Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Testament in het Latijn, 1742

Ik heb wat moeite heb met dit testament van Joannes Hermanus Gripekoven, pastoor van Limbricht. De tekst is puntsgewijs opgebouwd en bevat genealogisch interessante informatie vanaf punt 10 (halverwege rechter blz.). Zou iemand punt 10 t/m 12 voor me willen vertalen? Alvast hartelijk dank!

Catharina

Reacties (9)

Catharina zei op do, 03/26/2026 - 12:54

Hierbij het tweede deel van punt 12.

René van Weeren zei op do, 03/26/2026 - 22:54

Hierbij vast een poging tot transcriptie

Decimo lego fratri meo Noverto a S(ancto) Josepho ordinis B(eatae)
M(ariae) V(irginis) de monte Carmelo diacono in praesentiarum Coloniae
prope S(anctum) Georgium moranti ...mel pro semper decem impe-
riales ita tamen ut affini ...mens conslanbius cox mini
et terre pro recreatione aut transmittat aut tradat, quan-
tum ei per regulas ordinis habere liceat, pro hoc legato eum
uti et pro laeteris beneficiis rogans, qualtenus iam inpreca-
bus et dein superstes in sacrificiis suis mei memor stevebit

Undecimo lego fabri meo Johano Henrico Grijsehoven
pastori in Birgelen omnes meos libros ea conditione
ut, inventario eorum mox ...is sororibus meis tradito, tem-
pore vitae suae iis uti, post mortem autem suam his sive
earum filiis relinquere, vel... dico teneatur.

Duodecimoueum ad valore testament requiratus haere-
dis seu heredum institution fine quantum, attinet bona patri
monialia, vi statutorum patr... inhabensis haeredes institup
et declare fratrem meum germanum Stephanum Henricum
---
...el dinas sorores meas germanos Annam Joannam Gertrudem et
Mariam Theresiam quantum cocernit vestas meas laneas et lin-
eas et omnem meam suppeleet ...em domesticamn eijuscumque
generus, pro medietate illius instituo haeredem dictam ante
sororem meam iam nuptam Constantio Cox, eo quod per decen-
nium fidelos mihi fuerit ...enima, alterius vero medieta-
tis in equalis duas partes ..rdende haeredes instituo
et declare Stepahnum Henricum pastorem, et Annam Joan-
nam Gertrudem respective patrem et sororem.

Catharina zei op vr, 03/27/2026 - 00:06

Hartelijk dank René! Ik heb een LLM om een correctie gevraagd en daarna een vertaling laten maken die ik weer enigszins heb bewerkt. Dat levert op:

"Ten tiende legateer ik aan mijn broer Noverto van Sint-Jozef, van de orde van de Heilige Maagd Maria van de Berg Carmel, diaken, die momenteel verblijft in Keulen nabij Sint-Georg, tien imperiale munten, voor altijd; echter onder de voorwaarde dat hij aan zijn aanverwant Constantius Cox een onderhoud (mogelijk maandelijks) toekent en een stuk land voor ontspanning overdraagt of afstaat, voor zover het hem volgens de regels van zijn orde toegestaan is dit te bezitten. Voor dit legaat verzoek ik hem er gebruik van te maken en, als dank voor de overige weldaden, mij zowel nu in zijn gebeden als later, indien hij mij overleeft, in zijn offers te gedenken.

Ten elfde legateer ik aan mijn broer Johannes Henricus Gripekoven, pastoor in Birgelen, al mijn boeken, onder de voorwaarde dat, nadat een inventaris ervan meteen aan mijn zusters is overhandigd, hij er gedurende zijn leven gebruik van mag maken; na zijn dood is hij echter verplicht deze aan hen of aan hun zonen over te laten of terug te geven.

Ten twaalfde: hoewel voor de geldigheid van een testament de aanwijzing van een erfgenaam of erfgenamen vereist is, maakt de hier geldende wetgeving dat onmogelijk voor patrimoniale goederen; toch verklaar ik tot erfgenaam mijn volle broer Stephanus Henricus (…) (ik laat na aan) mijn volle zusters Anna Joanna Gertrudis en Maria Theresia voor wat betreft mijn wollen en linnen kleren en al mijn huisraad van welke aard ook: de helft aan mijn eerder genoemde zuster, reeds gehuwd met Constantius Cox, omdat zij gedurende tien jaar een trouwe dienstmaagd voor mij is geweest; de andere helft echter, te verdelen in twee gelijke delen, laat ik na en wijs ik toe aan Stephanus Henricus, pastoor, en aan Anna Joanna Gertrudis, respectievelijk mijn broer en mijn zuster."

