Dominee Stephanus Hanewinckel staat bekend om zijn scherpe pen en harde oordeel over het katholieke Brabant. Maar op zijn verjaardag werd hij op lieve gedichten getrakteerd.
Brabants Historisch Informatie Centrum, collectie Hanewinckel, toegangsnr. 1820, inv.nr. 13.
Ik wil de minste ook niet weezen,
op den jaardag van mijn Man;
Ik zal het daarom eens probeeren,
of ik ook wat rijmen kan;
Kom dan Vrolijk maar begonnen,
kunstig kan het tog niet zijn;
Statig dat is ook niet nodig
bij een stevig glaasje Wijn.
Wenschende moet ik beginnen,
Wenschen voegt op deeze dag;
Zonder mij dan te bedenken,
Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
Klaar en helder zij uw leeven,
gelijk het doorschijnend Kristal;
Nooit moet er een wolkje weezen,
dat uw dagen verdonkren kan.
Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
van het vogt dat het bevat,
moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
juichen wanneer gij Vrolijk bent.
Dog gebrekkig zijn de Glazen,
laat uw leven zoo niet zijn;
voedt het zelve met vlugge Haazen
Vogt het aan met goeden Wijn.
Gelijk dit glas word vol geschonken,
Zonder daarom dol te zijn,
Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
uit met goeden ouden Wijn;
Laat het genoeg zijn met deez wenschen
Vult het Glas, en leegt de kan;
Vrolijk zijn hier alle menschen,
Leeft lange nog mijn lieve Man.
ik kom nu wel wat agter na
maar ben tog uw Vrouw
Alida
Ik wil de minste ook niet weezen,
op den jaardag van mijn Man;
Ik zal het daarom eens probeeren,
of ik ook wat rijmen kan;
Kom dan Vrolijk maar begonnen,
kunstig kan het tog niet zijn;
Statig dat is ook niet nodig
bij een stevig glaasje Wijn.
Wenschende moet ik beginnen,
Wenschen voegt op deeze dag;
Zonder mij dan te bedenken,
Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
Klaar en helder zij uw leeven,
gelijk het doorschijnend Kristal;
Nooit moet er een wolkje weezen,
dat uw dagen verdonkren kan.
Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
van het vogt dat het bevat,
moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
juichen wanneer gij Vrolijk bent.
Dog gebrekkig zijn de Glazen,
laat uw leven zoo niet zijn;
voedt het zelve met vlugge Haazen
Vogt het aan met goeden Wijn.
Gelijk dit glas word vol geschonken,
Zonder daarom dol te zijn,
Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
uit met goeden ouden Wijn;
Laat het genoeg zijn met deez wenschen
Vult het Glas, en leegt de kan;
Vrolijk zijn hier alle menschen,
Leeft lange nog mijn lieve Man.
ik kom nu wel wat agter na
maar ben tog uw Vrouw
Alida
Ik wil de minste ook niet weezen,
op den jaardag van mijn Man;
Ik zal het daarom eens probeeren,
of ik ook wat rijmen kan;
Kom dan Vrolijk maar begonnen,
kunstig kan het tog niet zijn;
Statig dat is ook niet nodig
bij een stevig glaasje Wijn.
Wenschende moet ik beginnen,
Wenschen voegt op deeze dag;
Zonder mij dan te bedenken,
Rijk ik uw dit Nieuwe Glas.
Klaar en helder zij uw leeven,
gelijk het doorschijnend Kristal;
Nooit moet er een wolkje weezen,
dat uw dagen verdonkren kan.
Gelijk dit Glas neemt aan de kleuren,
van het vogt dat het bevat,
moet ik als gij bedroeft zijt treuren,
juichen wanneer gij Vrolijk bent.
Dog gebrekkig zijn de Glazen,
laat uw leven zoo niet zijn;
voedt het zelve met vlugge Haazen
Vogt het aan met goeden Wijn.
Gelijk dit glas word vol geschonken,
Zonder daarom dol te zijn,
Zoo drinkt het blijde maar niet dronken
uit met goeden ouden Wijn;
Laat het genoeg zijn met deez wenschen
Vult het Glas, en leegt de kan;
Vrolijk zijn hier alle menschen,
Leeft lange nog mijn lieve Man.
ik kom nu wel wat agter na
maar ben tog uw Vrouw
Alida