Mijn heer,
Off wij wel ocktroy hebben voor eenich-
ghe jaren van verscheyden schroeff water-
wercken, soo van de Ed. Hoog Mogende Heeren
Staten Generael der Vereenichde Neder-
landen, als van de ridderschap, eedelen
ende steden van Hollant, ende West-
vrieslant, ende van geen andere pro-
vintien meer, soo dunckt mijn nodich
ende goet waere om onse inventie in
meerder waerdicheyt ende tot grooter
proffijt te moghen brenghen men oock
ocktroy versochten voor al van Vries-
lant ende Oostvrieslant, alsoo in
die quartieren veel onbedijckte meeren
ende wateren sijn, ten anderen omdat
ick verstaen hebbe, dat seeckere perssoonnen
van grooten staet en aensien van meenin-
ghe sijn in die quartieren voornoemt z.a.z.
meeren droog te maecken ende haer ooge
hebben om onse schroeff inventie daertoe
te gebruycken, alsoo het pomp inventie
dat bij de Ed. raetsheer Koendersz int noor-
der meertien heden gebruyckt wert haer te
kostelijck soude vallen, soo het anders
gheen proffijt en soude doen, gelijck het tot
nochtoe aldaer gedaen heeft, maer
alsoo ick verstaen hebbe, dat een perssoon
uut Vrieslant ofte Oostvrieslant nae
de geleghentheyt van onse ocktroye onder-
socht heeft hoe lang ende wijt onse
ocktroy was strecken, vreesse ick dat het
selffde op en quade gront leyt, te
weten, soo sij verstaen wij in die quartieren
geen ocktroy en hebben, sij onse inventie
sullen stellen, sonder ons te kennen,
ofte dat sij sullen van onse inventie
in die quartieren ocktroy versoecken, daerom
soo diennen wij soo veel doenlijck is dat selffde voor
te comen met ocktroy te versoecken, ghe-
lijck ick voorgestelt hebbe, opdat wij /
niet alleen tot desen tijt toe de moeyten,
maer oock de schade gehadt en hebben, ende
en ander nu met de proffijten soude
doorgaen.
Ick hebbe mijnheer Davidt van Baerle eenich-
ghe namen opgegeven van perssoonnen,
soo veel mijn doenlijck geweest is, die
onse inventie van de leggende schroeff
gestelt hebben, sonder ons te kennen,
welcke moeyten van schrijffven aen die
perssoonnen de Ed. heer Davidt van Baerle
aengenomen heeft haer te waerschouwen
dat sij met ons comen ackerdeeren, ofte
dat hij nae kracht van onse ocktroy
haer sal de boetten affnemen die daertoe
gestelt is, vale.
Mijnheer
U Edele onderdanichge
Simeon Hulsebos
In Amsterdam
den 4 Jannewarie
1645
Beste Erik, in de resoluties van de Staten-Generaal op https://goetgevonden.nl zie ik een resolutie van 10 februari 1642 over een rekest van Hulsebosch (daar als Hulsbosch gespeld) waarin zijn octrooi met 25 jaar wordt verlengd, zie https://app.goetgevonden.nl/detail/urn:republic:inv-3248-date-1642-02-1… .
Geert, veel dank!!
Otto, dank ook voor dit leuke extra speurwerk, dat waardeer ik zeer!
Hg,
Erik
Erik
zei op vrijdag 10 juli 2026 - 08:52