Kun je het hiermee eens zijn? Noverto is een merkwaardige naam, vooral ook omdat de enige in aanmerking komende broer gedoopt was als Josephus Damianus. Mogelijk heeft de broer een nieuwe naam aangenomen bij zijn intreding in de orde. Verder is het verhaal over de toelage aan (zwager) Constantius Cox en het stuk land wat vreemd. Mijn Latijn is zwaar verstoft en mijn ontcijfervermogen nog in ontwikkeling, waardoor ik me dubbel onthand voel en LLM-uitkomsten niet goed kan controleren. Ik hoop dus dat je er je licht over wilt laten schijnen! Alvast dank.

Otto Vervaart zei op vr, 03/27/2026 - 10:04

Beste Catharina, de broer heet volgens mij Roberto, een kleine strook van deze bladzijde zit mijns inziens verborgen achter een smalle vouw. Ik maak in de regel eronder van mel semel, eenmaal. De bepalingen lijken me nodig omdat kloosterlingen niet zomaar kunnen erven of bezit kunnen overdragen. Als laatste woord van punt 10 lees ik conservebi..

Otto Vervaart zei op vr, 03/27/2026 - 10:05

Sorry, ik bedoel conservebit, met een t natuurllijk!

Catharina zei op vr, 03/27/2026 - 13:46

Robert/o/us is veel aannemelijker, dankjewel Otto. Ook het 'eenmalige' legaat van 10 reichsthaler past in de context. Het LLM bestempelde 'stevebit' als een grammaticale fout omdat de staande uitdrukking eindigt op '...mei memor stet'. 'Conservebit' ligt daar qua betekenis dichtbij en ik acht het niet onwaarschijnlijk dat de testateur hier twee mogelijke formuleringen door elkaar heeft gehaald.

 

Catharina zei op vr, 03/27/2026 - 14:00

Het lijkt erop dat diaken Robertus inderdaad een broer was. Ik had wat twijfels omdat Gripekoven voor zijn andere broer en zijn twee zussen de term 'germanic/us/a' gebruikte, waardoor ik me afvroeg of de diaken niet een soort spirituele broeder zou kunnen zijn. Maar 'fratri meo' in combinatie met 'affini ... nog wat... Constantius Cox'  wijst op verwantschap. Uit een andere bron weet ik dat de testateur zijn ouderlijk erfdeel had overgedragen aan zijn met Constantius Cox getrouwde zus, die zijn huishouden had bestierd. Maar wat wil hij hier bereiken? Moet Robertus, indien mogelijk (kloosterregels) ook zijn erfdeel (in de vorm van een tuin) afstaan aan (de echtgenoot van) de zus? En hoe zou hij uit een legaat van 10 thaler een uitkering aan zijn zwager moeten betalen? 

Michel O. zei op ma, 05/11/2026 - 12:02

Ik ben altijd verbaasd dat iemand die zelf aangeeft dat haar/zijn Latijn "zwaar verstoft" is, zijn toevlucht neemt tot wat een machine produceert, zonder echt in staat te zijn om het resultaat kritisch op zijn verdiensten te beoordelen. Het zij zo. Maar als die LLM werkelijk goed was  (quod non, zie bv. de foute interpretatie van de nominatief Constantius Cox)), had het antwoord moeten zijn: "Bezorg mij eerst een correcte Latijnse tekst, dan kan ik er héél misschien iets van maken". Mijn ervaring tot dusver is dat die LLM er vaak net naast zitten, waarna het speculeren op basis van foute premissen kan beginnen. Tijdverlies dus.

Otto stipte al terecht aan dat op elke regel een of twee letters in de vouw 'verdwenen' zijn. Maar het is dus niet Robertus, maar wel de karmeliet Norbertus die de broer is van de testateur. Ik neem aan dat "a Sancto Josepho" zijn kloosternaam was. Hieronder de uitleg, samen met mijn proeve van transcriptie, met dank aan René voor de voorzet (tussen vierkante haakjes de letters in de vouw).

