Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

1670-Inventory

As mentioned in my last posting this is the start of the Inventory for Appolina Abrahamsdr Scheurwater after her death of 1669. Her husband was Willem Jaspersz van Teylingen.

The deed goes on for another 6 double pages, and starts off with a list of 'obligations' on the first double page- then something else? Then a list of goods - not sure if they belonged to Appolina or Willem?- but I can make out the word 'porcelyne' . I'd be really interested what was said about their porcelain collection if that's possible.

Enormous thanks for any help with this.

Anne

Reacties (5)

Anne zei op vr, 08/14/2026 - 21:26

p.2 with obligations & goods owned?

René van Weeren zei op za, 08/15/2026 - 08:45

Hi Anne,

It is indeed the start of an inventory of the goods belonging to the inheritance of Willem Jaspersz van Teijlingen and Applonia Abrahams Scheurwater, as they were left behind by the latter with her death on 25 September 1669. These goods were now stored in the house of her father Abraham Jacobsz Scheurwater, where Applonia had lived and died at that time. The introductory text also mentions that the couple had one child at that moment: Willem Willemsz van Teijlingen; the age was left blank, probably to be added later on. From the text starting with the final paragraph of the first page and continuing on the second page, it can be concluded that this child had not come of age yet, i.e. he was unmarried and younger than 25 years of age.

It starts of with mentioning the wills she had composed earlier and that were found among her goods. Apparently, not all text had been read, as some room was left open for words to be added later on.

The actual inventory starts with a debenture to Willem van Teijlingen (senior), issued by the provinces of Holland and West-Friesland, and worth 3,000 guilders and having an annual interest rate of 4 per cent. This clearly is the source of the amount of 3,000 guilders bequeathed to the offspring.

It then continues with some precious possessions:

- a painting depicting King Solomon receiving gifts brought to him
- a painted portrait of Willem van Teijlingen (senior)
- a painted portrait of Applonia Abrahams Scheurwater
- some genre paintings, depicting:
= fruit (twice)
= a small company of people
= a landscape
- two pencil sketches
- a map of Fort Zeelandia on the isle of Formosa (current-day Taiwan)
- a small sketch
- a poem in a frame
- an image depicting Cape of Good Hope
- 2 plates of Delft porcelain

The inventory then coninues with more regular household items; I will just mention the items made of porcelain:

- 4 nice plates
- 2 smaller plates
- a nice, small sugar bowl with a lid made out of tin
- 2 nice small dishes, one of them a bit damaged (chipped)
- 2 nice rectangular boxes for storing herbs
- 4 bottles
- 2 small bottles
- 1 other sugar bowl
- 1 can to hold beer, covered by a lid out of tin
- 1 can to hold wine, without a lid*

Geert Ouweneel zei op za, 08/15/2026 - 12:02

This is the whole inventory

 

1 verso. Inventaris van den boedel ende
goederen van Willem Jaspersz
van Teylingen ende Applonia
Abrahams Scheurwater, sulx die
bij deselve Applonia Abrahams
Scheurwater op den 25 september in den
voorleden jaare XVIC negenentsestich
metter doot ontruymt ende
naergelaten sijn, ende op huyden
ten huyse van Abraham Jacobsz
Scheruwater, alwaer sij gewoont
heeft ende overleden is, bevonden
sijn, hebbende sijluyden bij den 
anderen geprocreert een kind
met namen Willem Willemsz van
Teylingen, out [open plek]

2. Een testamentaire dispositie 
bij den voorn. Willem Jaspersz
van Teylingen ende Applonia
Abrahams Scheurwater op den 
[open plek] voor den
notaris Dirck Rees ende twe
getuygen gepasseert

2 verso. Noch een codicillaire dispositie
bij haar beyden mede op den
[open plek] voor den voorn.
Dirck Rees als notaris ende twe
getuygen gepasseert.

