Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Vertaling schepenprotocol Schijndel 1595

Beste forum,

ik zou graag hulp willen met het transcriberen van deze tekst. 

Het gaat hier volgens mij om Lijsken/Elisabeth van Swaenbergen (dochter Herbert Gerit Artss van Swaenbergen en Sophia Peters Bartolomeus Smets uit Berlicum/Schijndel). Het lijkt erop dat zij (Elisabeth) naar Alem is verhuisd? van Boort/Rutten komt ook voor in zowel Alem en Schijndel. Zijn er is deze teksten meer connecties te lezen?
 

Dit is volgens mij de genoemde schepenbrief: https://proxy.archieven.nl/235/2D5D20AFA7BC43B5AADDD0B6E819994C

en nog iets van een betaling:
https://proxy.archieven.nl/235/D976182968404D67A8A934AA5526ECEA

Reacties (6)

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 19:26

Qua familierelaties biedt dit alleen bevestiging dat Lijsken gehuwd is met Eijmbert Rutten(zoon) die te Alemn woont.

Schepen(e)n tuygen dat voor ons comen is Eijmbert
Ruttenz(oon), woonen(de) tot Alem, man en(de) momboir van
Lijsken dochter Herbert Gerart Artss, sijne huysvrauwe,
en(de) heeft wittel(ijck) en(de) erffel(ijck) v(er)cocht, overgegeve(n) ende
opgedragen Henricken Peters vander Weteringe een
jaerl(ijckse) en(de) erffel(ijcke) rente van vier car(o)l(us) gul(den),
welcke rente Pauwels Willems jaerl(ijcks) hadde gelooft
te betalen op Pinxtdach uut zeeckere sijne erffenisse
onder d'Wijbosch gelegen, breeder inne scepe(n) brieven van
Schijndel daerop gemaeckt begrepen wes(ende) va(n) date
den 19en mey a(nn)o 1565 en(de) dat aen Jan va(n) Boort
en(de) Sophia, sijne sijne huysv(rouw)e ter tochten, en(de) den
kyndere(n) bij de(n) voors(ch)r(even) Sophia en(de) Herbert Gerart Artss
hare(n) ierste(n) man stamen verweckt, te(n) erfrecht, en(de) heeft die v(oor)s. Eijmbert opte
v(oor)s. rente en(de) op alle(n) l(ette)ren, schepenbrieven, testament(ten)
oft instrumen(ten) en(de) d'inhaut van dyen hem in desen
ennichsins co(m)peteren(de), metten achterstel zedert de(n)
jaire ee(n) en(de) tnegentich vervallen en(de) v(er)scenen van v(oor)s. re(n)te(n) helme-
linge v(er)tegen tot behoeff Henrix, cooper v(oor)s.,
ut mor(es) est. Geloven(de) voorts die v(oor)s. v(er)cooper als
schuldenaer principael op hem en(de) alle sijn goet,
hebbende en(de) vercrijgen(de) tvoors. v(er)coopen, opdrage(n) en(de)
overgeven metten helmelinge, vertijden v(oor)ss. ten ewige(n)
dage(n) vast, stedich en(de) van werden te hauden,
zonder wederzegge(n) en(de) te vrije(n) en(de) te weiren
soo recht is en(de) alle comer daerinne wesen(de) gehel(ijck)
aff te doen sonder argel(ist). Actum den XIIen
meerte a(nn)o 1596, testes V(er)hag(en) en(de) Herethie(n)
scepen(en) ut. In melior forma.
 