Gripekoven legateert voor eens en altijd 10 'imperiales' aan zijn broer Norbertus in Keulen, maar bepaalt dat zijn aanverwant Constantius Cox die som overmaakt of overhandigt, voor zover Norbertus volgens de orderegels zoveel geld mag hebben; voor dit legaat en andere gunsten vraagt de testateur hem nu reeds in zijn gebeden en na zijn dood in zijn offergaven indachtig te willen zijn. Er staat bovendien "pro recreatione", voor het herstel, de genezing: was Norbertus ziek?

Als elfde punt laat hij aan zijn broer Stephanus Henricus Gripekoven, pastoor in Birgelen, al zijn boeken, op voorwaarde dat hij deze, nadat aan zijn twee zusters een inventaris van die boeken is bezorgd, levenslang mag gebruiken, maar ze na zijn dood aan zijn zusters dan wel aan de zonen van zijn zussen wil, of beter moet, nalaten.

Ten twaalfde, aangezien voor de geldigheid van een testament de aanwijzing van een erfgenaam of erfgenamen vereist is voor wat betreft de patrimoniale goederen, wijs ik volgens de statuten van het land van Gulik (Jülich) als erfgenamen aan mijn broer Stephanus Henricus en mijn zusters Anna J.G. en Maria Theresia (germanus/germana betekent: afstammend van dezelfde ouders, dus volle broer en zussen).Voor wat betreft mijn wollen en linnen kleren en heel mijn huisraad, van welke aard ook, wijs ik voor de ene helft als mijn erfgename aan mijn voornoemde zus, gehuwd met Constantius Cox, omdat zij al tien jaar lang mijn huishoudster is (de klassiek-Latijnse term is oeconomicus/-mica), en voor de andere helft, in twee gelijke delen te verdelen, mijn broer Stephanus Henricus en mijn zus Anna J.G.

Decimo lego fratri meo No[r]berto a S(ancto) Josepho, ordinis B(eatae)
M(ariae) V(irginis) de Monte Carmelo di[a]cono, in praesentiarum Coloniae
prope S(anctum) Georgium moranti, s[e]mel pro semper decem impe-
riales, ita tamen ut affini[s] meus Constantius Cox nunc
et tunc pro recreatione au[t] transmittat aut tradat, quan-
tum ei per regulas ordinis h[a]bere liceat; pro hoc legato eum
uti et pro caeteris beneficiis [r]ogans, quatenus iam in preci-
bus et dein superstes in sacrifi[ci]is suis mei memor esse velit.

Undecimo lego f<r>atri meo S[tep]ano Henrico Gripekoven,
pastori in Birgelen, omnes meos libros, ea conditione
ut, inventario eorum mox b[i]nis sororibus meis tradito, tem-
pore vitae suae iis uti, post m[o]rtem autem suam his sive
earum filiis relinquere vel[i]t, dico teneatur.

Duodecimo cum ad valore[m] testamenti requiratur haere-
dis seu haeredum institutio fine [?] quantum attinet bona patri-
monialia, vi statutorum patr[iae] Juliacensis haeredes instituo
et declaro fratrem meum ge[r]manum Stephanum Henricum //
---
et binas sorores meas germana[s] Annam Joannam Gertrudem et
Mariam Theresiam. Quantum co[n]cernit vestes meas laneas et line-
as et omnem meam suppellect[il]em domesticam cuiusquecumque
generis, pro medietate illius i[ns]tituo haeredem dictam ante
sororem meam iam nuptam Co[n]stantio Cox, eo quod per decen-
nium fidelis mihi fuerit oe[c]onima, alterius vero medieta-
tis in equales duas partes [d]ividende haeredes instituo
et declaro Stephanum Henr[ic]um pastorem, et Annam Joan-
nam Gertrudem respective f[r]atrem et sororem.

Catharina zei op ma, 05/11/2026 - 17:12

Wat leuk om alsnog een antwoord te krijgen op mijn verzoek een en ander te controleren. Dank daarvoor. In de tussentijd heb ik zelf al een aantal zaken kunnen rechtzetten maar hele stukken stonden - en staan – nog tussen vierkante haken. Ik zal eens goed gaan kijken naar de 10 Reichsthaler die Constantius Cox moet uitbetalen aan de kloosterling, het klinkt aannemelijker dan de versie die ik ter beoordeling had voorgelegd. Eén tekstdeeltje lijkt niet te kloppen: ik denk niet dat er staat dat zus M.T. ‘al tien jaar mijn huishoudster is’, maar dat zij ‘tien jaar lang mijn huishoudster is geweest’. In ieder geval: ik ben blij met deze input en kan weer aan de slag.

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.