3. Noch een testamentaire dispo-
sitie bij de voorn. Applonia
Abrahams Scheurwater alleen op
den 15 Augusty des jaars 1669 voor 
denselven Rees ende twee getuygen ge-
passeert, daerbij sij tot haer
erfgenaam geinstitueert heeft
den voorn. Willem van Teylingen,
haar man, met last van het /
voorsz. kindt te onderhouden ende
te brengen tot sijne mondige
jaren, ende alsdan aan t'selve
uyt te keren ende te laten volgen
een somme van drye duysent
gulden tot 40 groten vlaems
het stuck, alles breder 
volgens denselven testamente
daertoe bij desen om cortheyt
wert gerefereert.

Goederen

Obligatie
3verso. T'gemeen lant van Holland ende
Westvrieslant ten comptoire
van d'heer ontfanger generael
mr. Maerten Paauw, is
schuldich de somme van drye
duysent gulden capitael,
lopende op intrest tegens
vyer gulden van t'hondert
int jaar, staande ten name
van Willem van Teylingen, van
date den 9 November 1668,
rest den interest t'sedert dato van de
obligatie.
t'jaer interest verschenen den 9 November
1669 tot                                          220 gulden

Imboel ende huysraet
4. Een stuck schilderije van Salomon
daer hem geschencken gebracht
wroden

