Wij Jan van Nairenbergh heeren Johanz, mr. Johan Bladegom
van Woenssel Johanz ende Jan Clotschert Thomaz, schepenen der stad
Dordrecht, oirconden ende kennen dat voor ons gecomen ende gecompareert
is sr. Johannes Verhagen, verwer, borger deser stad, dewelcke verclaerde
vercocht, dienvolgende gecedeert, getransporteet ende in vrijen
eygendom overgedragen te hebben bij desen, aen ende ten behouve
van Coenraet Casperze, glasemaecker, borger deser stad, de melioratie
van eenen thuyn, gelegen buyten de St. Jorispoort in t'Mantenaet-
paetje ende den Noordendijck op deser stede gront, tusschen den thuyn
van de weduwe Johannes de Schoone aen d'eene ende den thuyn van
Adam Corneliz Back aen d'andere zijde, ende dat met alle soodanige
vrijdommen, servituten ende gerechtigheden sulcx de voorz. melioratie
eenighsints hebbende ende subject is volgens de oude brieven ende be-
scheyden daervan sijnde, bekennende daervan voldaen ende betaalt
te sijn, den laetsten penninck met den eersten, ende dat met de
somme van dryehondert guldens contant ende gereet gelt, beloovende oversulcx
de voorz. melioratie te sullen waeren ende vrijen, als een vrij goet, van allen
commer ende aenthalen, onder verbant van sijn comparants persoon ende goederen, deselve
stellende ten bedwange van allen rechten ende rechteren, niet belast dan met t'schaftgelt,
dat de stad Dordrecht daegelijcxs daerop heffende is, t'geen den cooper, hier mede comparerende, verclaerde
te nemen tot sijnen laste. In oirconde dese brieve gegeven op den 10e September XVIC drye ende t'negentigh.
Johan de Witt
Leo Heida
zei op dinsdag 10 maart 2026 - 13:34