Op huyden den 26e November XVIC vyer en veertich
compareerden voor mij Govert Rota, openbaer
notaris, bij den Hove van Hollandt geadmitteert,
binnen der stadt Delft residerende, ter pre-
sentie van de ondergeschreven getuygen, Cornelis
Pietersz van Leeuwen, deurwaerder van des
gemene landts middelen, wonende buyten de
waterslootse poort deser stadt, out XXXVIII
jaren, ende Pieter Jansz Bruyneel,
wonende binnen deser stadt, out
XXXIII jaren, die verclaerden ende attesteerden,
ten versoucke van Claes Commersz van der Marck
imposteur vant sout over Delft ende Delflandt,
vant jegenwoordige termijn, warachtich te sijn, dat den requirant
opten 1e April lestleden ten huyse van Pieter
Vrancken van Adrichem,
bouman, wonende aen de westgade in den
ambachte van Maeslandt, gevonden ende op-
geschreven hadde XXXIII koebeesten, ende ses
vaersen, makende tesamen negenendertich stucken
[onleesbaar stuk boven de regel]
getuygen sulcx oock ondervonden te
hebben op het boeck van den requirant, dat sij getuygen
op den 8e April daeraenvolgende metten voorn. requirant
sijn geweest ten huyse van den voorsz. Pieter Vrancken
van Adrichem, ende dat denselven requirant tegens den
voorn. van Adrichem seyde, dat hij meer beesten
hadde, als hij den requirant als vooren hadde aengegeven
mario van adrichem
zei op maandag 7 april 2025 - 15:07