Een contrefeytsel van Willem van Teylingen

Een contrefeytsel van Applonia Abrahams
Scheurwater
/
Een freuytge
Een geselschapge
Een lantschappe
Een freuytge
Twee seesges met potloot geteykent
Een kaartge, sijnde t'fort Zelandia op Formosa
Een cleyn seetge
Een gedicht in een lijst
De afbeelding van Cabo de Bona Esperance
5. Twe Delfs porceyne borretges
Een spiegel
Een mantelstook met drie knoppen
Een poppe
Vier fijne porceleyne schotels
Vier wat cleynder
Thien cleyne copges
5 verso. Een fijn porceleyn suyckerpotge met een tinne
deckelesge
Twee fijne dito schaeltges, een een stuckge uyt
Twee fijne porceleyne lanckwerpige kruytdosen
Vier Delfs porceleyne flessen
Twe dito cleyne
Een dito suyckerpot
Een dito bier kannetge met een tinne lit
6. Een wijnkannetge sonder lit
Twee paar aarde schoentges
Een Oostindische horen
Een cleerborstel
Een coper ront, dienende tot stiermans gereetschap
een wageschotte pers en voet met wat romme-
linge daerin
Vier fijne bonnetges net een hulmannetge
6 verso. Een viermande
Een bakermat
Een wiech /
Een kinderstoel
Vier gevervde stoelen
Vier trijpte sitkussens
Twee behangsels tot het cabinetge
Een kabinet
Een stuckge groen fluweel
Vier geblomde Oostindische cleetges
Een sijde gewerckte gesontgeyt
Een sijde speldekussentge
Een doosge met 7 horentges
Een doosge met sulvere essentgesn en een penningtje
Een horentje met 5 trouytges
Een horentje met een tabacksuygertge
7 verso. Twee paarlemoer horentges
4 gemarmerde horens
Een kaartboek
Een Oostindisch gaerdijn
Een benen kamme
Twe armosijne lappen
Twe draechbanden
een kaartboeck
Vijf journalen bij Willem van Teylingen gehouden
Twe journalen
Thien of twaelf boeken
Een kist of tafelcleet Oostindisch
drie witte borstrocken
Veerthien Oostindische katoene neusdoecken
Drie witte kappen
een degen met een sulver geborduyrden porte du pel
8 verso. Veertien feytelen
Een kraankleetge
Thien borsthemden
Wat kinder neusdoekges
Wat navel doekges
Wat mutsges /
Een kist met koper beslagen
Daarinne bevonden:
een deel kaarten
Een deel geteyckende scheepges
____
Twaalf fijne geparelde katoene masnhembden
Twaalf dito vrouwenhembden
een geel tafelcleet met wit gestickt
Een greyne mantel
Een lap paars greyn
Een swarte lake mante;
Een coleurde lake mantel
Een reysmantel
9 verso. Een turckse rock
Een Indiaense tabaxpijp, de beck sulver,
het montstuck coper, en gout met
sulvere kettingtges
Een rotting met een sulvere knop
Een Japons geblomt deken
Een tapijt deken
Twaelf servietten
10. Seven handdoeken serviet
Derthien katoene handdoeken
Elff katoene manshembden
Ses servietten
21 hooftdoeckges
Twaelf neersticken
Twee voormouwen
Ses bandetges
Twee albaster borretges
10 verso. Twe Japonse naykussens
Een doosge met wat brieven
Drie stuckges wit katoen
Een tapijt kleet op de kist /
Een wageschotte kas,
daerinne bevonden
Een gordel met sulvere strepen en sulvere
lijsten
Een goudt hooftijser met goude stricken, in elck vijf dia
mantgens en eene parel
Twe goude broekknopen
______
Twee goude hoefbanden
Een goude kettingh
Twee goude kettingen
Een goudt kettingje drie dick met twee haekges
om een half neusdoeck te haken
Een goude naalde
Achtentachtich goude knopen
Een roosring met seven fijne diamanten
een diamanten ring met eene steen
______
12 verso. Noch een diamant ting met ene steen
Een goude ringh met een parel
Een goude ringh met een trony
Een enckelden gouden hoop
Een gouden amiljeeden hoep
Een halve goude rijder
Een goude penning ovael gegeven aen Willem van
Teylingen ter gedachtenisse van de heer Karel
Harsingh, directeur generael van India met 
58 jaren obyt 24 september 1667
12. een stuckge gout soo alst uyt de mijne gegraven
Vier pot rijxdaelders
Een stuckge gelt dat men opschreeff met enige tronien
daer in
Vier stuckges Oostindisch gelt
Een quart van een spaanse mat
Een cromwelse schellingh
Een trans stuckge gelt waerdich ontrent 3 stuvyers
Een oristal met een sulvere randt
12 verso. Twee robijntges met een agaetje
Een gesnede houte schee met een sulvere randt en punt
met een vorckge
een sulver soutvat /
Een sulveren beker
een sulvere mostertpot met een mostert
lepeltge
Een sulvere shotlel met een deckelkes en twee
eyerlepeltges
Een sulvere kruytschoteltge
Eenentwintich sulvere lepelen
Twe wijnkannetges met sulvere leden
13. Een tabax daex van schilpen met een sulveren bant
Een kerckboeck met sulver beslach ende met een 
sulveren kettingh
Een sulvere sleutel raax ses dick
sulver op een sij mede ses dick
Een sijden raem met sulver beslach
Een sulver hooftijser
Een groene fluwele tas met een sulver kettingje
en knoop
Een swarte kap met vijf parel spelden
13 verso. een doosge met een bruyt kroontge
Vijftien manshembden linden
twaelf paar slopen
Anderhalff dosijn servietten
Achthien vrouws hembden, linden
Vier katoene mans hembden
Elf linde witte schortelen
Ses katoene dito
Acht paer slaep lakens
Vijf tafellakens
Ses tafellakens wat groter
Noch seven sonder kant
Seven sack neusdoeken
Thien nacht halsdoeken
Seven gesteken mutsen
Ses dasges met goude sneepges /
Twee wasse poppetge
Wat vercende kleeren
Vier gesteve neusdoecken
Twe filpe mantels
Twe sijde schortecleren
Stoffe tot een gecoleurde sijden rock
Een toersen tabbert
Een gecoleurde tuckse rock met blaeuwe
voering
Een gecoleurde turxse rock met groene
voeringh
Een turcksen tabbert
Een rasse schort
Een roden borstrock
Een roo laken rock  Een blauwe rock
Een lapge root heresay  Een keurslijf
Een sijde rockge
15 verso. Noch een swarte schort
Een coleurde turkse mantel
Een swarte turckse mantel
Een turckse bonte mantel  Een fulpe kap
Een groen say schoorsteen cleet
16. Een heuyck  Een root laken luyr  Een wit luyr  Een witte swachtel
Een paer hantschoenen
Vier paer voormouwen
Vier mans mutsen
Drie paar voormouwen
Seven beffen met kant
Ses vrouwe befges
16 verso. Noch twee half neusdoecken
Noch een sack neusdoeck
Noch een bandelgie
Drie paer hantschoenen
Sestien vrouwe mutsen
Derthien fantelen met kant
4 vrouws slaepmutsen /

