Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Mishandeling in 1786

In 1786 heeft één van mijn tantes zich kennelijk wat loslippig getoond en zekere Jacob van Toor aangewezen als 'pasquille maker', d.w.z. iemand die smaadschriften tegen stadhouder Willem V maakte. Hij nam haar dat niet in dank af. Het grootste deel van de tekst kon ik ontcijferen, zie onder, maar enkele woorden blijven nog onduidelijk. Wie ziet scherper dan ik?

Dank en groet,

Mark Slinkman

Informatie[1] genoomen van Willemina Slinckman dienstmaagd bij de Heer J.L. van Aysma

 

Verklaart dat zij op maandag avond den 3 feb. 1786 de klok circa halff zes uure is gegaen na de winkel om olij en andere winkelwaren te halen, als ook twee roggenbrooden bij de bakker, dat zij daar mede na het casteel wilde gaen, als komende tot op de hoek van het huijs bewoond bij de heer Rappard, aldaer heeft zien staan Jacob van Toor, alhier woonagtig die haar aenstonds zonder eenige voorafspraak vroeg off zij niet gezegt hadde dat hij de pasquille maker was, en tegen wie zij zulks gesegt hadde waer op door attestante geantwoord is, dat heb ik niet gesegt, warop oogenbliklyk door gem. Jacob van Toor aen haar attestante eenige slagen met zijn hand aan haar hoofd is gegeven tot dat zij attestante op de gronnd neerslaande haar tegelyk het brood, olij en verdere winkelwaren, was haar … gehaald, uyt de hand in den slijk hebbend zij attestante … gesien, wanneer zij op de grond lag, dat Herman Coerman mede hier woonagtig, van agter het … huijs, van de heer G. Rappard, is toegekomen, en haar attestante op de grond leggende, eenige trappen met zijn voeten … haar in de zijde heeft gegeven zonder verders een woord tegen haar attestante gesproken te hebben.

Zijnde zij beijden Jacob van Toor, Herman Coerman daar op aenstonds  gaen lopen na de straat, staende zij attestante middelerwijs op en raapte haar muts en hoed weder op, die afgeslagen waren geweest.

Ziende zij attestante als toen bij haar de vrouw van Herman Loosebroek en staende voor het huijs van de heer Rappard nog verscheijde menschen waer van zij attestante niemand met zekerheyd weet te noemen.

Zijnde zij attestante vervolgens na haar huis off het casteel gegaen wanneer haer heer haer gelast heeft het brood, en olij te brengen aan het huijs van de [Lands..] in qualiteyd als stadh. en het gebeurde aen te geven, het geen door haar attestante geschied is, en vervolgens weder na het casteel gaende, is de selve bij het agterhuijs van de Zwart met een steen tegen haar arm gegooyd, en bij weten van de knegt van de H van Aysma, Johannes …. En hebbende daarop de vlugt genomen in het huijs van de H. Rappard, tot dat zij attestante onder assistentie van den diender op last van de [Lands] mede gegeven, is na huys gegaen, zonder dat er verders iets meer is voorgevallen. Aldus onder presentie van eede afgegeven te Batenburg den 4 feb 1786. [w.g.] W. Heshusius, Ludolf Buijs.


 

[1] Gelders Archief, 0130 ORA Batenburg inv. nr 14, f. 47-48.

Reacties (3)

Mark Slinkman zei op zo, 12/28/2025 - 17:14

Hierbij de tweede bladzijde van het document

Andreas zei op zo, 12/28/2025 - 20:41

een poging:

andere winkelware te halen

voor haar Heer gehaald,

zij attestante vader gesien

van agter het Herenhuijs

met zijn voeten op haar

van de H van Aysma, die daer op is na huijs gelopen, Johannes ???

Aldus onder præsentie van eede

 

Mark Slinkman zei op ma, 12/29/2025 - 22:37

Veel dank!

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.