Heer notaris, den brenger deses,
genaempt Dinggeman Jan Joosten, heeft opten
XXIIIIen July 1627 als voocht van de twee
onmondige kinderen van Dirick Duyster, ruyter,
aen Heiltge Pietersdochter, geprocreert aen de
heeren weesmeesteren van Sgravenhage als
oppervoochden vande voorsz. weeskinderen
behandicht zeeckere obligatie notariael
van vijff hondert rijnsguldens tot XX stuyver tstuck
capitael, by de Edele joncheeren Willem ende
Phillips van Nassau opten IIIen January 1624
voor uwer Edele ten behouve van Dirick Duyster,
ruyter tot Breda, gepasseert, ende alsoo
de voorsz. Edele joncheren weygerich zijn de
voorsz. VC gulden metten intereste vandyen volgende
de voorsz. obligatie aen de heeren weesmeesteren
in qualite als boven te betaelen, onder pretext
alleen dat men haere signatueren ende
onderteyckeningen van haere Edele handen selffs
geschreven nyet en kan thoonen, soo wil
ick vanwegen de voorsz. heeren weesmeesteren
uwer Edele bij desen vrundelick gebeden hebben
indyen het eenichssints mogelick ofte
doenlick is aen den voorsz. Dinggeman Jan
Joosten de principaele minute van de
voorsz. obligatie, alwaer de voorz. joncheren
selffs geteyckent hebben, te behandigen, omme
de voorsz. joncheeren te thoonen opdat zijylieden
geene vordere excusen mogen maecken, ende
de voorsz. weeskinderen tot haere gerechticheyt
ende betalinge te comen ende geraecken mogen,
waerinne de kinderen grooten dienst sal
geschieden ende hierop uwer edele antwoort
verwachten. Zijt ende bevolen, geschreven
in Sgravenhagen den XXVIIen Juny 1632.
Uwer edele goede vrundt,
als secretaris van de
weescamer van Den Hage voorz.
J. Dehemeler 1624
Ick ondergeschreven notaris ende oock mede secretaris van de
weescamer bynnen Breda, als mede executeur
van den testamente wylen den notaris mr. Adriaen
Sgraeuwen, verclare ende attestere, mits desen dat
ick desen volgende hebbe opgesocht ende gesien
het iregistere oft protocol notariael bij denselven
Sgraeuwen gehouden ende dat daerinne
by de hant van hem Sgraeuwen
geschreven staet de obligatie van vijffhondert rijnsgulden
over d’ander sijnde deser gedateert, ende
by Guillaume ende Philippe de Nassau,
beneffens de getuygen daerinne genoemt,
ondergeteykent, sulcx dat deselve obligatie daer
nyet en van uuytgenomen noch oock over
gesonden worden, als conde oock wesen tegens stile
ende maniere van doen. Des t'oirconden dese
geteykent den eersten September 1632.
Ant. Dyrven 1632
Henry Duisters
zei op donderdag 16 juli 2026 - 14:56