Overslaan en naar de inhoud gaan

Forum

Hulp bij transcriptie en familieverhoudingen – notariële akte 1632

Beste forumleden,

Voor mijn familieonderzoek probeer ik een notariële akte van 2 juni 1632 te ontcijferen. Het betreft akte 103, verleden voor notaris Geert van Waey te Utrecht (Het Utrechts Archief, U019a004).

Ik heb de akte met Transkribus laten verwerken, maar de automatische transcriptie bevat nog behoorlijk wat fouten. Vooral de passage waarin de erfgenamen en hun familieverhoudingen worden opgesomd, is voor mijn onderzoek van belang.

Ik heb de eerste pagina bijgevoegd. De akte bestaat uit twee pagina's, maar de relevante opsomming staat op de eerste. De tweede pagina kan ik desgewenst ook aanleveren.

Zou iemand mij kunnen helpen met een nauwkeurige transcriptie van deze passage? Daarbij heb ik een paar specifieke vragen:
- Hoe wordt de positie van Willem Antonisz van Oostrum ten opzichte van Jannichgen Jans precies omschreven?
- Op welke personen heeft de formulering over de erfgenamen van Jan Jacobsz en Hillichgen Jans betrekking?
- Kan uit de tekst worden afgeleid dat Jannichgen Jans een dochter van dit echtpaar was?

De achtergrond van mijn vragen is dat Jannichgen in een bestaande genealogie als dochter van Gerrit Jansz de Jonge wordt vermeld. Ik vermoed dat hier mogelijk een generatieverwisseling heeft plaatsgevonden, maar wil graag eerst zeker weten wat er daadwerkelijk in de oorspronkelijke akte staat.

Dit is wat Transkribus ervan heeft gemaakt:

103

Op huijden des tweeden junij anno 1632

fils anfangen Commercie voor mij

Geert van Waerij openbaer Notaris

by den E: hove van Utrecht sead mitteert

ende getuijgen anders hier toe gerequireert

Jacob Jansz wonende Portrijck Geert

Jansz de Jonge, Jan Jansz tot Camerick, Jansz

Mazude. