Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Amsterdam 1710

Graag even nazicht van deze drie paginas en verbeteringen waar nodig, waarvoor dank.

10 Nov: 1710

Compareerden voor mij Martin Lindouw openb Nots./ 
present de naargen[oemde] getuijgen Barbaatje Le Zuurs/
Huijsvr: van Barent Lunde wonende op de Heijlije Wegl/
enne Marij Cornelisse van Riel Wed. van Caspar Thomeisse/
wonende op de Oudebierkaij van competenten ouderdom/
dewelke ten versoeke van Juffr Alida Bernande Huijs-/
Vrouw van Gerrit van Lantschot, mede wonende/
alhier voor de opregte warheijt onder presentatie van/
eede solemneele hebben geattesteert, getuijgt en Verclaert/
Namentlijk
eerstelijk de Voorn: Barbertje Le Zunas- dat seker/
Vrouws persoon gen[aemt] Griet Visscher wonende op een kamer in/
de Hantboogh straat, zedert den tijt van 3 à 4 maanden servoorts/
diversche mael ten huijse van haar getuijge is geweest, om Comme-/
mij Wanen te copen, bij welke occasien sij getuijgen de voorsz:/
Griet Visscher veele malen self, in bij wesen van haar getuijge man/
versecht spas voeren en seygen sodanige Lijtvaandige en onnelijke/
redenen dat deselvete insaam schandelijken goddelos sijn om op't papier te werden/
gebragt of voor derlijke oogen distribueren maar dreijl te sijn Indien sulcx mogte werden vereijsten/

deselve alle mondelingh voor den rechter te sullen erck/
dat wijders nu onstaent Agt off Negen Weeken is geleden sonder/
egter in den juijsthe tijt behaalt te wisten sijn, de opgenoemde Griet Visscher/
als noch ten huijse van haar get[eekend] is gecomen aangedaan met een/
Swants Samaan, dat zij  gen[oemde] vragende sij Griet Visscher so op/

geschikt was, deselve Griet Visscher haar get: alsdan niet duijster-/
lijk geantwoort heeft met dese of diergelijke woorde in substantie/
ik kom int Stadt huijs, die Infannetoren die diesens densteren¬/
de daar mede de Edg=te:) heeft mijn vooreen diefegt gescholden/
toen ik uijt Harx huijs jinghn, in seest sij zutjels dat sij geseijt/
hadt dat ik gestolen hadt moeten boven brengen tot despannsoot toe/
nu Staat sij selfs voorde dief, die Insane bordeelsoer als/
sij is sij self mij ook mede eerlijk moeten verclaren/
en op haar bek kloppen anders souw sij afgeleijk sijn gewonderen/
met noch veele andere vuijle lasteringh en scheltrederien op dat/
subject passende./


vervolgens verclaart de 2e: get[uige] Marij Cornelisse van Riel/
dat de meeden in't begin van de laatst voortde week/
sonder in den juijsten dagh bepaalt te wisten sijn, de moeder/
van seker vrouws persoon gen[aemd] Griet Visschers die sij get: desselfs/
man mits(gader)s: haar kindrige zedens veel Jan Pawaants/
seel wel seest ekent, sijnde ontmoet op de Pijfermarkt, bij/
ofte omtrent desteen daar de voorsz: Piet Visschenr Ouders/
Woonagtigt sijn, sij get. met deselve moeder is comen te spreken/
van haar dogter de voorsz: Griet Visschers haar nagende/
aff sij sonde trouw, waer of doorde get: moeder wender:/
geantwoord Item, soquam inmiddels de voorsz Griet/
Visscher selfs vande zijde van haar moeders huijs gaan bij haar/
get: en haar moeder Stithoudende, soo raakte sij het/
met de gemelde Griet Visscher met de in ieder nog als wanneer/
sie bij welke occasies/
deselve Gret Visscher hare get insgelijcke quam te verhaelen dat/
sij trouwen soude met een kleeremaker en onder /
ook dat sij eenige tijt geleden ten verclaare ten laste van de Reqte. (dewelke/
sij griet Visscher een beest noemde) en ten behoeve van/
desselfs man hadt gegeven dat sij get: haar griet Visscher:/
daarop hebbende het wit ofte sijn dat soo voor niet/
hadde gedaan, als doen deselve Griet Visscher haar/
get: niet duijsterlijk heeft, geantwoort, dese off dierge/
lijke woorden in tel steentie bijt heeft mij t'elkers/
als ik op't stadthuijs en Twaalf stuijvers gegeven/
maar ik heb een contract met hem gemaeckt, dat hij/

mij als de saek gedaan is nogh Hondert en't zestigh/
guldens moet geven, dat sij get. hare Griet Visscher daar/

op ende dat sulcx so heel mooij niet en was/
de naergen[oemde] Griet Visscher, haar get wederom toe/
hoorde, en seijde, was es daar aan gelegen, sij, de noteres/
de Reqte. is togh inget een heeft mede met deselve/
off wel dien jeghenwordig in substatutie/

gevende voor iederen van Weterschat als in den seht/
deser Verclarijnghe uijtgedrukt staat, oversulcx alles/
selve te weten. Aldus gepasseert binnen Amsterdam/
present, Pieter Koenouw, en Gerrit Hogedovan/
ale getuijgen.
barbera Lesuurs
Ditmerk is gestelt bij
Marij Cornelijz van Riel
H Loenon
Hagedoort
A Lindouw
1710
 

Reacties (3)

