Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

gijzeling in Bergen op Zoom in 1630

In de gijzelkamer van de gevangenpoort in Bergen op Zoom kerven Antoni de Vos en zijn zwager Meerten van Camp uit Niel (  B ) in 1630 hun naam in de wand. Notaris Jan van Wesel maakt 20 januari 1631  in Bergen op Zoom een akte op waarin een relatie gelegd wordt tussen deze gijzelaars en een affaire van hun dorpsgenoot Jean Baptist Aernouts met Ritmeester Van Eeckeren uit Bergen op Zoom.

Ik verwacht dat in nagenoemde aktes staat wat er aan de hand is. Maar ik kan geen oud schrift lezen.

Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0025, Periode: 1630, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0025, 2 augustus 1630, Notaris Jan van Wesel, Minuutakten van andere akten, 1630, aktenummer 125, folio 291-292

Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0025, Periode: 1630, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0025, 27 augustus 1630, Notaris Jan van Wesel, Minuutakten van andere akten, 1630, aktenummer 141, folio 331-332

Wie vertelt me wat de affaire inhoudt ? Bij voorbaat al heel veel dank.

 

Reacties (5)

Geert Ouweneel zei op za, 05/15/2021 - 14:13

2-8-1630
Compareerden voor mij Jan van Wesel, notaris openbaer etc.,
mette getuygen naergenoempt, Hieronymis de la Croix,
woonende te Wilmerdonck buyten Antwerpen, ende Jan de
Reyger, woonende tot Deurne, oock buyten Antwerpen,
ende hebben ten voersoucke van jonckheer Robert van Eeckeren,
heere van Stabrouck, ritmeester onder een compagnie curasseurs
van desen garnisoene, gesamentlijck ende eendrachtelijck, sonder
eenige inductie dan alleenlijck omme de waerheyt getuygenisse
te geven, verclaert, getuycht ende geattesteert, getuygen
mitsdesen met presentatie van solemnelen eede des noot
zijnde, waerachtich ende hen wel kennelijck te
wesen als daechlijckx binnen Antwerpen verkeerende,
gelijck zijluyden over vele jaeren continuelijck hebben gedaen, dat
Jan Baptista Aernouts over ontrent vier of vijff
jaeren geleden, onbegrepen den plaets en tijde, binnen Antwerpen
voorsz. op s'heeren steen is geweest des voorsz. ritmeesters
gevangene ende dat den selven Jan Baptista de
voorsz. gevanckenisse is ontcomen, oft ontloopen, sonder
dat zij comparanten eygentlijck weten bij wat middel ofte maniere
sulcx is geschiet, doch verclaeren zij comparanten
dit sekerlijck wel te weten, dat den voorn. Jan Baptista
Aernouts bij middel van rechte uyte gevanckenisse
niet is geraect. Voorders verclaerde den
voorsz. Hieronymus de la Croix alleene hem wel
kennelijck te zijne, dat den voorsz. Jan Baptista Aernouts
hem uyt den gevanckenisse heeft geriteert int clooster
van Pieter Puts binnen Antwerpen, ende dat hij deposant
denselven Jan Baptista int voorn. clooster tot vele
ende verscheyden reysen heeft gesien, alles sonder
arch of list. Aldus gedaen ende gepasseert tot Bergen
opten Zoom voorsz. den 2en Augusti anno 1630 ter /
presentie van Jan Jacobssen, schipper, ende coopman ende
Wouter Jacobssen, arbeyder, beyde poorters ende borgers
deser stadt, als getuygen, et signamerunt
Jereonimus de la Crooxe
Jan de Reygher
Jan Jacopsen
't Merck van de voorsz. Wouter Jacobsen
J. van Wesel notaris

