Interpunctie en hoofdlettergebruik als in bron, onderstrepingen en doorhalingen genegeerd.
Zitting 28 November 1832 f202
Den Wel Edelen Heeren, Bestuurderen
der N.P.I.[1] Gemeente
Wel Edele Heeren!
UWE:[2] zorgen voor de zedelijke verbetering in onze Gemeente
is onmiskenbaar gebelen. Getuige zij, UWE:[2] toestemming om mijn Leerrede
aan UWE:[3] te mogen opdragen._ Streelend voorwaar, moet het voor ons
zijn, te zien dat Kriste[4] Geleerden onze Gemeente zoo veel lof toezwaaijen.
Immers hebben de recensenten mijner Leerrede in de Vaderlandsche Letter
oefening, en in het letterlievend Maandwerk verklaart: sterk te twijfelen
of wel in alle Sinagogen in zoodanigen geest wordt gepredikt, als
in de onze, en als mijne Leerrede is opgesteld: Zij verheugen zich te
bespeuren, dat men er ook! bij de Israeliten op uit is, om verbeteringen
in te voeren, en betuigen mij dank, voor de uitgave mijner Leerreden._ Die
lof, welke ons in de achting onzer Landgenooten doet rijzen, komt slechts
U, Wel Edele Heeren, toe./ Weldra zullen UWE:[3] door de beloofde
Memorie deze recensien geheel leeren kennen:/_
Wij waren bij de inboorlingen des lands steeds in de hoogste ach-
ting, en zullen door de eerste te zijn, die Hollandsche Leerredenen
openbaar maken, immer meer in die achting toenemen._
Het prediken in de taal des lands is, in de Sinagoge op gewone
tijden om verschillende redenen niet mogelijk. Maar het prediken
in een Uur, waarin de Godsdienstoefeningen niet geschieden, vindt op
eenen dag als aanstaande Zondag geene redenen tot hinderpaal. Onze
loffelijke Ledemaat Räfaël Montezinos, predikt tegenwoor-
dig niet meer in het Portugeesch maar in het Nederduitsch
alle Saturdagen, in Gemiloet Chasadiem[5], welk Lokaal
thans teven de Kleine Medrasj[6] is: en vele ouderlingen onzer
Gemeente komen hem toehooren._ De Opper-Rabbijn van
Zwol heft mijn voorbeeld gevolgd, en eene Nederduitsche Leer-
rede bij de inwijding eener nieuwe Sinagoge in dezelve gehouden, waarover
onze Stads Courant zich zeer voldaan toonde, en den lof dezer ver-
betering uitbazuinde._ Een gebed door den Opper-Rabbijn te 'S Hage
---
bij eene dergelijke gelegenheid gedaan, is vertaald en op kosten der Minis-
terie van Eeredienst gedrukt geworden. Het prediken in de moe-
dertaal is dus zoo geheel vreemd niet meer. Bij ons zelve worden de
reglementen van de plaats die onze Kansel is, in het Nederduitsch
afgelezen, opdat den toehoorders dezelven zullen verstaan._ Wij zijn de
eerste die eene Nederduitsche Leerrede verschaften, en waarom zouden
wij dan op eenen zoo plegtigen dag, voor het behoud des Vaderlands niet
die verandering mogen maken, die in de voorlezing der reglementen tot
voordeel onzer Sinagoge is gemaakt._
Zijne Maj:t[7] heeft zijne Onderdanen tot gebed uitgenoodigd. Onze
Hoofd Commissie, heft, wat anders niet gebeurd, ons bijzonder tot boet-
vaardigheid aangemaand; zoo dringend beschouwt zij het noodige van
stichting. Onze Burgemeester dit zelvde doende, verklaarde den geheelen
dag, tot Bededag; zoo dat ieder uur tot godsdienstige oefening ge-
schikt is._ Het doel dezes bededags is niet enkel om gebeden te doen,
maar veeleer om ons van dwalingen te bevrijden en om deugdzamer te worden.
om in het hart der trouwe Nederlanders die boetvaardigheid en hoop
op God, te storten, die alleen tot overwinning voeren kan._ Om aan dit
groote doel te beantwoorden, zullen de Predikanten van andere gezind-
heden hunnen toehoorders de verpligtingen aan het Vaderland, aan den
deugdenrijksten Koning, en aan het Opperwezen ontwikkelen. Bij ons
zal dit ook geschieden, en een onzer godvruchtige Leeraren zal die taak
vervullen. Maar, Wel Eedele Heeren. Ik behoef niet te zeggen, dat zijne
woorden, hoe verheven ook, echter weinig uitwerking zullen doen, en wel,
wijl zij door het overgrootste gedeelte niet verstaan worden.