Buyten de kas
Een bedde en peuluwe
Twe oorkussen
Twe witte dekens
Een groen deken
Een Japons deken
Twe groene gaardijnen
Een dito rabat  een dagelijxe coleurde mantel
Een dagelijkse rock  Een paer neiuwe schoenen  1 paer lousen
Een paer schaatsen
17 verso. Bij Annetge Jacobs den voorn. Willem
van Teylingens moeder vercocht
negentien stuckges katoen door
ordre van Abraham Jacobsz t'stuckge
tot seven gulden vijftien stuvyers,
bedraecht een hondert seven en veer-
tich gulden vijff stuyvers, die bij
haer aen Abraham jacobsz voornomt
sijn overhandicht, dus                147 gulden 5 stuvyers
18 verso
Noch bij deselve aen andere werken
vercocht voor vier en dertich gulden
acht penningen, die bij haer alsvoren sijn
behandicht aen gemelten Abraham Jacobsz,
dus                                               34 gulden 8 penningen

Noch is bij deselve vercocht twe
stuckges witte sij, t'samen langh
30 ellen, de elle tot 15 stuvyers, is
t'samen 22.10.0, bij haer mede aen
Abraham Jacobsz overhandicht   22 gulden 10 stuyvers

Noch bij haer ontfangen voor een katoen
koffer cleetges acht gulden mede
aen Abraham Jacobsz overhandicht   8 gulden
19 verso
Aan gelt ontfangen bij Abraham
Jacobsz Scheurwater van Pauwels
van Himselroy de somme van acht
hondert sesentachtich gulden thien stuvyers
over enige snoeren paerlen aen hem
vercocht                                       886 gulden 10 stuvyers

Abraham Jacobsz Scheurwater voornt.
is schuldich voor een webbetge linden
langh 42 ellen, d'elle tot 12 stuvyers.
vijfentwintich gulden vier stuvyers        25 gulden 4 stuvyers

Bij Abraham Jacobs ontfangen van Cornelis Schippers
vrou over geleent gelt                       16 gulden

Een sulvere bel ende sulver kettingtje

Vyer pareltges als twee enckelde ende twee
aan melkander van

18. Een brantkorale kettingh, een ledikantge /

Lasten
Eerst over de dootschulden

Aan de dragers vereert de somme 
van vierenveertich gulden twee stuyvers,
dus                                                 44 gulden 2 stuyvers

Aan de bidders betaelt twaelff
gulden voor haren dienst int bidden
ter begraaffenisse, dus                  12 gulden

Jan van Laden betaelt de
somme van vijfthien gulden achtien
stuyvers voor huyr van mantels
en t'cleet over de kist, dus              15 gulden 18 stuyvers

Aan s'heeren dienaers en graafmakers
betaelt twee gulden twaelff
stuyvers, dus                                    2 gulden 12 stuvyers

Abraham van der Elst betaelt over
leverantie van de dootkist de 
somme van twintich gulden, dus       20 gulden

Voor de schroeven betaelt drye
gulden, dus                                         3 gulden

Willem Decker betaelt de somme van
seventhien gulden seventhien
stuvyers over de oncosten van
t'graff, dus                                          17 gulden 17 stuvyers

Aan de Camer van Caritate betaelt
de somme van twaelff gulden
twaelff stuyvers in redemtie
van het beste opperte cleet, dus         12 gulden 12 stuvyers

Voor het afleggen van de overleden
betaelt acht gulden, dus                      8 gulden

Cornelis de Geus betaelt de
somme van vyerentwintich gulden
vijfthien stuvyers acht penningen over
geleverden rouw, dus                          24 gulden 15 stuvyers 8 penningen

Doctor Regueris de Graaf betaelt
de somme van tweentwintich gulden
thyen stuvyers over gedane
visitatien, dus                                      22 gulden 10 stuvyers

Guilliaen Bleyswijck betaelt de somme
van eenendertich gulden seventien
stuyvers over geleverde medi-
camenten, dus                                    31 gulden 17 stuyvers
/
op ht dootmael is te coste gevallen
de somme van dertich gulden,
dus                                                      30 gulden

Gillis de Berch betaelt over gele-
verde wijn de somme van
sessentwintich gulden vijfthien
stuvyers, dus                                      26 gulden 15 stuyvers

