In manieren naarvolgende bekent
Jacob Hoppesteyn, meester plateelbacker,
verhuyrt, ende Adriaen Hoppe-
steyn, meester kuyper, gehuyrt te hebben
een huys ende erve, staande ende gelegen
binnen der stad Delft, aan de suytsijde
van de Gasthuyslaan, belent aan de
oostsijde ende aan de westsijde Cornelis
van der Hoeve, mr. plateelbacker, voor
den tijt van drye eerstcomende ende
achtereenvolgende jaren, innegaende
den eersten Mey deses jaars 1670 ende
eyndigende den laasten April 1673, des jaars
voor de somme van tweentsestich
gulden thien stuyvers, te betalen
alle vierendeel jaers precys een gerecht
vierde part, sonder dilay, ofte vertreck,
des sijn conditien dat den verhuyrder
de voorsz. huysinge aan den huyrder sal
moeten leveren vloer, glas ende dackdicht,
gelijck den huyrder t'selve ten eynde sijn
huyr also weder sal moeten opleveren,
den huyrder sal alle t'gene bij hem ofte
de sijne in ofte aen de voorsz. huysinge
wert gebroken ende ontramponeert,
tot sijnen coste moeten dien hermaken,
voor den innehouden ende naercominge van
t'gene voorsz. is, verbinden den den verhuyrder
ende den huyrder ter eenre ende ter andere
sijden hare repsetive peronen ende alle
hare goederen, tegenwoordige ende toecomende,
geen vandien uytgesondert, tot bedwanck
van allen rechten ende rechteren ende specialijck
den Hove van Holland. In oirconden geteykent
desen 8 January XVIC tseventich.
Jacobus Hoppesteyn
Aryen Hoppestein
Mij present Dirck Rewes, notaris, 1670
Anne
zei op zondag 2 augustus 2026 - 15:45