Hans Van Landschoot zei op wo, 10/25/2023 - 09:53

tweede pagina

René van Weeren zei op wo, 10/25/2023 - 11:13

Mijn versie

10 nov[ember] 1710

Compareerden voor mij Martin Lindouw openb[aer] not[ari]s.
present de naargen[oemde] getuijgen Barbertje Le Zuurs
huijsvr[ouw]e van Barent Lunde wonende op de Heijligewegh
en Marij Cornelisse van Riel wed[uw]e van Caspar Thomasse,
wonende op de Oude Bierkay, van competenten ouderdom
dewelke ten versoeke van Juffr[ouw Alida Bernards, huys-
vrouw van Gerrit van Lantschot, mede wonende
alhier voor de opregte waarheyt onder presentatie van
eede solemneel hebben geattesteert, getuygt en verclaert.
Namentlijk
eerstelijk de voorn[oemde] Barbertje Le Zuurs dat seker
vrouspersoon gen[aemt] Griet Visscher wonende op een kamer in
de Hantbooghstraat, 't zedert den tijt van 3 a 4 maanden herwaarts
diversche maelen ten huyse van haar getuyge is geweest, om comme-
nijwaren te copen, bij welke occasien sij getuyge de voorsz[eyde]
Griet Visscher veele malen selfs, in bijwesen van haar getuyges man
heeft hore voeren seggen sodanige ligtvaardige en oneerlijke
redenen dat deselve te infaam, schandelijk en goddeloos sijn om op 't papier te werden
gebragt of voor eerlijke ooren die te horen maar bereyt te sijn, indien sulcx mogte werden vereyst,
deselve alle mondelingh voor den rechter te sullen openleggen.
Dat wijders nu omtrent agt ofte negen weeken geleden sonder
egter in den juysten tijt behaalt te willen sijn, de opgem[eld]e Griet Visscher
als voren ten huyse van haar get[uyge] is gecomen aangedaan met een
swarte samaar, dat zij  get[uyge] vragende hoe sij Griet Visscher so op-
geschikt was, deselve Griet Visscher haar get[uyg]e alsdoen niet duyster-
lijk geantwoort heeft met dese of diergelijke woorde in substantie
ik kom [van 't] stadthuys, die infame hoer, die dief, enz[ovoort] (denoteren¬
de daar mede de req[uiran]te) heeft mijn voor den diefegh gescholden
toen ik uyt haar huijs gingh, nu heeft sij dat gelt dat sij geseyt
hadt dat ik gestolen hadt moeten bovenbrengen tot de spaarpot toe
nu staat sij selfs voor de dief, die infame bordeelhoer als
sij is, sij heeft mij ook toen eerlijk moeten verclaren
en op haar bek kloppen, anders souw sij afgeleyt sijn geworden
met noch veele andere vuyle lasteringen en scheltredenen op dat
subject passende.
---
Vervolgens verclaart de 2e get[uyge] Marij Cornelisse van Riel
dat in't begin van de laatst voorlede week
sonder in den juysten dagh behaalt te willen sijn, de moeder
van seker vrouwspersoon gen[aem]t Griet Visschers die sij get[uyge], desselfs
man, mits get[uyge] hare kinderen 't zedert veele jaren herwaarts
heel wel heeft gekent, sijnde ontmoet op de Pijpemarkt, bij
ofte omtrent de steegh daar de voorsz[eyde] Griet Visscher met ouders
woonagtigh sijn, sij get[uyge] met deselve moeder is comen te spreken
van haar dogter, de voorsz[eyde] Griet Visscher, haar vragende
oft sij soude trouwen, waerop door de ges[egde] moeder werden[de]
geantwoord Ja, so quam inmiddels de voorsz Griet
Visscher selfs van de zijde van haar ouders huys aangaan bij haar
get[uyge] en haar moeder stilhoudende, soo raakte sij get[uyge]
met de gemelde Griet Visscher mede in redenen nog als wanneer en bij welke occasie
deselve Griet Visscher hare get[uygen] insgelijx quam te verhalen dat
sij trouwen soude met een kleeremaker en onder anderen
saken ook dat sij eenige tijt geleden een verclaaringe ten laste van de req[uiran]te (dewelke
sij Griet Visscher een beest# en die 't met een schipper hield noemde) en ten behoeve van
desselfs man hadt gegeven dat sij get[uyge] haar, Griet Visscher,
daarop hebbende gevraagt oft sij dat soo voor niet
hadde gedaan, alsdoen deselve Griet Visscher haar
get[uyge] niet duysterlijk heeft geantwoort, dese oft dierge-
lijke woorden in substantie hij #denoterende des req[uirant]es man t heeft mij t'elkens
als ik op't stadthuijs geweest ben twaalf stuijvers gegeven
maar ik heb een contract met hem gemaeckt, dat hij
mij als de saek gedaan is nogh Hondert en't zestigh
guldens moet geven, dat sij get[uyge] hare Griet Visscher daar
op tegemoet hoerende dat sulcx so heel mooij niet en was
de meergem[elde] Griet Visscher, haar get[uyge] wederom toe-
hoerde, en seijde, wat is daar aan gelegen, sij, denoterende
de req[uiran]te is togh maar een beest mede met deselve
off wel diergel[ijcke] woerden in substantie.
---
Gevende voor redene van wetenschap als in den text
deser verclarin[ghe] uytgedrukt staat, oversulcx alles
selve wel te weten. Aldus gepasseert binnen Amsterdam
present, Pieter Koenouw, en Gerrit Hagedoorn
als getuygen.
Barbera Lesuurs
Dit merk is gestelt bij
Marij Cornelijz van Riel
P Koenouw
G Hagedoort
M Lindouw, not[aris] etc[etera], transl[atio] publ[ico] 17101110

Hans Van Landschoot zei op do, 10/26/2023 - 19:52

René, 

Van harte bedankt voor de hulp. 

Ik heb er nog zo eentje geplaatst.

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.