Aan de meyt voor hare moeyten
vereert drye gulden drie stuyvers,
dus                                                     3 gulden 3 stuvyers

Andere lasten voor 't kint

Cornelis de Geus betaelt over ge-
leverde winkelwaren de somme van
derthien gulden twaelf stuvyers
vier penningen, dus                             13 gulden 12 stuvyers 4 penningen

Ermpgen Everts betaelt drie gulden
seven stuyvers over t'nayen van enige
goederen en verschot, dus                  3 gulden 7 stuvyers

Cornelis de Geus voornt. betaelt over
winkelwaren drie gulden thien stuyvers
acht penningen, dau                            3 gulden 10 stuvyers 8 penningen

Denselven noch betaelt de somme van
derthien gulden veertien stuyvers ter
sake voorsz.                                          13 gulden 14 stuvyers

Herman Dircx van der Sluys betaelt twe
gulden thien stuyvers voor een muts van
t'kint en anders, dus                              2 gulden 10 stuvyers

Maria Bosch betaelt de somme van drye
gulden ene stuyver veertien penningen over
geleverde kanten langet, dus                3 gulden 1 stuvyer 14 penningen

Jannetgen Everts betaelt drye gulden
vijfthien stuyvers over t'maken van
eenich linde goet, dus                          3 gulden 15 stuy ers

Annetge Mertens betaelt de somme
van drie gulden ses stuyvers acht penningen
over t'maken van enic linde goet          3 gulden 6 stuvyers

Isaack Vermande betaelt de somme 
van seven gulden acht stuyvers vier
penningen over winkelwaren, dus          7 gulden 8 stuvyers 4 penningen

Elysabeth Jans betaelt de somme van
drie gulden seven stuyvers over sayet
garen en t'breyen van kousges, dus         3 gulden 7 stuyvers

Pieter Borm betaelt de somme van
thyen gulden voor t'schilderen
van het kind van Willem van Teylingen    10 gulden
/
Annetge Borm betaelt dertien stuvyers
voor t'parelen en teyckenen van schorte-
cleetges en moutges voor t'kint           13 stuvyers

Over cope van twee schortecleetges
voor t'kint betaelt twe gulden
twe stuyvers, dus                                       2 gulden 2 stuvyers

Annetgie Dircx de Graaff, weduwe
van zaliger Jan Barentsz Rees betaelt
de somme van acht hondert
tweentwintich gulden drie stuyvers
als acht hondert gulden in aflossinge
van een obligatie van gelijcke
somme bij de voorn. Applonia
Scheurwater op interest gelicht
ende tweentwintich gulden drye
stuyvers over interest van den 14en
Mey 1669 totten 24 January 1670, 
dus                     822 gulden 3 stuyvers

Willem Willemsz van Teylingen enich
naergelaten kind van de voorn. Applonia
abrahams is comende door sijn moederlijck
bewijs boven de grootmakinge de somme
van drie duysent gulden volgens de voorsz. testamente
van den [open plek] 1669, dus             3000 gulden

