Misschien is de eerste doopgetuige te lezen als 'Gelis de Clayssen de Wilt'? Gillis Claesz de Wilt was schepen van Haarlem.
In Van de Venne 2009, p. 261 staat dat het onduidelijk is hoe de drie doopgetuigen bij Eva zich verhouden tot haar vader, de beroemde Theodorus Schrevelius. De namen van deze getuigen worden echter niet genoemd en heb ik daarom opgezocht in: NHA, DTB Haarlem, inv. 5, p. 162, zie https://hdl.handle.net/21.12102/NL-HlmNHA_2142_5_168.jpg
De namen van de getuigen blijken lastig te lezen en zijn het er nu drie? Wie kan mij helpen?
Den 29 augusti
Eva
Vaeder Theodorus Screvelius van Haerlem, Moeder
Marijken van Teylingen. Getuygen Geks de Clorijssen
de Wiht [sic: With of Wilt?], Catelina Coeba...
Literatuur:
Van de Venne 2009
Hans van de Venne, Het album amicorum van Theodorus Schrevelius 1597-1602: met een overzicht van zijn leven en werken, Amersfoort 2009
Misschien is de eerste doopgetuige te lezen als 'Gelis de Clayssen de Wilt'? Gillis Claesz de Wilt was schepen van Haarlem.
Ik kom nu tot de volgende oplossing:
Gelis Clayssen de Wilt (Gillis Claesz de Wilt, schepen van Haarlem)
Catelina Coebauwe (Goubau)
Zij was in Antwerpen geboren en in Haarlem getrouwd met Maximiliaen Laignier van Rijssel, ‘tafelhouder van leninge’ op de Oude Gracht in Haarlem (ondertrouw 2 oktober 1594, zie NHA, DTB Haarlem, inv. 47, p. 15).
Nog een puntje op de i: er staat Theodorus Screvelius van Harlem i.p.v. Haerlem.
Alexander Thijs
zei op zaterdag 20 december 2025 - 13:00