tussen archiefdiensten en onderzoekers te voorkomen, zijn er een paar uitzonderingen op het letterlijk transcriberen afgesproken:

    • Typ een ij voor y, behalve wanneer het echt een y moet zijn (bv. Lyon of hypotheek).
    • Typ afkortingen zoveel mogelijk voluit, behalve bij (samengestelde) woorden die je ook zo uit zou spreken (bv. t'selve blijft dus t'selve en wordt geen het selve).
    • In de oorspronkelijke tekst worden woorden op diverse manieren, al dan niet met streepjes, haaltjes e.d. afgebroken, maar gebruik in je transcriptie altijd een min-
      teken, zoals in modern Nederlands.

    Verschillen tussen kleine letters en hoofdletters, spaties, regeleinden en witregels worden tijdens de controle genegeerd, maar probeer deze voor de leesbaarheid natuurlijk wel zo letterlijk mogelijk over te nemen.

    'Wat staat daer?' is nadrukkelijk bedoeld om het lezen van oude handschriften te oefenen, niet om het maken van transcripties te leren. Wil je over dat laatste meer uitleg? Lees verder >