Aldus geinventariseert ende beschreven bij mijn Dirck
Rees, notaris publicq, bij den Hove van Hollandt geadmit-
teert, binnen der stad Delff residerende, op het
aangeven van den voorn. Abraham Jacobsz Scheurwater,
die verclaerde hierinne alles te hebben doen
beschrijven ende Applonia Scheurwater is aengaende
voor soo veel die t'sijnen huyse bevonden sijn
sonder sijns wetens yets verswegen, veel minder
ter quader trouwe te hebben achtergehouden, belovende
soo hem in tijt en wijle noch yets te voren comt, desen
boedel aengaende ende schrijnvenswaerdich sijnde, t'selve
op desen inventaris te doen amplieren. Aldus gedaen
ten voerstaen van Annetge Jacobs, weduwe van
Jasper willems van Teylingen, binnen Delf op den
laatsten February XVIC sventich
Abram Jaspers
Annetgen Jacops
Mij present Dirck Rees  notaris, 1670
Een sulveren beker
een sulvere mostertpot met een mostert
lepeltge
Een sulvere shotlel met een deckelkes en twee
eyerlepeltges
Een sulvere kruytschoteltge
Eenentwintich sulvere lepelen
Twe wijnkannetges met sulvere leden
13. Een tabax daex van schilpen met een sulveren bant
Een kerckboeck met sulver beslach ende met een 
sulveren kettingh
Een sulvere sleutel raax ses dick
sulver op een sij mede ses dick
Een sijden raem met sulver beslach
Een sulver hooftijser
Een groene fluwele tas met een sulver kettingje
en knoop
Een swarte kap met vijf parel spelden
13 verso. een doosge met een bruyt kroontge
Vijftien manshembden linden
twaelf paar slopen
Anderhalff dosijn servietten
Achthien vrouws hembden, linden
Vier katoene mans hembden
Elf linde witte schortelen
Ses katoene dito
Acht paer slaep lakens
Vijf tafellakens
Ses tafellakens wat groter
Noch seven sonder kant
Seven sack neusdoeken
Thien nacht halsdoeken
Seven gesteken mutsen
Ses dasges met goude sneepges /
Twee wasse poppetge
Wat vercende kleeren
Vier gesteve neusdoecken
Twe filpe mantels
Twe sijde schortecleren
Stoffe tot een gecoleurde sijden rock
Een toersen tabbert
Een gecoleurde tuckse rock met blaeuwe
voering
Een gecoleurde turxse rock met groene
voeringh
Een turcksen tabbert
Een rasse schort
Een roden borstrock
Een roo laken rock  Een blauwe rock
Een lapge root heresay  Een keurslijf
Een sijde rockge
15 verso. Noch een swarte schort
Een coleurde turkse mantel
Een swarte turckse mantel
Een turckse bonte mantel  Een fulpe kap
Een groen say schoorsteen cleet
16. Een heuyck  Een root laken luyr  Een wit luyr  Een witte swachtel
Een paer hantschoenen
Vier paer voormouwen
Vier mans mutsen
Drie paar voormouwen
Seven beffen met kant
Ses vrouwe befges
16 verso. Noch twee half neusdoecken
Noch een sack neusdoeck
Noch een bandelgie
Drie paer hantschoenen
Sestien vrouwe mutsen
Derthien fantelen met kant
4 vrouws slaepmutsen /

Buyten de kas
Een bedde en peuluwe
Twe oorkussen
Twe witte dekens
Een groen deken
Een Japons deken
Twe groene gaardijnen
Een dito rabat  een dagelijxe coleurde mantel
Een dagelijkse rock  Een paer neiuwe schoenen  1 paer lousen
Een paer schaatsen
17 verso. Bij Annetge Jacobs den voorn. Willem
van Teylingens moeder vercocht
negentien stuckges katoen door
ordre van Abraham Jacobsz t'stuckge
tot seven gulden vijftien stuvyers,
bedraecht een hondert seven en veer-
tich gulden vijff stuyvers, die bij
haer aen Abraham jacobsz voornomt
sijn overhandicht, dus                147 gulden 5 stuvyers
18 verso
Noch bij deselve aen andere werken
vercocht voor vier en dertich gulden
acht penningen, die bij haer alsvoren sijn
behandicht aen gemelten Abraham Jacobsz,
dus                                               34 gulden 8 penningen

Noch is bij deselve vercocht twe
stuckges witte sij, t'samen langh
30 ellen, de elle tot 15 stuvyers, is
t'samen 22.10.0, bij haer mede aen
Abraham Jacobsz overhandicht   22 gulden 10 stuyvers

Noch bij haer ontfangen voor een katoen
koffer cleetges acht gulden mede
aen Abraham Jacobsz overhandicht   8 gulden
19 verso
Aan gelt ontfangen bij Abraham
Jacobsz Scheurwater van Pauwels
van Himselroy de somme van acht
hondert sesentachtich gulden thien stuvyers
over enige snoeren paerlen aen hem
vercocht                                       886 gulden 10 stuvyers

Abraham Jacobsz Scheurwater voornt.
is schuldich voor een webbetge linden
langh 42 ellen, d'elle tot 12 stuvyers.
vijfentwintich gulden vier stuvyers        25 gulden 4 stuvyers

