This is the third deed concerning Willem Jaspersz van Teylingen.
I think it also concerns his mother Annetge Jacobsdr, widow of Jasper Willem van Teylingen (his father) and maybe something about the Amsterdam chamber?
But no mention of his wife Appolina in this deed.
Any light that can be shed on this would be very helpful.
Many thanks.
Anne
Before the notary appeared Willem Jaspersz van Teijlingen, at that moment residing in Delft, who was ready to sail as skipper for the Dutch East Indies on behalf of the Amsterdam chamber of the VOC. He authorises Annetge Jacobs, widow of Jasper Willemsz van Teijlingen, to act on his behalf in the matter of the payment of wages earned by Aryen Jaspersz van Teijlingen as well as the goods belonging to Aryen's inheritance, the Amsterdam chamber of the VOC being the debtor in this case. Willem estimates the inheritance to be worth an amount of 500 guilders, and he promises to send a detailed account once he will have been arrived in the Dutch East Indies. He also states that Annetge is allowed to already collect an amount of 100 guilders, which amount was bequeathed to her by Aryen in his will.
Op huyden den 27 November XVIC dryen-
sestich compareerden voor mijn Dirck
Rees, notaris publicq, bij den Hove van
Holland geadmitteert, residerende binnen der
stad Delff, ter presentie van de
naerbeschreven getuygen, Willem Jaspersz van
Teylingen, woonende tegenwoordich alhier
binnen deser stad, sijnde
gereet omme voor schipper van de kamer
Amsterdam te doen de voyagie naar
Oostindien, ende heeft geconstitueert
ende machtich gemaackt, sulcx hij doet bij
desen, Annetge Jacobs, weduwe van
Jasper Willemsz van Teylingen, sijne
moeder, omme in sijn constituants
name ende van sijnentwegen de
Oostindische kamer alhier te arresteren ofte
te doen arresteren, soodanige penningen
als Aryen Jaspersz van Teylingen aan de
voorsz. Oostindische Compagnie heeft verdient,
mitsgaders de vordre goederen die hij metter
doot ontruymt ende achtergelaten heeft, ende
onder de voorsz. Compagnie soude mogen berusten,
ende dat tot verseeckeringe van t'gunt
hem constituant is comende over penningen
ende ander verschot aan ende ten behoeve van
sijn voorn. zaliger broeder verstreckt,
monterende bij gissinge ontrent de somme
van vijf hondert gulden, daervan hij
soo haast hij in Indyen sal sijn gearriveert
ende hem mogelijck wesen sal,
sal oversenden pertinente rekeningh, /
consenterende niettemin dat sijn voorn.
moeder vrij ende onbekommert sal mogen
ontfangen de somme van een hondert gulden
bij den voorn. Aryen van Teylingen, sijn broeder
zaliger, aan haer bij testament gemaeckt,
verders hierinne te doen wes
nodich sal dienden gedaen, ende hij constituant
present sijnde selfs soude konnen ofte
mogen doen, al waer't dat daertoe breder
of speciaelder last vereyste, belovende
hij constituant van waarden te houden
alle t'gene bij den geconstitueerden hier-
inne sal worden gedaan, consenterende hiervan acte
gemaeckt ende gelevert te worden in
forma. Aldus verleden ende gepasseert binnen
der stad Delff, ten comptoire mijns
notaris, in presentie van Joris van Boeck-
hoven ende Jacobus van der Maes, als
getuygen hiertoe versocht.
W. v. Teylingen
J. v. Bockhoven
Yacobis Tielmanse van der Maes
Dirck Rees, notaris, 1663
Dear Rene and Geert
Many thanks for the translation and transcription.
It provides some great details, specially the occupation of Willem, whom I suspected was a skipper as that's what was recorded on his marriage record of 1663, so good to have it confirmed.
That also explains why on the population register for Delft Willem's origin was Batavia.
very best wishes to you both.
Anne
Anne
zei op woensdag 12 augustus 2026 - 20:40