Notwithstanding the fact that I am against violence, such testimonies are a treasure trove for historians...
On 9 March 1662, before notary Dirck Rees, appeared Jannetgen Claas, aged about 36, wife of Jacob Wemmersz Hoppesteijn, as well as Dirck Dirxsz, aged about 40, and Claas Maarlandt, aged about, all thee living within Delft. They appeared at the request of Wemmer Jacobsz Hoppesteijn and declared and testified that the following was the full truth.
Jannetgen stated that she had a quarrel with Pieter Wouters Katersvelt about 6 weeks ago. Back then, Pieter Wouters that the mother of Jannetgen Claas had done a bad thing the day before by calling Benedictus van Houten a 'straatschender' [street offender] before the majors of Delft. Jannetgen then replied that her mother had every right to call him that, because Benedictus had stated that the brother had been scraping his knife before Benedictus door (which, according to Jannetgen, could not have been the case as she had been enjoying a meal with her brother, after which he had left his knife on the table) and threatened that he would like to cleave the head of Jannetgens' father with an axe and had challenged one of his sons to a duel. Pieter Wouters had responded by saying that Jannetgen also had a son that had embassled money from the poor, of which Jannetgen also had had her profit.
Dirck Dircx and Claas Maarlant stated that at the aforementioned moment (i.e. about 6 weeks ago) they had been with Pieter Wemmersz Hoppesteijn inside and in fornt of the house of Pieter Wouters Katersvelt. According to their statement, Pieter Wemmersz then asked two women present in that house where their father was, as he would have accused him of scraping his knife in front of his house and then had called him a street offender, and that he wanted to get this over with. The women, among whom, according to Dirck Dirxz, the wife of Pieter Wouters Katersvelt, then pushed Pieter Wemmersz out of the house, saying: 'Away, away, hottentot, we do not want to deal with you'.
Dirck Dircx, Claas Maarlant and Pieter Wemmersz then went to the home of Benedictus van Houten and asked whether Benedictus was at home. The wife of Benedictus then replied that Benedictus was not at home. At the same moment, Jacob Wemmersz and his wife arrived at the scene, stating that they would keep Pieter Wemmersz calm. Pieter Wemmersz replied that he did not want to fight and then handed over his knife to his sister to prove this; additionally he stated that he would return to 'Het Half Vaatgen', the shop he worked in as store clerk (knecht).
As he had returned there, Adriaen van Houten and another person had ridiculed Pieter Wemmersz; Pieter Wemmersz, being angered again, then asked Benedictus van Houten to make sure that his son Adriaan would stop ridiculing him. Benedictus however replied that he would rather tear Pieter Wemmersz apart. Pieter Wemmmersz then replied that Benedictus was as bad as his son, as he always wanted to tear people apart. Benedictus then wanted to attack Pieter Wemmersz, but failed to do so, as the doors were kept shut; some women however gpot into a fight and were trampled, because of the darkness the identity of these women however remained unknown.
While Dirck Dircx and Claas Maarlant were separating the fighting women, Pieter Woutersz Katersvelt returned with a stick, shouting 'Where are they now?' and then adding some verbal abuse. Dirck Dircx then succeeded in taking the stick from Pieter Woutersz, but because the stick had a sharp point and was waved around during this struggle, the wife of Pieter Woutersz was stuck in her face. Once Dirck Dircx had got possession of the stick, he immediately broke the stick in order to avoid any other casualties.
Dirck Dircxz additionally reprimanded Pieter Woutersz for his actions, stating that this was beneath his dignity, especially taking into account his age (he should know better at his age).
stuck in her face = struck in her face
Op huyden den 9en Maart XVIC
tweentsestich compareerden
voor mijn Dirck Rees, notaris publicq,
bij de Hove van Holland geadmitteert,
residerende binnen der stad Delft,
ter presentie van de naerbeschreven getugen,
Jannetgen Claas, huysvrou van Jacob
Wemmersz Hoppesteyn, oud 36 jaren,
Dirck Dirxsz, out 40 jaren ende
Claas Maarlandt, oudt 24 jaren, of
elcx daerontrent, alle wonende
binnen der voorsz. stadt, dewelcke ten
versoecke van Wemmer Jacobsz
Hoppesteyn attesteerden ende verclaerden
waarachtich te wesen, ende eerst
de voorsz. Jannetgie Claas, dat
sij, geleden nu ontrent ses weken, sonder
in den precisen tijt behaalt te willen sijn,
met Pieter Woutersz Katersvelt heeft
gehadt enige redenen ende dat den voorn.