Bij Abraham Jacobs ontfangen van Cornelis Schippers
vrou over geleent gelt                       16 gulden

Een sulvere bel ende sulver kettingtje

Vyer pareltges als twee enckelde ende twee
aan melkander van

18. Een brantkorale kettingh, een ledikantge /

Lasten
Eerst over de dootschulden

Aan de dragers vereert de somme 
van vierenveertich gulden twee stuyvers,
dus                                                 44 gulden 2 stuyvers

Aan de bidders betaelt twaelff
gulden voor haren dienst int bidden
ter begraaffenisse, dus                  12 gulden

Jan van Laden betaelt de
somme van vijfthien gulden achtien
stuyvers voor huyr van mantels
en t'cleet over de kist, dus              15 gulden 18 stuyvers

Aan s'heeren dienaers en graafmakers
betaelt twee gulden twaelff
stuyvers, dus                                    2 gulden 12 stuvyers

Abraham van der Elst betaelt over
leverantie van de dootkist de 
somme van twintich gulden, dus       20 gulden

Voor de schroeven betaelt drye
gulden, dus                                         3 gulden

Willem Decker betaelt de somme van
seventhien gulden seventhien
stuvyers over de oncosten van
t'graff, dus                                          17 gulden 17 stuvyers

Aan de Camer van Caritate betaelt
de somme van twaelff gulden
twaelff stuyvers in redemtie
van het beste opperte cleet, dus         12 gulden 12 stuvyers

Voor het afleggen van de overleden
betaelt acht gulden, dus                      8 gulden

Cornelis de Geus betaelt de
somme van vyerentwintich gulden
vijfthien stuvyers acht penningen over
geleverden rouw, dus                          24 gulden 15 stuvyers 8 penningen

Doctor Regueris de Graaf betaelt
de somme van tweentwintich gulden
thyen stuvyers over gedane
visitatien, dus                                      22 gulden 10 stuvyers

Guilliaen Bleyswijck betaelt de somme
van eenendertich gulden seventien
stuyvers over geleverde medi-
camenten, dus                                    31 gulden 17 stuyvers
/
op ht dootmael is te coste gevallen
de somme van dertich gulden,
dus                                                      30 gulden

Gillis de Berch betaelt over gele-
verde wijn de somme van
sessentwintich gulden vijfthien
stuvyers, dus                                      26 gulden 15 stuyvers

Aan de meyt voor hare moeyten
vereert drye gulden drie stuyvers,
dus                                                     3 gulden 3 stuvyers

Andere lasten voor 't kint

Cornelis de Geus betaelt over ge-
leverde winkelwaren de somme van
derthien gulden twaelf stuvyers
vier penningen, dus                             13 gulden 12 stuvyers 4 penningen

Ermpgen Everts betaelt drie gulden
seven stuyvers over t'nayen van enige
goederen en verschot, dus                  3 gulden 7 stuvyers

Cornelis de Geus voornt. betaelt over
winkelwaren drie gulden thien stuyvers
acht penningen, dau                            3 gulden 10 stuvyers 8 penningen

Denselven noch betaelt de somme van
derthien gulden veertien stuyvers ter
sake voorsz.                                          13 gulden 14 stuvyers

Herman Dircx van der Sluys betaelt twe
gulden thien stuyvers voor een muts van
t'kint en anders, dus                              2 gulden 10 stuvyers

Maria Bosch betaelt de somme van drye
gulden ene stuyver veertien penningen over
geleverde kanten langet, dus                3 gulden 1 stuvyer 14 penningen

Jannetgen Everts betaelt drye gulden
vijfthien stuyvers over t'maken van
eenich linde goet, dus                          3 gulden 15 stuy ers

Annetge Mertens betaelt de somme
van drie gulden ses stuyvers acht penningen
over t'maken van enic linde goet          3 gulden 6 stuvyers

Isaack Vermande betaelt de somme 
van seven gulden acht stuyvers vier
penningen over winkelwaren, dus          7 gulden 8 stuvyers 4 penningen

Elysabeth Jans betaelt de somme van
drie gulden seven stuyvers over sayet
garen en t'breyen van kousges, dus         3 gulden 7 stuyvers