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 20:12

Niet alles van de schepenbrief van 1565

Sc(epene)n p(ro) Paulo Scepen(en) d(at) voer ons come(n) is
Zophia, docht(er) wiln(er) Pet(er)en Barthlomeeus Snoeyss, nage-
laten we(d)ue wiln(er) Herberd(en) Gerit Artss va(n) Swae(n)bergh,
nu tege(n)wordige huysv(rouwe) Jan Geritsse va(n) Boert, als
wittich ma(n) ende mombar so hij sede en(de) is die selve
Sophia met Jan(nen) hor(en) ma(n) en(de) mo(m)b(er) voerscr. afgegae(n)
en(de) gederfft mits des(en) hoer doot gemaet in e(n)en
e(n)en huyst, hoff en(de) erffenisse, groot wesen(de) vijff lope(n)s(aet)
lants of d(aer)mt(re)nt soe groot en(de) cleyn als dat 
gelege(n) is ind(en) prochie van Schijne ond(er) d(at) Wijbosch
d(en)er sijde Jan Lucas Tijss(en), dand(er) sijde en(de) dat
een eynde die gemen(en) straet ald(aer), dander eynde
Anna, dochter Jans van Dunge(n) soe sij seyd(en) en(de) 
dat tot behoef Herberd(en), soen wiln(er) Herberd(en) Gerits
voersz. en(de) Zophia sijn ... Lijsken(en) en(de) Beatriss(en), sijn susten
en(de) daer toe helmelinge v(er)tegen tot behoeff Hendr(iken)
Crijnen(?) v(oi)rsz., geloven(de) voerts die voersz. Zophia
met Jan(nen) Geritss(en), hor(en) mo(m)bar nad(en) geestelick(en) recht(en)
gegeven als recht is en(de) also die selve Zophia en(de)
Jan v(oir)sz. met haer als sculde(n)aer principael op
hen en(de) op allen ho(re)n gueden, hebben(de) en(de) vercrijgen(de)
alsulck afgaen daerin(ne)? en(de) doet maken(de) altijt stedich
te hauden sond(er) tegen wed(er)zegg(en) en(de) allen (com)mer van
harent weg aff te doen ond(er) (con)diete(n) dat die
voersz. o(n)mu(n)dige kynder(en) ... v(oer)sz. erve sullen geven
alle jaer XXXIII st(uyver)s I ort si(ae)rs aenden capellen
off cappelrijen in ... sond(er) ...
Actum den XXIIIen mey a(nno) LXV
Teste Ja(n) Rutg(er) Janssz en(de) Zobert Janssz
Scep(enen) / l(itte)ra p(ro) Paulo

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 20:30

In de vorige transcriptie na Zophia zijn: h(uysvrouw)e

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 20:31

De derde akte; hieraan voorafgaand is een andere akte, die volgt later.

Item Pauwels Willemssz v(oir)sz. heeft gelooft
jaerlicx en(de) erffelicx te geven en(de) te betalen
Jan(nen) Gerritsz van Boert, als man en(de) mo(m)bar
zijnde h(uysvrou)we e(n)en pact ofte rente van
vier ca(rolus) gul(den), XX st(uyvers) voor elck(en) g(u)l(den) te reken(en)
alle jaer te verscijn(en) opt(en) heylige(n) Pincxtdach,
waer van d(en) iersst(en) ... v(er)scijnen sal van nu d(en)
iersten Pincxt(en) nu naestcomen(de) over een jaer en(de) soe
voort va(n) jare tot jare en(de) d(at) geloeft die v(oir)sz.
Pauwels alleen tot toch(ten) Zophia v(oir)sz. ende die erffe-
licheyt tot behoeff d(en) wittig(en) kynder(en) die die-
selve Zophia vercregen hevet bij d(en) leven
Herberden Geritssz Artssz van Swae(n)b(er)g(en) en(de) d(at) van en(de)
uut d(en) huyse, hoff en(de) erffenissz v(oir)sz. op dat(en) va(n) hun
v(er)cregen in meliora forma, geloven(de) voorts zij tot
die(n) pant v(oir)sijt guet en(de) dingen(en) te maken en(de) dair
inne te wer(en) en(de) te weer(en) mer moet ierst dae(r) uut
betalen alle jaer XXXIII st(uyvers) I ort.

