Frithericus, aartsbisschop van de kerk van Keulen, heeft op verzoek van Arnoldus, proost van Sint-Pieter en deken, en de gehele congregatie van Sint-Joris, besloten te vernieuwen wat Atholfus, kanunnik van Sint-Joris, ter nagedachtenis en tot heil van de zielen van zijn vader en broer, voor eeuwig heeft overgedragen en vrijgemaakt namelijk twee hoeven aan dezelfde Sint-Joris.
De ene hoeve bevindt zich in het woud dat Lo wordt genoemd, binnen de grens van Weperevorthe, en betaalt drie schellingen en twee penningen, met Azzelinus en zijn vrouw en dochter en vijf zonen. De andere hoeve ligt binnen de grens van de kerk die in Halvere is, en betaalt eveneens drie schellingen en twee penningen, met alleen Wezelinus.
Er wordt geen familierelatie tussen Atholfus en Azzelinus of Wezelinus genoemd.
Eduard van de Loo
zei op zaterdag 15 maart 2025 - 14:54