Borghbrieff voor
Antony Peters van de Wal
Wij, Jan Willem Soetens, stadhouder en Theodorus
van Dooren, schepen der vrijen heerlijckheyt
van Oirschot, quartiere van Kempeland Meyerije
van 's Bosch, tuygen en verclaeren gelijck
doende zijn bij ende mits deesen, onder onsen
gemeynen vrijheyts en schependomszegele ter
requisitie en versoecken van Anthony Peters
van de Wal, woonagtigh tot Oistelbeers
(soo men verclaerden) dat den requitant
is een ingeboorne onser voorn vrijheyt, onder
den Hertganck van Spoordoncq, staende ter goe-
der naem en faem, ende alsoo de magistraet
aldaer is versoeckende borge te stellen, dat den
requirant aen de taeffele der armen van
haere jurisdictie niet en sal comen of daer-
mede belast worden ingevale tot decadentie
of armoede mogte comen te vervallen (dat
Godt verhoede) soo geloven wij stadhouder
en schepen voornt. in sulcken geval voor
den requirant de taeffele des arme tot
Oistelbeers of elders, alwaer den requirant
sal coomen te wonen, cost en shaedeloos daervan
te sullen ontheffen, ingevolge Haer Hoogh Mogen-
de resolutie vanden sevende September 17C een
en dertigh, en na proportie dat onse arme-
kasse soude konnen leyden, dezelve beneffens
d'andere ingeboorne ingesetenen sal worden
gealimenteert, daer vooren wij stadhouder
en schepen voornt. sijn verbindende de revenuen
en incomsten der taeffele der arme alhier, present
en toekomende; ende tot meerder confirmatie
hebben wij dese ten prothocolle eygenhandigh
onderteekent, en door den geswoore clercq van
onsen secretaris aleten uytmaken en onderteeckenen
in Oirschot desen vijftiende december 17C ses
en vijftigh,
Theodorus van Dooren
Jan Willem Soetens
H. v. Ravesteyn, gesworen clercq
onsen secretaris laeten uytmaken en onderteeckenen
Henry van de Wal
zei op zaterdag 15 augustus 2026 - 14:35