3 juli 1720
2460 Abram van der Zee de novo gehoort
Gevr(aagd) of hij gev(angene) voorl(eden) zaturdag voor agt daagen
des morgens omtrent 10 uuren niet is geweest
bij de Elandsluiys & of hij gev(angene) aldaar niet beesig
is geweest om het volk aen te moedigen
dat voor of omtrent het huys van Gerrit te Pas was
geweest & ook die geene die het vrouwspersoon
in sijn confessie breeder vermelt & vervolgde
een sleede waar in sat de suster van
---
de vrouw van Gerrit te Pas.
Segt neen
Gevr(aagd) of hij gev(angene) niet tusschen twee dienaars
van de Justitie hebbende in ieder hand een steen
is doorgegaan roepende tegens t volk dat zij
zoude avanceeren & of dezelve dienaar daar
op hem gev(angene) niet een slag met de rotting heft
gegeeven.
Ontkent het.
Gevr(aagd) of hij gev(angene) daarop niet onder de rotting
van dezelve dienaar heeft tragten te koomen
& of hij gev(angene): iemant van sijn gev(angenes) mackers
dezelve dienaar niet van agteren heeft soeken
aen te vatten.
Ontkent het.
Gevr(aagd) of alsdoen niet nog een ander dienaar
van de Justitie is toegeschooten slaande
die geene die van agteren de eerste dienaar
wilde aanvallen met een rotting & of als-
doen de eerste dienaar niet genoodsaakt
is geweest sijn deegen te trecken.
Ontkent het.
Gevr(aagd) of hij gev(angene) met sijn macker daar
op haar niet hebben geretiteert tot aen de vleugel
van de sluys alwaar een ijser-
kramer sat & of hij gev(angene) & sijn macker
---
alsdoen niet bijde een ijsere roeden hebben
genoomen & nade dienaars van de Justitie
geslaagen.
Ontkent het
Niettegenstaande bijde dienaars van de Justitie
hem gev(angene) in facie aanseggen fat alle het geene
inde voorenstaad vraagpoincten breeder wort
vermelt also is gepasseert & voorgevallen.
Gevr(aagd) hoe sijn gev(angenes) macker is genaamt.
Seyt geen acker te hebben.
Act(um) & praes(ent) ut supra.
Maria
zei op woensdag 14 januari 2026 - 17:42