Op huyden den 27en November anno 1671 compareerde
voor mij Jacobus Wenck, openbaer notaris, bij den
provincialen Hoove van Hollant geadmitteert, binnen der
stadt Leyden residerende, ende voor den nabeschreven getuygen,
Jan Quaet Gras, greinwercker, out 29 jaeren ende Huybert
Payde, mede greinwercker, out ontrent 26 jaren, beyde
woonagtich binnen deser stadt Leyden, ende hebben sij
comparanten voornt. bij hare mannen ware woorden in plaetse van eeden, ten versoecke van
Jan Jouvernaux, alle binnen dese stede woonagtich,
geattesteert, getuycht ende versekert
warachtich te wesen t'geene volcht, dat sij getuygen
verleden Maendach de clocke ongevaerlijck elff uyren
nevens Jacop Cogies ende Gillis Deurwaerde in de huysinge
van den requirant in desen sijn geweest ende aldaer
nae eenige gehouden discoursen verclaren mit haer eygen ooren
van derselven Jacob Cogies ende Gillis Deurwaerder
persoonlijck hebben sijluyden gesien de requirant in desen onnoosel ende ontschuldich
was aen het ontcomen ende sjaperen van den gevangen ende
laest geapprehendeerde persoon op Zoeterwoude
ende denselven requirant doen had toelaten ende
wanneer hij t'consent tijde deselve bewaringe van den geapprehendeerde
off gevangen was een weinich gaen leggen rusten dat
ooc sijluyden jegens hem requirant noch hebben gesegt
gaet vrij gerustelijck leggen, wij sullen wel waecken
ende den gevangen bewaren, seggende voorts
den requirant evenwel ongerust was ende jegens
Jacob ende Gillis voornt. noch hadde gesecht wanneer
ic wiste ghijluyden niet wacker soude blijven, soo soude
ic niet gaen leggen waerop sij den requirant noch tot
seecker verseeckertheyt geantwoort hadden, hebt ghij geen
vreese, wij sullen den gevangen wel bewaren ende wacker
blijven, verclarende noch sij getuygen mede dat sij de
voorsz. Jacob ende Gillis ..rechtelijck hoe het evenwel
quam te gebeuren den gevangen het ontquam
sijluyden jegens hen getuygen seggen
mede dat den requirant in slape was gelegen sij mede buyten
vermoeden in slaep waren geraeckt, seggende daerbij
gelooffen nootsaeckelijck betoonen te moeten
sijn geweest alle met sulcke off diergelijcke woorden in substantie, wijders
niet getuyghende, presenterende t'gunt voorsz. staet des noot ende
versocht sijnde meede mit eede te bevestigen. Aldus
geapsseert binnen Leyden ter presentie van [open plek]
als getuygen in desen versocht.
Jan Quat Gras
Hubert Paide
Willem van Cronenburch
Pieter van croonenburch
t'Welck ic affirmere
J. Wenck, notaris publicq, 1671
Ad
zei op zaterdag 5 september 2026 - 12:50