Inventaris van de roerende ende
onroerende goeden, achtergelaten
bij zalige Dirck Cornelisz den Douwelder,
metselaer, gedaen maecken
bij mij notaris onderscreven,
ten versoucke van Jacop Jacopsz
Goetcoop, ende Sander Aelbrechtsz,
drapier, als voochden, bij de burger-
meesteren ende weesmeesteren der stede van
Leyden gestelt over die nagelaten
weeskinderen van de voorsz. Dirck
Cornelis ende zalige
Cornelis Dircksz, zijn zoon. Actum ter
presentie van de voorsz. voochden, Bonifaes
Ghijsbrechtsz, smit, Beligje Cornelis-
dochter, zijn huysvrouwe oome ende
moeye van de voorsz. weeskinderen
Pietertgen ende Marytgen, des
voorn. zalige Dirck Cornelisz dochteren,
Marytgen Jansdochter, des voorn. zalige
Cornelis Dircxz weduwe ende Pieter
Jacopsz, neve van de voorn. Dirck
Cornelisz, mitsgaders Jacop Thomasz
Brouwer, ende Olivier Phillipsz
als getuygen hiertoe gerequireert.
Brieven
Eerst een schepenen bezegelden
waerbrieve, beginnende: Wij Geryt
Fransz doe, ende Cornelis Gerytsz
van Poelgeest, schepenen in Leyden etc.,
inhoudende de helfte van een huys ende
erve, staende om den houck van de Coppen-
hiecxstege, gepasseert bij Heynrick
Engelsz. drapier, als man ende
voocht van Machtelt Jansdochter,
eertijts wedue van wijlen Jacop
Pietersz. Houtman, ten profijte van de
voorsz. Dirck Cornelisz, van date
den 20en January 1559.
/
Nocj drie schepenen bezegelden
brieven, door malcanderen getransfixeert,
beginnende d'eerte: Wij
Frans Gerytsz Gool ende Jan van
ende geeft scheoenen in Leyden etc.,
inhoudende een halff huys ende erve,
gelegen up Sinte Pancraes kerckgraft
om den houck van de Coppenhicxstege,
gepasseert bij Symon Pietersz Coman
ten profijte van Jacop Aelwijnsz
Rootsieder, van date den 15en Marty
1560, de tweede beginnenden:
Wij Geryt Boeckelsz Buytewech ende
Jan Leye Gerytsz. schepenen in Leyden etc.,
waerbij de voorsz. Jacop Aelwijnsz
Rootsieder de voorsz. helfte van de
huysinge getransporteert heeft ten
behouve van Jacop Pietersz Houtman,
van dat den 7en Apilis 1546
ende de derde beginnenden: Wij Adriaen
Jasnz, ende Jan Huych Andriesz, schepenen
in Leyden etc., waerbij Claes Jansz
ende Cornelis Gerytsz Poelgeest, brouwers,
beloven Jacop Pietersz voorn. de
voorsz. helfte vant huys te waren,
van date den elften January 1552.
Noch een schepenen bezegelden waerbrieve,
beginnende: Wij Geryt Fransz Doe, ende
Cornelis Gertysz van Poelgeest, schepenen
in Leyden etc.
Zo gaat de akte nog even door met een opsomming
van waardepapieren en huisraad.
Wil je dat ook allemaal uitgewerkt hebben? Laat
het even weten.
Dieuwertje goedkoop
zei op donderdag 17 september 2026 - 11:58