27-8-1630
Compareerden voor mij Jan van Wesel, notaris openbaer
etc., mette getuygen naergenoempt. Cornelis Maris,
Henrick van Rhijn ende Dierck van den Velde, alle
ruyteren onder de compaingie van den heer ritmeester
van Eeckeren, denwelcke sonder eenige inductie
dan alleenlijck omme der waerheyt getuygenisse
te geven, hebben gesamentlijck ende eendrachtelijck
vercleert, getuycht ende geattesteert, gelijck midts
desen, met presentatie van solemnelen eede des noot
zijnde, waerachtich te wesen dat zij comparanten
ende Pieter Michielssen, mede ruyter onder de voorsz.
compaignie, jegenwoordich absent sijnde, nu ontrent
acht weken geleden, onbegrepen den precysen tijd,
op eenen Sondach ontrent den middach, door expressen
last van den voorsz. heer ritmeester van Eeckeren binnen
den dorpe Niel gevangen hebben genomen eenen Jan
Baptista Aernouts, alsdoen woonende tot Niel voorsz.,
sittende op eenen coetswagen omme hem alhier
binnen Bergen te brengen ende alsoo denselven
Aernouts van den wagen niet en wilde commen, seggende tegens
de comparanten, ick hebbe liever dat gij
mij dootschiet, dan dat ick van de wagen comme, zijn
sij comparanten genootsaeckt geweest hem
metten voorsz. wagen aff te brengen, hebbende den voorsz.
Jan Baptista Aernouts onder wegen de comparanten alle
middelen van inductien voorgevoert opdat se hem souden laten gaen, hen
onder andere vele gelts thoonende ende presenterende,
seggende, eyscht wat gij wilt, bent met mijn bederff niet geholpen, cundt
gij swijgen, ick sal wel swijgen, waertoe zij comparanten geenssints gewilden
verstaen, maer hennen last volgende, is den wagen al doen voorts rijden
ende wesende ontrent anderhalff ure van Niel tot onder
Artsselaer zijn hen een groot getal huysluyden
van Niel soo te voet als te peerde, met
roers ende ander geweer gevolght daeronder mede te
peerde was den secretaris Lucas Henrick met den
degen op de zijde, de voorsz. huysluyden aenleydende /
dewelcke hem comparanten hebben omsingelt met gewelt
ende tegens hennen danck den voorsz. gevangene affgenomen, waerover zij comparanten
hen geweer affleggende seyden, die onsen gevangenen
nemen die nemen oock ons geweer, seggende den voorsz. secretaris
dat hij instont voor al tgene dat daeraff commen
soude, ende dat hij oft den voorsz. Aernouts binnen
Bergen bij den ritmeester commen soude als zij ontboden
souden worden, waervan zij comparanten versochten
een schriftelijcke acte ofte bescheet omme haer
bij de ritmeester te mogen verantwoorden, welck bescheet
die van Niele hem hebben gegeven in der handt getekent, geschreven bij den
voorsz. Aernotus selve, naer zijne fantasie (alsoo zij
comparanten niet connen lesen oft schrijven) ende bij den-
selven Aernouts neffens den secretairs ende schepenen van Niel ondertekent,
hebbende deselve secretaris de comparanten oock een ander bescheet doen
teeckenen. Alles sonder arch oft list.
Aldus gedaen ende gepasseert tot Bergen opten Zoom voorsz.
ten comptoire mijns notaris, den 27 Augusti anno 1630,
ter presentie van Michiel Stevenssen, beenhacker, ende
Johannes van Briel, clerck mijns notaris, als
getuygen et signamerunt.
't merck van Cornelis Maris
't Merck van HVR Henrick van Rijn
't Merck van Dierck van den Velde
Machiel Stevensen
J. van Briele 1630
J. van Wesel notaris

Ad van Moll zei op za, 05/15/2021 - 14:52

waw ; dank je wel Geert. Ik loop al jaren met deze vraag en nu  ineens in twee uren tijd door jou opgelost . Hiep hiep !!

Ad van Moll zei op wo, 06/30/2021 - 11:14

Dit sensationele verhaal kan eigenlijk niet zonder info over de oplossing van het conflict. Ik verwacht dat dat te vinden is in navolgende actes.Mag ik nog één keer een beroep op u doen ?

West Brabants Archief te Brabant, Notariële archieven
Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0026, Periode: 1631, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0026, 27 maart 1631, Notaris Jan van Wesel, Minuutakten van andere akten, 1631, aktenummer 66, folio 275-276

West Brabants Archief te Brabant, Notariële archieven
Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0026, Periode: 1631, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0026, 29 maart 1631, Notaris Jan van Wesel, Minuutakten van andere akten, 1631, aktenummer 67, folio 277-277

West Brabants Archief te Brabant, Notariële archieven
Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0026, Periode: 1631, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0026, 12 april 1631, Notaris Jan van Wesel, Minuutakten van andere akten, 1631, aktenummer 80, folio 305

 

Geert Ouweneel zei op wo, 06/30/2021 - 13:18

BOZ24000022_176
Compareerde voor mij Jan van Wesel, notaris openbaer etc.,
tot Bergen opten Zoom residerende, mette getuygen
naergenoemt, sr. Jacques Mannaerts corneth van de
compaignie van saliger den heer ritmeester van Eeckeren, den-
welcken door commandement van den Ed. heere van
Rhone, gouverneur deser stadt, bij den major
vant garnisoen rechtelijck geciteert zijnde, omme der
waerheyt getuygenisse te geven, ten versoucke van
Cornelis Maris, Henrick van den Rhijn, Dierck van den
Velde, ende Pieter Michielssen van Poperingen, alle
ruyteren van de voorsz. compaignie, heeft verclaert,
getuycht ende geattesteert, gedaen op den eede bij hem
aen den lande gedaen, die hij, des noot zijnde, tot desen
eynde bereyt is te vernieuwen, waerachtich ende
hem comparant wel kennelijck te wesen, dat hij
comparant nu ontrent thien off elff maenden
geleden onbegrepen, zijnde bij den voorn. heer ritmeester
van Eeckelen, t'zijnen huyse, heeft gehoort dat
deselve heer ritmeester van Eeckelen aen den voorn.
Cornelis Maris, een van de requiranten, daer mede
present zijnde, heeft last gegeven omme met
hem binnen te halen eenen Jan Baptista Aernouts,
hem onthoudende ten platten lande, die den heer
ritmeester seyde hem een oft tweentwintich duysent
guldens schuldich te zijne, ende dat den voorn.
ritmeester aen den voorsz. Cornelis Maris belooffde met
hem vieren daeraff een duysent gulden te geven, soo
zij den voorsz. Aernouts binnen deser stadt conden /
brengen, alles sonder arch off list. Aldus gedaen
ende gepasseert tot Bergen opten Zoom voorsz. ten
comptoire mijn notaris, den 27en Marty anno
1631, ter presentie van sr. Jacques Heckaer major vant
garnisoen ende Christiaen Jacobssz mandemaecker,
poorter deser stadt, als getuygen et signamerunt.
Jacqus Mannars
Jakus Heckart
Chrystiaen Jacobs
J. van Wesel nots. pub.

