Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Dyrcken Duysters, vestbrief 1621, Schepenbank Breda

Graag controle van mijn transcriptie, met name 

3e en 7e regel middelste pagina: Rijns gulden ? 

14e regel middelste pagina: nabes[taende] ?

13e regel laatste pagina: anno XVIC ende tweentwintich ?

Broeck Lanschot quam Henrick Marten Peeter

Vingerhoets sone ruyter onder de Compaignye van[de]

heere Rytm[eeste]r Waegeman alhyer tot Breda in garnisoen

 

liggende debet den eersamen Dyrcken Duysters,

corporael, onder de voors[chreven] Compaignie de somme van drye

hondert vyftich R[ijns] g[u]l[den] tstuck en[de] eens ter saecken van

goeden geleenden gelde hem den lesten penning metten yersten

deuchdelyck ondergedaen ende overgetelt synde, soo hy bekende

te restitueren ende te betaelen de voors[chreven] dryehondert en[de]

vyftich R[ijns] g[u]l[den] met intrest tegens den penning sesthien van

eenen jaere daerby den voorgen[oemde] Dyrcken Duysters oft syn

actie en[de] opten thiensten dach van meye anno XVIC ende

tweentwintich naestcomende of bij soo verre en[de] sonder

nochtans en[de] verbyndende daer voor de voors[chreven] comp[aran]t

ende settende daer voor te waerborghe ende te verhale

namentlyck ende specialyck syn gerechte derde paert hem

competerende in ende vande goeden nabes[taende] daer aff de andere

twee derde paerten Sebrechten ende Peeteren syne broeders

toebehooren ende competeren soo sy seyde, te weten

yerst in ende van twee huysen ende erffenissen met heure

toebehoorte ende vanden hove daer aen liggende neffens

malcanderen gestaen ende gelegen alhyer binnen Breda

opt Ginnekenseynde neven Jan Matheeus van Henrickx

huys ende erve gen[aem]t den Keerskorff op d'een syde ende

Peeter Peeters des backers huys ende erve gen[aem]t den Roosen-

crans op dander syde, noch in ende van twee andere huysen of

wooningen genaemt den Draeck oock opt Ginnekenseynde

gestaen ende gelegen neven Jan Dyrcx van Lylle huys ende

erve op d’een syde ende Jaspar Dielis Bruynseels huys ende erve

gen[aem]t de Drye Goubloemen op d’ander syde, item noch

zyn derde paert in thuys ende erve genaemt ‘t Gulde Calff

oock alhier binnen Breda inde Tolbrugstraete gestaen

ende gelegen neven Sara Peeter Hoeveners dochters huys

ende erve gen[aem]t de Meulen op d'een syde ende Cornelis

Anthonisse huys ende erve gen[aem]t den Rooden Schilt op d'ander

zyde, item noch syn derde paert in ende vande twee

nieuwe huysinge die hy comparent met syne voors[chreven] twee

broeders onlangs opt Gasthuyseynde byde Gasthuys

kercke getimmert hebben, ende noch syn derde paert in ende

van een stuck lants groot int geheel omtrent twee buyn-

der gelegen in de Leuvensdyck oostwaert aen Jacop Vincken

 

erve alnaest alsulcken commer als daer met recht

schuldich is voor vuyt te gaen, ende soo wanneer hy Henrick

comparent van syne voors[chreven] broeders sal syn gescheyden ende

gedeelt, soo verbynt hy alsnu voor alsdan specialyck

die parcheelen die hem vande voors[chreven] goeden te deel bevallen

zullen ende voorts generalyck se et sua alia bona

met pande als gereet gelt ende op heerlycke ende parate

executie ten tyde ende termyne voors[chreven], renunchieren[de]

ende verthyende mits desen opt recht militaire ende voorts

op alle andere exceptien, cabillatien ende loose vonden

die hem tegens tgene voors[chreven] is ennichsins te hulpe ende

den voors[chreven] crediteur ten achterdeel soude mogen comen,

sonder argelyst, actum anno XVIC ende tweentwintich

thien daege in meye.

hyer off extract

 

Reacties (5)

René van Weeren zei op do, 06/18/2026 - 14:54

Beste Henry,

Prima transcriptie. Ten aanzien van jouw vragen:

* Rijnsgulden klopt: de R is goed vergelijkbaar met de R in Rytm(eeste)r

* nabes(taende) moet zijn naebes(chreven)

* het jaartal is XVIc ende seven(en)twintich

 

Hieronder mijn versie, waarbij ik voor de y een ij heb geschreven waar dit tegenwoordig ook zo zou gelden, voor de afkorting voorsz. geen voluit geschreven versie heb gebruikt (dit is gebruikelijk bij transcripties bij specifiek deze afkorting). Waar jij en(de) las, stond het afkortingsteken voor etc(etera), dat notarissen nog wel eens gebruikten om te verwijzen naar de standaardformuleringen zonder deze uit te hoeven schrijven.