Pieter Borm betaelt de somme van
thyen gulden voor t'schilderen
van het kind van Willem van Teylingen    10 gulden
/
Annetge Borm betaelt dertien stuvyers
voor t'parelen en teyckenen van schorte-
cleetges en moutges voor t'kint           13 stuvyers

Over cope van twee schortecleetges
voor t'kint betaelt twe gulden
twe stuyvers, dus                                       2 gulden 2 stuvyers

Annetgie Dircx de Graaff, weduwe
van zaliger Jan Barentsz Rees betaelt
de somme van acht hondert
tweentwintich gulden drie stuyvers
als acht hondert gulden in aflossinge
van een obligatie van gelijcke
somme bij de voorn. Applonia
Scheurwater op interest gelicht
ende tweentwintich gulden drye
stuyvers over interest van den 14en
Mey 1669 totten 24 January 1670, 
dus                     822 gulden 3 stuyvers

Willem Willemsz van Teylingen enich
naergelaten kind van de voorn. Applonia
abrahams is comende door sijn moederlijck
bewijs boven de grootmakinge de somme
van drie duysent gulden volgens de voorsz. testamente
van den [open plek] 1669, dus             3000 gulden

Aldus geinventariseert ende beschreven bij mijn Dirck
Rees, notaris publicq, bij den Hove van Hollandt geadmit-
teert, binnen der stad Delff residerende, op het
aangeven van den voorn. Abraham Jacobsz Scheurwater,
die verclaerde hierinne alles te hebben doen
beschrijven ende Applonia Scheurwater is aengaende
voor soo veel die t'sijnen huyse bevonden sijn
sonder sijns wetens yets verswegen, veel minder
ter quader trouwe te hebben achtergehouden, belovende
soo hem in tijt en wijle noch yets te voren comt, desen
boedel aengaende ende schrijnvenswaerdich sijnde, t'selve
op desen inventaris te doen amplieren. Aldus gedaen
ten voerstaen van Annetge Jacobs, weduwe van
Jasper willems van Teylingen, binnen Delf op den
laatsten February XVIC sventich
Abram Jaspers
Annetgen Jacops
Mij present Dirck Rees  notaris, 1670

 

Anne zei op za, 08/15/2026 - 17:45
Rene- many thanks for this. A great introduction and confirmation of my understanding of what this deed was about. It's interesting that the artists for the paintings are not mentioned, which is a pity. But I read in Montias's book that of course it depended on how well the notaries clerk recognised (or had been told) to include the artists name. Also nice to see the porcelain listed, but I wonder how much of it was from Delft and how much from China/Japan bearing in mind Willem's occupation as a skipper with the VOC. warmest best wishes Anne
Anne zei op za, 08/15/2026 - 18:07

Dear Geert

Wow! I'm still getting over the shock of discovering you transcribed the whole of the inventory. I never expected that at all, yet what a treasure trove of information it contained. I have no idea how long that took you to do, but I'm very grateful for all your efforts on my behalf. It really is very kind of you:-)

What a picture this deed revealed about this couple. There are so many highlights I'm not sure I've taken them all in, but obviously for scholars interested in 17th century VOC, Willem's possessions give a fascinating insight to the life of a master skipper at that time. I wonder where his 5 journals are now? (assuming they belonged to Willem junior and not his father Willem senior) and the gold medal he received to remember Carel Hartsinck in 1667? Also the ships charts and atlases? And I loved the item "a piece of gold just as it was mined"- where did that come from I wonder?

The fact that Willem and Appolina had a child surprised me. I haven't found any baptism record for Willem Willemsz, so I wonder if he survived? 

It's also interesting that Appolina's father Abraham, and Willem's mother Annette Jacobs were responsible for selling off various items for the estate. This seems to suggest that Willem was still away at sea perhaps as when he and Appolina wrote their wills shortly after marrying in 1663 he was due to set sail for Amsterdam chamber of VOC. But I hope that Willem at least came home once in between to see his son and wife before she passed away.

Finally the details of Appolina's funeral expenses gave a fascinating glimpse into the rituals of a burial at that time. 

with enormous thanks for such sterling work which I hope others can enjoy too.

warmest regards as always.

Anne

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.