BOZ240000022_178
Compareerde voor mij Jan van Wesel, notaris openbaer etc.,
mette getuygen naergenoempt, sr. Mertten van Druynen, lieutenant
van de compaignie van den heer ritmeester van Eeckelen saliger, den-
welcken door commandement van de Ed. heer van Rhone,
commeneur deser stadt, bij de major vant garnisoen
rechtelijck geciteert zijnde, omme der waerheyt getuygenisse
te geven ten versoucke van Cornelis Maris, Henrick van
Rhijn, Dierck van den Velde, Pieter Michielsz van
Poperingen, alle ruyteren van de voorsz. compaignie,
heeft verclaert, getuycht ende geattesteert getuygen etc. midts desen
op den eede bij hen aen den lande gedaen, die hij, des noot zijnde,
tot desen eynde bereyt is te vernieuwen,
waerachtich ende hem comparant wel kennelijck te
zijne, dat hij den voorsz. heer ritmeester van Eeckelen in zijne
leven verscheyden reysen heeft hooren seggen, dat hij de voorsz.
vier ruyteren, requiranten, heeft belooft duysent guldens te
geven, bij aldien zij eenen Jan Baptista Aernouts binnen
deser stadt conden brengen, verclaert mede hij comparant,
dat hij den voorsz. ritmeester naerdat de voorn. ruyteren den
voorn. Aernouts gevangen hebben gehadt ende dat die van
Melsen denselven Aernouts gewapenderhandt hadden
affgenomen ende voort hem borge waren gebleven,
heeft hooren seggen dat hij metter borchtocht van de
huysluyden, soo wel tevreden was, als metten
voorsz. Aernouts selffs, ende dat hij evenwel belooffde
de voorsz. ruyteren te contenteren, soo den voorsz. Henrick van
Rhijn, een van de ruyteren, den voorsz. ritmeester hier aff sommige
reysen vermaende ende aensprack, sonder arch of
list. Aldus gedaen ende gepasseert tot Bergen op ten
Zoom voorsz., ten comptoire mijns notaris, den 29en /
Marty anno 1631, ter presentie van Christiaen Jacobsz
mandemaker ende Matthijs Janssz smith, poorters deser
stadt als getuygen, et signamerunt.
Marten van Druenen
Christiaen Jacobs
Maetijes Jansse
J. van Wesel nots.

BOZ240000022_199
Compareerden voor mij Jan van Wesel, notaris openbaer etc.,
mette getuygen naergenoempt, Jan Pietersz van Ittergem,
quartiermeester van de compaignie van saliger den heer ritmeester
van Eeckelen, ende heeft ten versoucke van Cornelis
Maris, Henrick van den Rhijn, Dierck van den Velde, ende
Pieter Michielsz van Poperingen, alle ruyteren van de voorsz.
compaignie, sonder eenige inductie van
alleenlijck omme de waerheyt getuygenisse te
geven, verclaert, getuycht ende geattesteert gelijck
ende midtsdesen op den eede bij hem aen den lande
gedaen, die hij, des noot zijnde, altijt presenteert
te vernieuwen, waerachtich te wesen, dat hij
comparante den voorsz. ritmeester in zijnen leven
heeft hooren seggen, dat hij aen de voorsz. vier ruyteren,
requiranten, heeft belooft duysent guldens
indyen zij Jan Baptista Aernouts binnen deser stadt
connen brengen, ende naerdat die van Niel
den voorsz. ruyteren de voorsz. Aernouts hadden affgenomen,
ende voor hem borge gebleven, dat hij ritmeester
mette huysluyden soo wel soude te rechte
geraecken als metten voorn. Aernout, sonder
arch of list. Aldus gedaen ende gepasseert
tot Bergen opten Zoom voorsz. ten comptoire mijns
natoris, den 12en Aprilis anno 1631 ter
presentie van d'eersame Joost Bolcole wethouder
deser stadt ende Pieter Philipssz van Wil-
sade als getuygen, et signamerunt.
Bolcoel
X T'merck gestelt Jan Pieters van Ittergem
Pieter van Wielsaede

Ad van Moll zei op wo, 06/30/2021 - 15:54

Dank u wel !!!!

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.