Daar het dus eene bijzondere, niet enkel godsdienstige, maar Vader-
landsche gelegenheid tevens is, waarbij de preek het voornaamste
gedeelte moet uitmaken; daar het er op aan komt, om verstaan te
worden, om eene geheele Gemeente van warme vaderlanders de hoop op
zegepraal in te boezemen, daar de Proclamatie van den Prezident
der Hoofd Commissie aldus eindigt: "De Hoofd-Commissie noodigt
derhalve alle Kerkbestuurderen uit, om de vereischte beschikkingen
te maken, ten einde dien plegtigen bededag met gepaste ernst en
boetvaardigheid worde gevierd;_ daar de Burgemeester nadrukkelijk gezegd
heeft: Wij vermanen een iegelijk, om toch alles! toetebrengen, wat strekken
kan, om de godsdienstige stemming op dien dag slechts eenigzins
te verhooge; ____ daar de Portugeesche preek niet verstaan wordende,
in geen enkel opzigte aan deze uitnoodiging beantwoorden kan, ja zelfs
---
een Hebreeuwsch gebed om dezelfde rede, niet aan het oogmerk voldoet,;
daar ik eindelijk aan mijn Gemeente verder de eer verschaffen wilde, welke
mijne Leerrede aan dezelve heft toegebracht, en die niet weinig toe-
draagt om onzen vroegeren rang en hoogachting bij de Nederlanders
te doen in stand blijven, gelijk UWE:[3] boven gebleken is, zoo neem
ik de vrijheid UWE:[3] te verzoeken, om op een uur door UWE:[3] te bepalen
eene door mij ten dien einde vervaardigde Nederduitsche Leerrede in
onze Sinagoge in UWEs:[8] tegenwoordigheid te mogen houden, Daardoor
zal aan de bedoelingen des Konings, der Ministerie, der Hoofd-
Commissie en des Burgemeesters eerst volkomen voldaan zijn; en
daardoor zullen wij tevens op nieuw den lof der Kriste[4] geleerden
in oogsten._
Ik vlei mij, met de hoop dat deze heilzame bede mij niet afge-
slagen zal worden. Mogt het echter tegen alle verwachtingen
gebeuren, dat UWEs:[8] wijsheid eenige redenen tot weigering mogten
vinden, dan zal mij evenwel zeker niet ontzegd worden om mijne
Leerrede in UWE:[2] tegenwoordigheid in daartoe bestemd vertrek
te mogen houden; V.G.[9] in de Groote Medrasj [10], de Armschool Enz.
Nogmaals, ik durf mij belooven, dat eene zo nuttige bede mij
door verlichte en Vaderlandslievende Bestuurderen niet geweigerd
zal worden, (te meer daar verscheidene Ouderlingen onzer Gemeente zelve
mij uitgenoodigd hebben, om deze door de omstandigheden zoo dringend
gevorderd wordende Predikatie te houden;) en dat men mij ondersteu-
nen zal om onze Gemeente op nieuw den lof der inboorlingen te
doen wegdragen.____
En in de hoop verblijvende van, door UWEs. [9] medewerking, weder
nuttig aan het Vaderland te kunnen zijn, heb ik de eer mij met
alle bewijzen van Hoogachting te noemen
Van UWE [2]
De DW [11] Dienaar
[getekend: A.C. Carillon]
Wel Edele Heeren!
Amstm [12] 28 November 1832
[1] Nieuw Portugees Israëlitische
[2] Uwedeler
[3] Uwedelen
[4] Christelijke
[5] zie https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/2141848632
[6] Kleine leerschool
[7] Majesteit
[8] Uwedele(r)s
[9] Verbi Gratia = bijvoorbeeld
[10] Grote leerhuis
[11] Dienstwillige
[12] Amsterdam**
jair van dijk
zei op dinsdag 16 september 2025 - 23:14