Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

gedeelte uit brief uit het jaar 1619

Ik worstel met de afkorting aan het eind van regel 4. Ook het woord aan het eind van regel 5 kan ik niet thuisbrengen. Wie geeft me duidelijkheid?

Reacties (8)

tim van de Staak zei op zo, 11/26/2017 - 14:17

Het laatste woord van regel 5 lijkt me simpelweg: Van
De afkorting van het eind van regel 4 lijkt me sowieso een uitvulling, wellicht na het woord: Als

J. Kuijpers zei op do, 11/30/2017 - 11:37

Dank. Ik bedoelde eigenlijk de afkorting aan het eind van regel 3 beginnend met: aen haere churvorstelijcke ...

Theo S zei op do, 11/30/2017 - 19:22

Misschien betreft het een afkorting van 'Doorluchtigheid'?

tim van de Staak zei op vr, 12/01/2017 - 07:10

oft

Marjolijn zei op vr, 12/01/2017 - 11:03

Als je het naast de andere letters in de tekst legt staat er "eht"

(Zomaar een ingeving: zou het -als het geen afkorting is- misschien een schrijfvorm van wat nu "het" is kunnen zijn? Het klinkt hetzelfde, 'ut')

Herman Geurts zei op vr, 12/01/2017 - 11:11

ik lees dht, met een trema als afkortingsteken boven de H en T.
Ik vind met google slechts 1 vermelding van :haere churforstelijke doorlugtigheijt
maar dit zou wel passen.Andere aanspreektitel die ik vond is Churforstelijcke Genade, maar dat past hier niet

J. Kuijpers zei op vr, 12/01/2017 - 12:12

Allen veel dank voor het meedenken en de suggesties. Ik ga voor doorluchtigheit. Met de abbreviatuur boven de letters d....h...t lijkt mij dit de beste oplossing.

Michel Oosterbosch zei op za, 12/02/2017 - 21:25

Insgelijcxs hadden die Pfaltzgraevische / ambassadeurs eenen expressen / aen haere Churvorstelijcke Doorluchticheijt / affgaen laeten, wie oock des / volgenden daechs deden die van / Saxen aen hunnen heere. Men / wil seggen dat dese ambassadeurs / geene andere commissie hebben / souden als ad audiendum et referendum (om te aanhoren en verslag uit te brengen), end niet totte electie. Off / nu dese haeren voortganck hebben / sal, wert men binnen weijnich dagen / vernemen. De Cheurfurst van Trier / was seer qualijck te vreeden dat effen / als hij in die stadt quam ende in sijn / logijs ginck, die arme cleene / scholieren casu fortuito voor sijn logement / begonden te singen: “Erholt Ons Heer bij / dijnen woort etc.”

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.