Het betreft een verklaring, opgemaakt op 20 augustus 1637 door notaris Westfrisio ter Amsterdam.
Verschenen zijn Jasper Lemmerts, kleermaker, 63 jaar en Gerrijt Neutens, knopenmaker, 52 jaar, beiden poorter van en wonende in Amsterdam. Zij hebben deze verklaring op verzoek van Salomon Cornelissen Paise naar waarheid afgelegd.
Zij verklaarden dat Salomon Cornelissen Paise de wettige vader was van Frans Salomons Paise. Deze Frans Salomons Paise is in 1634 als ziekentrooster (te vergelijken met een pastoraal werker tegenwoordig; zie onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Ziekentrooster) naar Nederlands Oost-Indië was uitgevaren op het schip Varop.
Deze Frans Salomons Paise was getrouwd met Magdalientien Bastiaens van Solingen, die in Amsterdam achterbleef en daar in april 1636 overleed, met achterlating van drie minderjarige kinderen; de kleinkinderen dus van Salomon Cornelissen Paise, die, omdat er geen nalatenschap was waaruit de verzorging van de kinderen betaald kon worden, deze drie kleinkinderen in huis heeft genomen en op zijn kosten heeft verzorgd.
Getuige Jasper Lemmerts verklaarde een achterneef te zijn van Frans Salomons Paise, getuige Gerrit Neutens verklaarde een volle neef (een zoon van de zus) van Magdalientien Bastiaens van Solingen te zijn en verklaarden beiden bij de begrafenis van Magdalientien Bastiaens van Solingen aanwezig te zijn geweest. Zij verklaren plechtig te bevestigen te weten dat Salomon Cornelissen Paise inderdaad zijn kleinkinderen in huis en onder zijn hoede genomen heeft.
Timon
zei op donderdag 20 februari 2025 - 13:09