Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

1694- Property debt

This deed concerns Petronella van Dijssel, and Anna Maria v der Leth- shown as debtors.

Maria Hagemans creditor, with Johan Hagenay? and Leonard van der Leth as 'registered'.

Although the deed is signed by Petronella and Anna the whole deed has been crossed through, so I'm unsure what that means?

It would be good to know why Petronella and Anna are in debt?

with many thanks for any help that can be given.

best wishes

Anne

p.s Dennis if you see this post, this one has much nicer writing than the last deed!

Reacties (10)

Anne zei op za, 10/25/2025 - 17:56

page 2

Paul zei op ma, 10/27/2025 - 11:08

The original deed dates from Novenber 17, 1694.
The deed was crossed out and replaced by the deed in the margin on the first page, dated November 22, 1700.

MVG-Paul

Otto Vervaart zei op ma, 10/27/2025 - 11:52

Dear Anne, this deed concerns a loan of 8000 guilders given by Maria Hagemans to Petronella and Anna Maria. They have to pay 4 percent interest yearly. It seems Maria supplied a large credit. The words in the margin refer to the discharge in 1700 of the payment due to her. The two ladies subject themselves in advance when necessary to an eventual verdict of the Hoge Raad van Holland in case they woudl default on the sum. They elect also three solicitors for this matter. The terms of this loan seem not to specifiy the goal they had in mind, the terms see,s to me quite regular/.

Geert Ouweneel zei op ma, 10/27/2025 - 11:53

Op huyden den 17e November anno XVIC
vier ende tnegentich compareerden voor mij Adriaen
Leeuwenhoeck, notaris publicq, bij den Hove van
Holland geadmitteert, binnen der stadt Delft
residerende, ende voor de naergenoemde getuygen
juffrouwen Petronella van Dijssel, weduwe
wijlen sr. Leonard van den Leth zaliger, ende Anna
Maria van der Leth, meerderjarige dogter, moeder
ende dogter, wonende in de plateelbakkerije, ge-
naemde De Paeuw binnen deser stadt, mijn notaris
seer wel bekent, ende bekenden sij juffrouwen
comparanten yder in solidum, onder renunciatie
van de beneficie de duobus vel pluvibus reys debendy,
den effecte vandien haer comparanten op het
passeeren van desen door mijn notaris bekend ge-
maeckt, ende haer daervan ten genoegen houden-
de onderrigt, bij desen wel ende deugdelijck
schuldigh te wesen, aen ende ten behoeven van
juffrouw Maria Hagemans, wonende tersijde het
marctveld binnen deser stadt, ofte den wettigen
houder deses, de somme van agt duysend carolus
guldens, te 40 grooten vlaems het stuck, spruytende
ter saecke van aengetelde penningen, bij haer compa-
ranten, soo sij verclaerden, van de voorn. juffrouw Maria Hagemans ontfan-
gen ende genoten, als namentlijck eerst volgens
obligatie onder de hand in date den 19e Augus-
ty XVIC tweentnegentigh een somme van drie
duysend gulden ende nogh volgens obligatie onder de
hand in date den sesten Maart XVIC drieende-
tnegentigh een somme van drie duysend
vijff hondert guldens, ende nogh op date dese
een somme van vijftien honderd guldens /
monterende tesamen de voorsz. somme
van agt duysend guldens, renuncierende over-
sulcx sij juffrouwen comparanten vande exceptien
van onaengetelden gelde, ende alle andre in
regten bekend, belovende hun daermede niet
te sullen behelpen, voorts het gebruick van
welcke voorsz. somme van agt duysend guldens
sij juffrouwen comparanten beloven, gelijck sij
doen bij desen, aen de voorn. juffroue Maria Hagemans
ofte den wettigen houder deses, te betalen intrest
tegens vier guldens van t'hondert in t'jaer,
inganck genomen hebbende op den XVIen deser
lopende maand November 1694, sulcx dat het eerste
jaer intrest verschenen ende ommegecomen sal
wesen op den XVIen November in den toecomenden
jare XVIC vijff ende tnegentigh ende soo voorts tot-
te volle ende effectuele betalinge ende afflossinge
van de voorsz. capitale somme van agt duysend
guldens toe, die sij juffrouwen comparanten
sullen moeten, ende bij desen beloven, te doen
in eender somme teffens op den verschijndagh, mits
in cas van lossinge ofte opsegginge den anderen
drie maanden voor den verschijndagh van de lossinge
ende opsegginge te moeten waerschouwen ende
opsegginge te doen, belovende wijders sijluyden
comparanten hare huysinge, erve ende plateelbackerije,
genaamd De Paeuwe, waerinne sij altans sijn wonende,
sonder alvoorens consummatie daervan aan de voorn. juffrouw Maria Hagemans ofte
den wettigen houder deses gegeven te hebben, niet te sullen vercopen,
belasten ofte beswaren, tot voldoeninge ende precyse
naercominge van alle t'geene hier vooren bij de juffrouwen
comparanten is belooft, verbinden sij hare resepctive
persoonen ende goederen, deselve subjecterende
den verbande van alle heeren, hoven, regten ende /
regteren ende mede wel specialijck den opge-
melten Hove van Holland, overgevende daerenbo-
ven sij juffrouwen comparanten haer in den inne-
houde deses tot haren costen bij den selven Hove
ende Hoogen Raade in Holland vrijwillighlijck te
laten condemneren ende daertoe bij desen onweder-
roepelijck last ende procuratie te geven Adriaen
van Sterreveld, Lambert Vijffhuysen, Willen Breur
ende mr. Joachim Huyssen, procureurs voor den voorsz.
Hove ende Hogen Rade, tesamen ende elck van hun in
t'bysonder, d'een omme de condemnatie te versoecken,
ende d'ander om in deselve te consenteren, beloven-
de sij juffrouwen comparanten voor goed, vast, bondigh
ende van waarden te sullen houden ende doen
houden alle t'geene bij de opgemelte procureurs 
uyt cragte deses gedaen ende verrigt sal werden,
onder verband ende subjectie als vooren, consente-
rende hiervan acte gemaeckt ende geleverd te
werden in debita forma. Aldus gedaen ende gepasseerd
ten huyse mijns notaris, ter presentie ende overstaen
van Hendrick van Wolleswinckel ende Adriaen
Overgaeuw, mijn clecquen, als getuygen ten desen
versogt.
Peternella van Dijsel
Anna Maria van de Leth
A. v. Wolleswinckel
A. Overgaeyw, 1694
A. Leeuwenhoeck, notaris publicq

