Wij Ph(i)l(ip)s Ogiersz(oen), Adriaen van Nispen Gerritsz(oen)
en(de) Gijsbrecht van Haerlem Janszoen,
Scepen(en) in Dordrecht oirconden en(de) kennen dat voer ons quam
m(eeste)r(en) Jan Wilemsz(oen), chirurgijn. Ende bekende sculdich
te sijn Neeltgen Thielen, weduwe wijlen Aert Dam(m)asz(oen)
ter cause vanden coepe van e(n)en thuyn en(de) erve met
zijn toebehoren, gelegen int Cousgen, die som(m)e
van XVII ponden Vl(aem)s, te betalen alle meydagen
drye ponden Vl(aem)s ter volle betalinmge toe, p(rim)a solutio
of gew(ees)t is meydach a(nn)o XVcLXIII lestleden. Borge Adriaen
---
Jacobsz(oen) Been, laeckencoep(er), des beloefde hij zijnen
borge etc(etera). Wel verstaen(de) dat oft gebeurde
dat namaels in toecomen(de) tijden bevonden ofte te
voerscijn quame den scepen scultbrieff, houdende
XVII ponden Vl(aem)s, bij hem comp(ar)ant eertijts
gepass(eer)t ter cause voersz. die nu dvoersz. Neeltgen
zeyt v(er)leyt ofte v(er)loeren te zijn, dat in sulcken
gevalle dsleven brieve nul negeen ende van
onwaerden zal zijn, zonder enich recht daer mede
te mogen spreecken. In oirconde desen brieve
gegeven opten XIen septembris a(nn) LXIII
Leo Heida
zei op vrijdag 12 juni 2026 - 16:19