stuivers acht penningen, verschijnende Alderheyligen, ende aan
den rentmeester van het Gast- ende Pesthuys deser stadt eene gul-
den derthien stuivers, welcken voorsz. opstal van twee gulden
thien stuivers den kooper egter bij desen tot sijnen last neemt,
in te gaan met den eersten Mey deses jaars 1697, alswanneer
den kooper possessie van sijn gecogte nemen ende den verkooper
aan den kooper ontruyminge doen sal, sullende ook de opdragte
alsdan geschieden moeten, ende dit boven den voorsz. opstal
voor de somme van achthien hondert gulden tot 40 grooten
vlaams het stuck, te betalen vrij geld van alles, ende specialijk
vrij van den veertigsten penningh met de thiende verhoogingh voor
het gemeeneland, den deuyt op de gulden voor den armen, mitsga-
ders gelijcke deuyt voor het tugthuys deser stad, het schrijven
en zegelen van den opdragt en andere brieven, ende voorts
van all het gunt ter saacke van dese koop voor onkosten
betaalt moet werden, niets uytgesondert, des sal den koo-
per tot sijne laste mogen nemen in voldoeninge van sijne
uytgelooffde kooppenningen soodanigen somme van agthien hon-
dert gulden capitaal als d'heer Guilliaume Bidloo, woonende tot
Rotterdam, volgens hypotheecqbrieff per reste van meerder somme
op dit voorsz. vercogte spreeckende heeft, mits daarvan passerende
behoorlijcke indemnitébrieff ende belovende daarbij den voorsz. kooper
van de betalinge van de voorsz. agthien hondert gulden met de
te verschijnen intresse vandien zedert den toekomenden eersten
Mey deses jaars te sullen bevrijden, kost- en schadeloos houden.
Wijders sal den verkooper dit vercogte aan den kooper moeten
leveren vrij ende onbelast, niets buyten het gunt hiervooren
gesegt is daarop staande als den heer sijn regt ofte de jaarlijkse /
verpondingen en andere ordinaris lasten als huyrhuysen,
welcke ordinaris verpondingen tot den laatsten April deses
jaars 1697 ende de extraordinaris verpondingen in den jaare
1696 ommegeslagen bij den verkooper sullen
gesuyverd werden, sonder verder, ende dat bij brieven van op-
dragte voor de Ed. heeren schepenen deser stad, met beloften van
vrijjage ende waaringe dat hetselve verkogte geduyrende sijne
possessie niet en is belast ofte beswaard ende nopende de verdere
waaringe aan den kooper cederen en transporteren all het regt
ende actie den verkooper volgens de oude brieven competerende,
sonder in eenige andere waringe off uitstellen van waarborgen gehouden te sijn.
Eyndelijck is bedongen dat den kooper in dese koop volgen sal
all het gunt in dit vercogte aard- ende nagelvast is ende nament-
lijck de staande en leggende ijsere plaaten, de bottlerij en bed-
steden plancken, twee gordijnroeden ende een koper putke-
teltie.
Verbindende den voornoemden verkooper ende kooper voor de prestatie
ende naarkominge van alle hetgeene voorsz. is, elck haar respective
persoon ende goederen, geene vandien uyttgesondert, stellende
deselve en de keure vandien ten bedwange van alle regten en
regteren en specialijck den Ed. Hove van Holland. Aldus gedaan
ende verleden binnen der stad Delft, huyden den 17en Ja-
nuary anno 1697, voor mij Cornelis s'Gravensan-
de, notaris publicq, bij den Hove van Holland geadmitteert, binnen
der stad Delft residerende, ter presentie van Nicloaas Bodegraven
ende Hendrick van Bolgersteyen, beyde als getuygen hiertoe versogt.
Dirck Gisteranus
Joris Marsiin
N. Bodergrave
H. Balgerstein
Cornelis 's Gravensande nots.
Anneloes Maas Geesteranus
zei op zondag 9 augustus 2020 - 14:09