[op pagina 1 staat in de marge:]
Op den 22e November 1700 is
het gros van dese vertoond
door juffrouw Anna Maria
van der Leth, met quitantie
van dato als vooren, getekend
bij dhr. Johan Adam Hageman,
waerbij denselven 
bekende van het capitael ende intressen
in desen gemelt voldaen
te sijn, ende dat dese oock
mogt werden geroyeert,
als is gedaen. Actum ut supra.
A'Leeuwenhoeck,
noptaris publicq

Anne zei op ma, 10/27/2025 - 13:27

Dear Paul, Otto and Geert

Many thanks for your replies which give a full picture of what the document is about and is  very much appreciated.

I'm very curious why Petronella and Anna needed to borrow 8,000 guilders in 1694? I'll need to try and research that further.

It's also interesting that 2 women were being loaned money by another women. 

Did the 2 women need the 3 solicitors to act for them as one was a widow and the other unmarried? I thought women borrowing money always need a male person (usually a relative) to 'guarantee' the contract?

best wishes

Anne

 

 

Otto Vervaart zei op ma, 10/27/2025 - 16:09

Dear Anne, the women choose the solicitors in advance, in case there would have to be a legal case about the payments due by them. What I found interesting is that they renounced the legal exception to be only liable for their own part, de duobus vel pluribus reis debendi, not pluvibus, Geert, that's rain! They are indebted in solidum.

It is evident women did loan each other money. Remember the pivotal rule of some women for managing their partner's art business in the seventeenth century: Rembrandt worked a nmber of years for his wife, and at this forum we saw the case of the spouse of painter Anthonie Waterloo running an art shop.

Anne zei op ma, 10/27/2025 - 17:35

Otto- many thanks for your reply.

Like you I find it very interesting that Petronella and Anna Maria (who were mother and daughter) decided to be indebted 'in solidum'. 

I didn't know about Rembrandt working for his wife, or heard about the spouse of Anthonie Waterloo running an art shop, but I'll certainly look into both of these case.

I'm discovering so much new information about 17th century Holland with the help of the contributors to 'Waat staat Daer't' which is so helpful to my research and is much appreciated :-)

very best wishes

Anne

Lidwine Deurvorst zei op vr, 10/31/2025 - 19:49

Goedenavond,

In de bovenste tekst staan in regel 13 Latijnse woorden 'deduobus velpluribus reys debendy' in een andere vorm geschreven. Ik ben benieuwd waarom dit is. Is dit om ze te laten opvallen? Of omdat het een vaste uitdrukking betreft? Dank alvast aan degene die me kan helpen.

Lidwine Deurvorst

René van Weeren zei op vr, 10/31/2025 - 21:22

Beste Lidwine,

Ik vermoed dat dit een praktische reden heeft. Veel notarisakten bevatten standaardformuleringen en notarissen hadden klerken in dienst die prima overweg konden met de standaardteksten en -opzet van de formulieren en zullen daarom in dienst van de notaris veel akten voorbereid hebben. Maar in dit geval betreft dit een specifieke zin in het Latijn, waarvoor de klerk waarschijnlijk de notaris gevraagd heeft om deze zelf neer te pennen, om verschrijvingen te voorkomen. Dit lijkt ook bevestigd te worden door de overeenkomst in stijl tussen deze tekst en de handtekening van de notaris; zelfs de inkt in beide stukken lijkt zo op het oog hetzelfde.

Otto Vervaart zei op vr, 10/31/2025 - 21:43

In processtukken en juridische adviezen in de zeventiende eeuw staan Latijnse clausules en juridische verwijzingen (zogeheten allegaten) vaak cursief geschreven om ze extra te laten opvallen.

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.