Pieter Woutersz tegens haar seyde,
u moeder (menende den requirants huysvrou)
heeft gisteren heel qualijck gedaan, dat
sij Bendictus van Houten voor d'heeren
burgemeesteren so heeft gescholden ende geseyt
dat hij was een straatschender, daarop
sij attestante seyde, mijn moeder heeft daar
licht reden toe gehadt, want hij heeft geseyt dat
mijn broeder met een mes voor sijn deur heeft
geschrapt, dat nochtans niet waar en was also sij
attestante met hem hadde sitten eten
ende hij sijn mes op tafel hadde laten
leggen, en dat hij mijn vader met een
bijl de kop heeft willen kloven ende een van
sijn sonen uytge-eyst heeft, seggende hij Catersvelt,
weet se wel dat sij mede een soon /
heeft, dat een lantsdief is, daar sij mede
of gedeelt heeft ende Dirck Dircx, alsmede
Claas Maarlant attesteerden, dat sij
opten voorsz. tijt, sonder mede in de precysjeyt
te willen behaalt sijn, met Pieter Wemmers
Hoppesteyn hebben geweest voor ende in de
huysinge van den voorsz. Catersvelt, alswanneer
den voorn. Pieter Wemmersz vraachden
aan twe vrouwpersonen die daar
in huys waaren, waar is u vader, hij seyt
dat ick met een mes geschrapt heb voor de
Van Houtens deur ende dat ick een straat-
schender ben, t'welck hij liecht, waar is hij,
ende dat alsdoen deselve vrouwluyden t'welck
Dirck Dirxse seyt Pieter Woutersz Katersvelt
huysvrou geweest te sijn, seyde hem uyt den huys
stotende, wech, wech, hottentot, bruyt ten huyse uyt,
wij hebben met u niet te doen, ende dat sij
attestanten alsdoen met denselven Pieter Wemmersz
sijn gegaen naar de huysinge van den voorn. Benedictus
van Houten, alwaar hij vraachde
of Van Houten thuys was, daarop
sijn Van Houtens huysvrou seyde, dat hij
niet thuys en was, ende is ondertusschen
den requirant ende sijn huysvrou gecomen bij den
voorn. Pieter Wemmersz, dien sij seyden hem
stille soude houden, daarop Pieter Wemmersz
seyde, ick wil niet vechten, denck gij
dat ick vechten wil, daar is mijn mesch, ick ga
weer na het half vaatge, gevende sijn mes alsdoen
aan sij suster over, ende is hij Pieter Wemmers,
neffens hem getuge doen daer
wederom gegaan naar de winkel, daer
hij als knecht is werckende, daar-
bij gecomen sijnde, heeft Adriaan van /
Houten ende noch yemant die bij hem
waren, hem Pieter Wemmersz uytgelijt
ende uytgelachen, daarom hij (wederom
quaat geworden sijnde) seyde, wilt gij voor
hem instaan, daarop hij Van Houten
seyde, wel jongen, dat ick voor hem
instaan wilde, ick rockte u van melkander,
seggen hij Pieter Wemmersz, gij bent sulken
baay als u soon is, altijts wilt gij se van
melkanderen scheuren, daarop Van Houten
wilde uytcomen, maar werde de deur
toegehouden, ende sijn alsdoen enige
vrouwpersonen aan 't vechten ende
onder de voet geraackt, maar niet
wetende wie, vermits de duysternisse
de nachts, ende is Pieter Woutersz
Katersvelt doen sij attestanten de voorsz.
vrouwpersonen waren scheydende, mett
een stock gecomen lopen,
seggende, waa sijnse nu, waar bennense
nu (dat se dit en dat halen moeten)
sprekende enige onhebbelijke woorden,
wijders den voorsz. Dirck Dircxsz alleen
attesteert, dat hij de stock die een
heel scharpe punt hadde, hem
Pieter Woutersz Catensvelt
heeft ontweldicht ende dat hij tegens hem
attestant seyde, laat mijn los, of ick
bruy jou in jou huyt, ende dat alsdoen
sijn Katersvelt huysvrou een schrap in
haar aangesicht kreech door het slingeren
ende drayen van de voorsz. stock,
welck hij attestant heeft gemerckt door-
dien hij haar hant op haar aangesicht leyde
ende heeft hij attestant de punt van de voorsz. stock
naardat hij die den voorn. Katersvelt hadde ontweldicht
selver afgesneden opdat niemant daermede
soude worden seer gedaen, /
wijders dat hij attestant tegens hem Pieter
Woutersz heeft geseyt, foey, schaamt u
voor soo een out man, dat gij moeyten maekt
t'welck niet weerdich is enige moeyten ge-
maeckt te worden, verclarende
sij attestanten, elcx in haar regard, alle
t'gene voorsz. is also waarachtich te
wesen ende van eersten tot het leste
toe daerbij geweest te sijn ende wel
specialijck dat den voorn. Pieter, noch
Wemmers Hoppesteyn, geen mes en
hebben uyt gehadt, presenterende t'selve des
versocht sijnde te bevestigen alst
behoort, consenterende hiervan acten
gemaekt ende gelevert te worden in
forma. Aldus verleden ende gepasseert
binnen der stad Delf, in presentie
van Willem Claesz Smidtin ende Charle
Mailliard als getugen hiertoe versocht.
Jannetge Klaes
X Gestelt bij Dirck Dircxsz
Claes Marelant
& Gestelt bij Willen Claasz Smittin
Charle Maillardt, 1662
Dirck Rees, notaris
Oh ye Gods what a surprise this deed turned out to be!
Many thanks as always Rene and Geert for the translation and transcription. As you say Rene a real glimpse into the world of 17th century life in Delft.
What's really interesting is that Benedictus van Houten was in partnership with Jacob Hoppesteijn of a pottery factory- The Porcelain Axe, so you can imagine how this dispute might affect their relationship.
very best wishes to you both.
Anne
Anne
zei op woensdag 22 juli 2026 - 21:38