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 21:05

De akte daarvoor:

Tuygen noch scepen(en) voersz. dat voer ons
come(n) sijn Gerit Artssz met Dircken Aertszz, sijn(en) brued(er)
als wittige gebrueder(en) en(de) kynder9en) wiln(er) Aerts van
Swa(n)bergh, Jan(nen) Hanrick ...tssz, Hanrick Dirck
Scoemekers en(de) Hanrick Hanricks Germigssz, altesame(n)
mombar(en) van Herberd(en), Lijsken en(de) Bartke(n), o(n)mu(n)dige kinder(en)
van Herberd(en), so(n)e Gerit Aertssz van Swai(n)bergh v(oir)sz, in sijne(n)
leven v(er)weckt bij Zophia, docht(er) Pet(er) Bartolomeeurssz en(de) Beat(rix_, 
sijnd(er) huysvrauwe etc(etera) hebben uut crachte van schiere
artificatien va(n) v(er)scheyd(en) getuyg(en) geverifieert en(de) voi(r)
d(en) v(oir)sz. scepen(en) mede gelavet in v(er)beteringe en(de) profijt d(er) scepen(en) v(oir)sz
vercoft, ov(er)gegeve(n) en(de) opgedrag(en) Pauwelssz, soen wiln(er)
Willem(en) Jan Soymanssz een huys, hoff en(de) erffenisse, tsame(n)
vijff lope(n)s(aet) lants groot off d(aer) omt(re)nt soe groot en(de) cleyn
als tselve huys, hoff en(de) erffenisse geleg(en) is inne die p(ro)chie
van Schijnde ter stede geheyt(en) dWijbosch mett ee(n)re
sijd(en) beneve(n) erffenisse Jan Lucas Marhijssz en(de) dee(n) eynde
Anna, docht(er) Jan Aertssz vand(er) Wete(er)ingh en(de) voerts ront
omme aen die gemeyn straat van Schijndel aldae(r)
als sij seyden en(de) hebben alsoe die voersz. mombaren
op dat voersz. huys, hoff en(de) erfennissz voersz. daer cracht van
c(er)tificatien als voer ons scepen(en) is gebleken alsoe helme-
linge v(er)tege(n) tot behoeff Pauwelssz, copere voersz.
Geloevn(de) voerts die voersz. mo(m)bar(en) als sculdenar(en)
principael op hen(nen) persoen en(de) op v(er)byntenisse van alle
d(er) kinder(en), guede(re)n die die o(n)mu(n)dige v(oer)sz. kinder(en)
ter tijt hebben en(de) noch naemaels hebbende en(de) vercrijgen(de)
alsulck v(er)copen, ov(er)geve(n), opdrag(en) en(de) v(er)tijden v(oer)szt. altijt
stedich en(de) vast te hauden sond(er) wedersegge(n) en(de)
behoerlicke weerscap op alle d(er) o(n)mu(n)dige
kynder(en) guede(re)n te vrije(n) en(de) te weer(en)
---
en(de) alle com(m)er van hend(er) weg(en) en(de) vand(en) o(n)mu(n)dige kynder(en)
weg(en) tenemael en(de) geheelick aff te doen onder
(con)ditien dat Pauwels, copere, uuten voersz. huys, hoff
en(de) erffenisse alle jaer sal geld(en) en(de) betalen drie en(de)
dertich stuvers en(de) een Oort stuvers aenden capellen
in Eerde ond(er) Sunt Oed(en) roede geleg(en) sond(er) meer.

Act(um) den XXIXst(en) mey a(nn)o LXV

René van Weeren zei op ma, 03/30/2026 - 21:08

Schepenbrief 1565, 6e regel van onderen:

uutd(en) voorsz. erve

Schepenbrief 1565, 3e regel van onderen

cappelrijen in Eerde, sonder meer

Waar mogelijk kinder(en) staat, moet het kynder(en) zijn (autocorrectie...)

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.