Ik heb meermaals geprobeerd een intrigerende notariële akte uit 1886 te doorgronden, het lukt mij gewoon niet. Ik kom niet verder dan “Adr. van de Laer”, wat ronduit pover is.
Het betreft 2 pagina’s, dus nogal veel gevraagd, sorry.
Adrianus Hendricks van de Laer zou als gevolg van de ruzie overleden zijn, maar zelfs dat vind ik niet terug. Staat zijn beroep ergens vermeld? Vond die ruzie überhaupt in Oosterhout plaats of ergens anders?
Is iemand bereid mij tenminste een samenvatting van feiten te geven?
Met hoopvolle groet, Gitte
De twee pagina’s zijn uit 1686
Compareerde voor mij Cornelis van Vorssel, openbaer notaris,
bij den Ed. Mog. Rade van Brabant in s'Gravenhage
geadmitteert, binnen de vrijheyt Oosterhout residerende,
ende de gelooffweirdiger getuygen naergenoempt, Aert Jan Huygen,
tavenier, ende Elizabeth Henricx van Reusel, weduwe
van zaliger Adriaen van de Laer, beyde onder ieder hen geneirende met
de tapneringe ende sij weduwe daerenboven bedienende het
ontfangen van den thol alhier, dewelcke ten versoucke van
degene die dese van noode soude mogen hebben, hebben
getuyght, verclaert ende gedeponeert, onder presentatie
te sullen doen ende namentlijck hij 1e deponent dat op sekeren
tijde s'morgens t'sijnen huyse sijn gecomen eenen Cornelis Huybrechts
Verdoncq zaliger ende Henrick Jongbloedt, beyde alsdoen in
militairen dienste, latende ofte commanderende te schencken
een glaesken ofte roomercken brandewijn, welck romercken
uytgedroncken sijnde, hij Verdoncq tegens den vloer in-
comende tegens deselve seyde, dese oft diergelijcke
woorden, wel vrienden wat reden hebt gijlieden dat
gij het hier soo aenstelt, gij hebt geen reden om
mij in mijn huys te affronteren, daerop den voorsz.
Verdoncq hem deponent presenteerde de tromp van't roer,
die hij deponent met sijn linckerhant affweirde,
seggende daerop, ick heb met u onbeleeftheyt niet
te doen, gaet gijlieden henen, wijsende henlieden de deur,
stootende daerop den voorn. Verdoncq hem deponent
met sijn roer omtrent het slaep van sijn hooft,
met soodanig force dat het bloet in overvloet daeruyt sprongh,
ende de litteecken bij sijn leven niet en sal verwasschen,
gaende hij Verdoncq alsdoen buyten de huysinge van hem
deponent tot aen de venster neffens het portael derselve huysinge,
seer woedend ende fulminerende, dreygende hem deponent
met het roer doot te schieten,
ende sulcx oock met alle schijn ende minien soude
hebben geëffectueert ten ware hij deponent hem niet
hadde verseth ende geretireert, allen d'welcke
hij deponent des anderen daeghs heeft bekent gemaeckt aen
den oversten van Verdoncq, onder den welcken de voorsz. militaire
persoonen waren dienende, die daerop antwoorde, als het
weder gebeurt slaet daerop met de stucken sult gij mij
betalen, ende sij tweede deponente verclaert onder presentatie als voor, dat
den voorsz. Verdoncq op sekeren tijde t'haren huyse is
ingecomen in den avont, vergeselschapt met noch
drye militaire persoonen, commanderende eenen pot bier
die hem weirde gelanght, ende terwijle sij hoorden
ende oock verstaen hadden, datter in de kamer eenige /
jongeluyden bij den anderen vrolijck waeren, als hebbende ende
drinckende het quansch oft rijbier van eenige jonge-
luyden die den houwelijcken staete aenverden, hij Verdoncq
met sijne complicen daer met gewelt wilde bij ende in de kamer
wesen, ende sij deponente t'selve eenigen tijd tegen-
houdende met het beschencken van verscheyde pinten
wijn, eyntelijck in de kamer bij het geselschap sijn gereackt ende dat door
groote force ende gewelt, waerop sij deponente
seyde tegens den voorsz. militaire persoonen, wat hebt
gij heir te doen, gaet in de keucken op het gelach,
vattende daervooren Cornelis Verdonccq die binnen ontrent de deur
stont, douwende hem buyten deselve kamer, die alsdoen
liep in eene andere kamer derselve huysinge,
nemende een pistool van de betstede, gaende daer-
mede leggen onder de taffel, ende sijne complicen
treckende heur deigens waermede sij aentasten het
voorsz. geselschap, soodanich dat sij deponente genoot-
saect was t'selve alsdoen aenstonts bekent te maecken
den oversten ofte cappeteyn luitenant van de heer
Verdoncq, die daerop t'haeren husye begaff, ende sij militairen sulcx
gewaer werdende hem ontvlucht, springende ofte
climmende hij Verdoncq over het gebint ofte heyninge
staende tusschen de erve van de voorsz. deponente ende
Haermanus Ophuysen, vallende vermits den donckerte in den bornput
ende naer groot geroep ende geluyt daer weder uyt is
gehaelt, ende omtrent een ure daer-
naer quam hij Verdoncq met groote force stooten
op haer deponents deur, ende met gewelt daerin gecomen
sijnde, haer woedende ende dreygende, sij deponente gesien heeft dat hij Verdoncq natte cleeden
aen had, ende den deigen bloot in de handt, stekende
daermede verscheyde reysen op de deure van de kamer daer de jongeluyden
vrolijck in waeren, alsmede naer degene die hem
omtrent quamen, ende om verdere onheylen
te eviteren sijn deponente andermael heeft gesonden
naer den cappiteyn luitenant de overste van Verdoncq die terstont daerop sont
sijnen kencht ende wachtmeester ende hij Verdoncq sulcks vernemende alsdoen
retireerde, seggende tegens haer deponente, ick sal u sulcx verleeren.
Aldus gedaen ende gepasseert den 20 Marti
1686, ter presentie van Andries Clincq, deurwaerder,
ende Jacob Willen Dercxen, beyde als getuygen hiertoe versocht
ende gebeden.
Aert Jan Huygen
Elisabet Henderieck de wede vrou van Adriyaen van Laer
A. Clinck
X t'Merck van Jacob Willem Dircken
Mij t' oirconde
C. v. Vborssel, notaris publicq, 1686 20/3
Jeetje, dit is fantastisch! En snel.
Ontzettend bedankt, Geert, nu ga ik het eens rustig lezen.
Met vriendelijke groet,
Gitte
Gitte
zei op donderdag 1 oktober 2026 - 14:09