Nog niet alles opgelost...
240 Abram van der Zee van […]
Groenknegt
Gevr(aagd) of hij gev(angene) voorl(eden) zaturdag agt daagen gel(eden)
des morgens omtrent tien uuren niet is geweest
op de Prinsegraft bij de Elandsstraat.
Segt neen.
Gevr(aagd) of hij gev(angene) ter dier tijd aldaar niet is geweest
op een waterschuyt & of hij gev(angene) alsdoen niet
---
heeft aengevat sekere vrouw alhier in ... ...
dewelke voor de gemeente was int waater geworpen.
Segt neen.
Gevr(aagd) of hij gev(angene) dezelve vrouw niet bij de armen
verschyde maalen uyt & onder het waater heft
getrocken & gedompelt, seggende de verkliksters
hoer sullen wij nu van stuurboord aen bakboord
weeder int waater werpen & of hij gev(angene) daarop
dezelve vrouw niet aen de eene zijde van de schuyt uyt
twaater heeft gehaalt & aen de andere zijde weeder
ingedompelt.
Ontkent het & segt daar niet
omtrent geweest te zijn maar van verre wel gesien
te hebben dat er volk op de schuyt was.
Niettegen staande de vrouw die int waater gegoyt
is, hem gev(angene) in facie aensegt dat hij gev(angene) diegeene
is die haar in maniere voors: int water leggende,
heeft mishandelt, seggende dezelve vrouw alvoorens
hem alhier in de boejens gesien te hebben, dat
de neus van hem gev(angene) was ingevallen & dat sij
hem seer wel is kennende.
Gevr(aagd) of hij gev(angene) niet nog vier andere personen
in dien tijd bij sig heeft gehad.
Segt nergens van te weeten.
Act(um) den 2 july 1720 praes(ent)
de Hr. H: officier & Wolters scheepen
Maria
zei op woensdag 14 januari 2026 - 17:39