Met verbeteringen:
Op huyden den XXXen Maert 1637 compareerde
voor mij notaris in presentie van den getuygen naerge-
noempt Jan Hendricxsz Boeyen ende Henrick Boyen,
desselffs zoon, dewelcke bekenden wel ende deuchdelijck
schuldig te wesen aen Henrick Willemsz Wittingh, cleermaecker,
borger deser stede, de somme van vyer hondert carolus gulden
tot XX stuijvers tstuck, spruytende uyt saecke van geleende penningen,
die sij comparanten bekenden tot haeren wille ende contente-
mente in goede spetie van gelde ontfangen te hebben,
belovende derhalven sij comparanten tesamen, ende elx een voor
al, als principael onder de renunchiatie als boven,
aen den voornoemden Wittingh, ofte thoonder deser grosse, de voorn.
somme van IIIIC gulden te betaelen ende restitueeren, binnen
deser stede Dordrecht, tot hen comparanten coste binnen ses
maenden naer date van desen met
alle costen, schaden ende intresten, die daeromme gedaen
ende geleden souden mogen werden, den intrest te rekenen
jegens den penningen XVI int jaer, innegaende huyden
date deser ende geduyrende totte volle betaelinge van
desen, daer onder verbindende henluyder comparanten
persoonen ende goederen, soo roerende als onroerende, present
ende toecomende, die ende de keure vandien stellende ten
bedwange van allen rechten ende rechteren, alles
sonder fraude. Aldus gedaen ende gepasseert binnen
Dordecht ter presentie van Peter Duijsters cleermaecker ende
Pieter van den Ancker, clercq mijns notaris, als getuygen.
Henrick Broijen
Jan Hendrycksen Boyen
Peter Duysters
Pieter vanden Ancker
(in de marge)
maesschippers van
Celssen
te saemen ende
elcx een voor al als
principael onder ren-
nunchiatie van de benefitien
ordinis et excussionis den
effecte van dien henluyden bij
my notario wel onder
recht sijnde
Henry Duisters
zei op donderdag 30 juli 2026 - 11:51