Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Onduidelijkheid in vonnes van 1868

Op de linker pagina staat het proces verbaal van een vonnis. Een klein gedeelte daarvan is voor mij onleesbaar. Wat ik meen te kunnen lezen heb ik hieronder weergegeven. Het gaat specifiek over de tekst die tussen de haakjes zou moeten staan.

Overwegende dat uit de verklaringen van twee getuigen ter terechtzitting onder ede gehoord, wettig en overtuigend is gebleken, dat één der getuigen, onbezoldigde rijksveldwachter te Raamsdonk, op de 15e augustus laatstleden, enige koeien van de beklaagde Petrus Hamers, die op eens anders grond weidende waren, heeft willen (………..) in een schaapskooi te brengen, en dat de beklaagde die daarover verstoord, aan (….) veldwachter, ter dier gelegenheid, moedwillig met een stok een gevoelige slag in de zijde heeft toegebracht, waardoor één zijner ribben is verbrijzeld. Dat dit feit valt onder het bereik van art. 14 der wet van 29 juni 1854 in verband met de artt. 228 en 230 van Wetboek van Strafrecht, doch dat de strafbaarheid, bij gebreke van waardeerbaar geldelijk nadeel door de opgewonden toestand, waarin de beklaagde verkeerde, wordt verkleind. Overwegende dat uit de verklaringen van twee getuigen ter terechtzitting onder ede gehoord, wettig en overtuigend is gebleken, dat één der getuigen, onbezoldigde rijksveldwachter te Raamsdonk, op de 15e augustus laatstleden, enige koeien van de beklaagde Petrus Hamers, die op eens anders grond weidende waren, heeft willen (………..) in een schaapskooi te brengen, en dat de beklaagde die daarover verstoord, aan (….) veldwachter, ter dier gelegenheid, moedwillig met een stok een gevoelige slag in de zijde heeft toegebracht, waardoor één zijner ribben is verbrijzeld. Dat dit feit valt onder het bereik van art. 14 der wet van 29 juni 1854 in verband met de artt. 228 en 230 van Wetboek van Strafrecht, doch dat de strafbaarheid, bij gebreke van waardeerbaar geldelijk nadeel door de opgewonden toestand, waarin de beklaagde verkeerde, wordt verkleind.

 

Het zou fijn zijn als iemand mij daarbij kan helpen, aangezien het m.i. een essentieel deel van het proces verbaal is.

Reacties (3)

Andreas zei op vr, 08/21/2026 - 19:34

Hier de volledige tekst, met aanpassing van alle onnauwkeurigheden.

Overwegende, dat uit de verklaringen van twee 
getuigen ter teregtzitting onder eede gehoord, 
wettig en overtuigend is gebleken, dat een dier 
getuigen, onbezoldigd Rijksveldwachter te 
Raamsdonk, op de 15e Augustus laatstleden, eenige 
koeijen van den beklaagde Petrus Hamers, 
die op eens anders grond weidende waren, 
heeft willen aanhouden om ze in eene schaaps-
kooi te brengen, en dat de beklaagde 
daarover verstoord, aan genoemden 
veldwachter ter dier gelegenheid, moed-
willig met eenen stok, eenen gevoeligen 
slag in de zijde heeft toegebragt, waar-
door een zijner ribben is verbrijzeld;
dat dit feit valt onder het bereik van 
art. 14 der wet van 29 junij 1854 in 
verband met de artt. 228 en 230 Wetboek 
van Strafregt; doch dat de strafbaar-
heid, bij gebreke van waardeerbaar gel-
delijk nadeel, door den opgewonden toe-
stand, waarin de beklaagde verkeerde, 
wordt verkleind;

Geert Ouweneel zei op vr, 08/21/2026 - 19:44

Met nog enkele kleine correcties:

 

Overwegende dat uit de verklaringen van twee 
getuigen ter terechtzitting onder ede gehoord, 
wettig en overtuigend is gebleken, dat één dier 
getuigen, onbezoldigde rijksveldwachter te 
Raamsdonk, op den 15e Augustus laatstleden, eenige 
koeijen van de beklaagde Petrus Hamers, 
die op eens anders grond weidende waren, 
heeft willen aanranden om ze in een schaaps-
kooi te brengen, en dat de beklaagde, 
daarover verstoord, aan genoemden 
veldwachter, ter dier gelegenheid, moed-
willig met een stok eenen gevoeligen 
slag in de zijde heeft toegebragt, waar-
door één zijner ribben is verbrijzeld, 
dat dit feit valt onder het bereik van 
art. 14 der wet van 29 Junij 1854 in 
verband met de artt. 228 en 230 wetboek 
van Strafregt; doch dat de strafbaar-
heid, bij gebreke van waardeerbaar gel-
delijk nadeel door den opgewonden toe-
stand, waarin de beklaagde verkeerde, 
wordt verkleind;

Gezien art. 52 van het Wetboek van Strafregt en de artikelen 207
en 227 van dat van Strafvordering.
Regtdoende in naam en vanwegen den Koning:
Verklaart de beklaagde schuldig aan: het toebrengen van
een slag van een bedienend beambte, in de uit-
oefening zijner bediening, waaruit kwetsing
is ontstaan, onder verzachtende omstan-
digheden,
en krachtens artt. 24 no. 1 wet van 29 Junij 1854 Staatblad 102
artt. 228, 230, 463 wetboek van Strafregt en art. 20,
luidende: der wet voornoemd
Artr. 14. Met gevangenissstraf van twee tot vijf jaren
worden gestraft:
1. de gemelddadigheden tegen ambtenaren en agenten
vermeld in art. 230 van het wetboek van strafregt,
indien zij slechts bloedstorting, kwetsing of ziekte
hebben voortgebragt.
Art. 228. Artikel in het Frans.
Art. 230. In het Frans.
Art. 20. Het art. 463 wetboek van strafregt is
toepasselijk in de gevallen van artt. 5, 6, 10, 11,
12, 14 enz. dezer wet.

Ad zei op za, 08/22/2026 - 10:45

Dank voor jullie reactie en aanvullingen. Ik ga ervan uit dat "heeft willen aanranden" (van Geert) toch "heeft willen aanhouden" (van Andreas) moet zijn, wat in de context ook beter aansluit. Peter Hamers komt er met een straf van één maand goed weg. Deze straf heeft hij van 23 december 1868 tot 22 januari 1869 uitgezeten. Hij was toen 67 jaar oud.

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.