Woordenboeken

Bij het lezen van oude teksten kom je vaak onbekende woorden tegen die in het dagelijks gebruik niet meer voorkomen. Voor een beter begrip van de inhoud van een tekst is het vaak noodzakelijk de definitie van die woorden te weten. Gelukkig zijn er meerdere middelen om daarachter te komen.

Een belangrijke online bron is het Instituut voor de Nederlandse Taal. Zij stellen enkele oude woordenboeken digitaal beschikbaar, die integraal doorzocht kunnen worden.

Vaak bewaren archieven op hun studiezaal ook oude woordenboeken, soms met een specifieke inslag. Deze zijn ofwel bewaard gebleven, of achteraf opgesteld ten behoeve van onderzoek. Een voorbeeld van een belangrijk rechtskundig woordenboek is Stallaert, K., Glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en andere uitdrukkingen uit Vlaamsche, Brabantsche en Limburgsche oorkonden.

Ook dialectuitdrukkingen komen vaak voor in oude teksten. Vaak kunnen mensen uit de regio waar het document vandaan komt  al makkelijker enkele termen herkennen, omdat die nog voortleven in hun plaatselijke dialect of omgeving. Heemkunde kringen of andere lokale geschiedenisorganisaties kunnen daarbij helpen en hebben soms lokale woordenboeken uitgegeven.

Zo komen we onder andere via het online dialectwoordenboek ‘Mestreechter Taol’ de betekenis van sommige van de woorden uit de oefening ‘Limburgse dialectwoorden’ te weten:

  • mich = mij
  • lijensmeuie = levensmoe
  • dwäärs = dwars
  • oetgewanjeld = uitgewandeld
  • aldt = oud
  • sjpeule = spelen
  • ewegh = weg (de ‘e’ wordt toegevoegd als het woord volgt op een ander woord met een medeklinker aan het eind; gank ewegh =ga weg)
  • fisternölle = knutselen

In De Volkstaal in Noordholland inhoudende eene lijst van woorden, die in deze provincie meer of minder gebruikelijk zijn van J. Bouman (1871), Westfries woordenboek van Jan Pannekeet (1984) en De Zaanse volkstaal van G.J. Boekenoogen, vinden we de betekenissen van een aantal woorden uit de oefening 'Noord-Hollandse dialectwoorden' terug:

  • beschiemannen = beschikken, waarnemen
  • dandielen = slingeren, slenteren
  • dergh = drijvend eiland van riet of veen
  • hufterig = grillig, koud
  • iemisdagen = onlangs
  • inverdan = binnenwaarts
  • meshanger = vette kaas, "die onder het snijden aan het mes blijft hangen"
  • ommerazie = onsteltenis, ontroering, beweging, drukte
  • setters = vorm waarin de kaas te zouten wordt gezet
  • temesse = grote zeef om melk of wrongel te ziften
  • zelsch = gezellig
  • draijpost = wegschuifbaar bruggetje

Toponiemen (lokale plaatsnamen) komen ook veelvuldig voor. Ook daarvan geeft het vaak lokale uitgaves. Kijk eens op de landelijke site www.histopo.nl. Bij het Stadsarchief Amsterdam is door archivaris Simon Hart in de jaren ’50 en ‘60  onderzoek gedaan naar immigratie. Daaruit is een lijst met plaatsnamen en hun oude spelling voortgekomen.

Weet jij nog aanvullingen? Laat het ons weten!