 

Broeck Lanschot Quam Henrick Marten Peeter

Vingerhoets sone ruyter onder de Compaignye van[de]

heere Rytm(eeste)r Waegeman alhyer tot Breda in garnisoen


liggende debet den eersamen Dyrcken Duysters,

corporael, onder de voorsz. Compaignie de somme van drye

hondert vijftich R[ijns] g[u]l[den] tstuck etc(tera) eens ter saecken van

goeden geleenden gelde hem den lesten penning metten yersten

deuchdelijck ondergedaen ende overgetelt sijnde, soo hij bekende

te restitueren ende te betaelen de voorsz. dryehondert en[de]

vijftich R[ijns] g[u]l[den] met intrest tegens den penning sesthien van

eenen jaere daerbij den voorgen[oemde] Dyrcken Duysters oft sijn

actie en[de] opten thiensten dach van meije anno XVIC ende

tweentwintich naestcomende of bij soo verre etc(etera) sonder

nochtans etc(etera) verbyndende daer voor de voorsz. comp[aran]t

ende settende daer voor te waerborghe ende te verhale

namentlijck ende specialijck syn gerechte derde paert hem

competeren(de) in ende vander goeden nabes(chreven) daer aff de andere

twee derde paerten Sebrechten ende Peeteren sijne broeders

toebehooren ende competeren soo hij seyde, te weten

yerst in ende van twee huysen ende erffenissen met heure

toebehoorte ende vanden hove daer aen liggende neffens

malcanderen gestaen ende gelegen alhyer binnen Breda

opt Ginnekenseynde neven Jan Matheeus Ian Henrickx

huys ende erve gen(aem)t den Keerskorff op d'een syde ende

Peeter Peeters des backers huys ende erve gen(aem)t den Roosen-

crans op dander syde, noch in ende van twee andere huysen of

wooningen genaemt den Draeck oock opt Ginnekenseynde

gestaen ende gelegen neven Jan Dyrcx van Lylle huys ende

erve op d’een syde ende Jaspar Dielis Bruynseels huys ende erve

gen(aem)t de Drye Goubloemen op d’ander syde, item noch

zyn derde paert in thuys ende erve genaemt ‘t Gulde Calff

oock alhier binnen Breda inde Tolbrugstraete gestaen

ende gelegen neven Sara Peeter Hoeveners dochters huys

ende erve gen(aem)t de Meulen op d'een syde ende Cornelis

Anthoniss(en)s huys ende erve gen(aem)t den Rooden Schilt op d'ander

zijde, item noch sijn derde paert in ende vande twee

nieuwe huysinge die hij comparent met sijne voorsz. twee

broeders onlangs opt Gasthuyseynde byde Gasthuys

kercke getimmert hebben, ende noch sijn derde paert in ende

van een stuck lants groot int geheel omtrent twee buyn-

der gelegen in de Leuvensdijck oostwaert aen Jacop Vincken

 

erve alnaest alsulcken commer als daer met recht

schuldich is voor uuyt te gaen, ende soo wanneer hij Henrick

comparent van sijne voors[chreven] broeders sal sijn gescheyden ende

gedeelt, soo verbynt hij alsnu voor alsdan specialijck

die parcheelen die hem vande voorsz. goeden te deel bevallen

zullen ende voorts generalyck se et sua alia bona

met pande als gereet gelt ende op heerlijcke ende parate

executie ten tijde ende termijne voorsz., renunchieren[de]

ende verthijende mits desen opt recht militaire ende voorts

op alle andere exceptien, cabillatien ende loose vonden

die hem tegens tgene voorsz. is ennichsins te hulpe ende

den voorsz. crediteur ten achterdeel soude mogen comen,

sonder argelyst, actum anno XVIc ende tweentwintich

thien daege in meye.

hyer off extract

René van Weeren zei op do, 06/18/2026 - 14:54

zie dat ik in de transcriptie het jaartal nog niet aangepast had...

Henry Duisters zei op do, 06/18/2026 - 15:17

René, hartelijk dank voor het nalopen van mijn transcriptie. Een ding snap ik niet: volgens de website van Stadsarchief Breda vestbrieven 1621 (https://stadsarchief.breda.nl/collectie/archief/genealogische-bronnen/d…) is de aktedatum van deze vestbrief 10-05-1621. In de akte zelf staat 10 mei 1622 en aan het slot 10 mei 1627. In een latere akte van Stadsarchief Breda vestbrieven 1623 (https://stadsarchief.breda.nl/collectie/archief/genealogische-bronnen/d…) wordtd verwezen naar 10 mei 1622 met aan het einde de aktedatum 8 augustus 1623. Zou die datum van 10 mei 1627 dan een verschrijving kunnen zijn?

René van Weeren zei op do, 06/18/2026 - 15:31

Nogmaals gekeken naar het jaartal. Inderdaad staat er XVIc ende Eenentwintich (1621). Op die datum sluit hij dus een lening af, die hij belooft af te lossen op 10 mei 1622 (dus een jaar later). De aflossing geschiedt uiteindelijk dus pas op 8 augustus 1623 en hij is dan de aangegane schuld verschuldigd, inclusief de daarop inmiddels rustende rente. Dat is inmiddels aardig opgelopen: de totale aflossing bedraagt uiteindelijk 447 Rijnsgulden, 11 stuivers en 1 oort. Opvallend is dat in de laatste akte als oorspronkelijk geleen bedrag 300 gulden vermeld wordt en in de oorspronkelijke akte 350.

Henry Duisters zei op do, 06/18/2026 - 15:37

René, nogmaals dank voor je reacties

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.