ter aanvulling - de akte was A11212000070
ter aanvulling - de akte was A11212000070
Dit is het eerste deel. Het tweede deel is te onscherp. Stuur eventueel de link naar de akte.
Wij ut supra us gn ad dat op den 23en January 1624 ertc.
vercoft is geweest Jan Pieter van Dijck
een huys ende erve, staende op de Nieuwezijdts
Westervoorburchwal, genaemt De t'Ossenhoofft, daer
tegenwoordich de vergulde boom uythangt, belendenden
van zijn Jacob Pietersz, laeckenbereyder, aen de
noortzijde ende Pieter Pietersz, coopman, aen de zuytzijde,
streckende voor van de straet tot achter aen de
huysinge van Willem Jansz Cayinu, toecomende Gerrit
Bruynen, schipper, onder conditie dat de achtergevel
vant achterhuys van des voorsz. Gerrit Bruynesz geheel
dicht sonder glasen ende veynsters moet zijn, ende dat
de eygenaer vant achterhuys nu, noch ten eeuwigen dagen,
in wat manieren het oock zij, eenich licht in de voorsz.
achtergevel sal mogen practiseren, maecken ofte
scheppen over t'erff vant voorsz. voorhuys, behoudelijck
nochtans dat de eygenaer vant voorsz. achterhuys de twee
glasen jegenwoordich in de gevel staende precaris zal
behouden tot revocatie ende kennelijck wederseggen van den /
Beste Dieuwertje, via een algemene zoekactie op https://archief.amsterdam voor het pand Ossenhoofd vond ik gelukkig toch de bewuste akte van 7 januari 1626, zie https://archief.amsterdam/indexen/persons?ss=%7B%22q%22:%22ossenhoofd%2… {kwijtscheldingen, toegang 5061, inv.nr. 2165]. Het duurde even voordat ik bedacht dat deze zoekweg er ook is...
vervolg van de akte:
eygenaer vant voorsz. voorhuys, waer tegens de
eygenaer vant voorsz. huys in gelijcker voegen mede
precario ende tot wederseggen van den eygenaer
vant achterhuys zal gebruycken de waterlosinge
aen de de suytzijde vant voorhuys gelegen, watert
over't erve vant achterhuys tot de Burchwal
uyt, ende sal den groten regenback, staende op de
plaetse van desen huyse, mettet achterhuys int
gemeen gebruyckt werden, ende wat voor leckagie
ofte andere letselen daeraen wert gerepareert
sal halff ende halff betaelt werden onder conditie
dat de pijp vant secreet vant voorsz. voorhuys
ten eeuwigen dagen zal lopen onder't voorsz. achterhuys
door, gelijck't jegenwoordich lopende is, sonder dat
de eygenaer vant voorsz. achterhuys dienaengaende
enige questie offte moeyten zal mogen maecken, ende
wat oncosten int repareren offte hermaecken
van dese pijpe zal geschieden, hoe ende in wat
manieren t'selve zoude mogen vallen, sal tot
costen van d'eygenaer vant voorsz. voorhuys
comen, mits dat de eygenaer vant achterhuys
sonder oppositie t'zelve zal moeten lijden ende
gedogen, t'sij offt selve valt binnen t'voorsz. achterhuys
offte daervoor, dat mede yder huys dragen zal
die oncosten die vallen sullen int maecken ende
hermaecken van de loden gooten, dewelcke ter-
zijde van elcke huysinge zullen mogen vallen,
gelijck mede bij een yder betaelt sal werden de
oncosten van de loden pijpe, dewelcke van een yder zijn
huys sullen strecken in de grote regenback, die staet
op de plaetse vant voorhuys, 't Ossenhooft genaemt,
dat oock de cleyne regenback, tegenwoordich over-
gedeckt ende gestopt zijnde, tot geen
regenback gemaeckt en sal mogen worden, dan met
expres consent ende believen van den eygenaer
vant voorsz. achterhuys met desen huyse gemeene zijn ende
blijven, welverstaende dat den 50en penning in
voegen die door en is gestelt pro rato gedragen sal
werden, in allen schijne, ende toecomende Andries
Bacher voor de somme van vijffduysent vierhondert-
tien guldens, die de voorn. Jan Pietersz van Dijck-
te berde gebracht ende betaelt heeft etc. den 7en
January 1626.
Dieuwertje Goedkoop
zei op zaterdag 12 september 2026 - 11:05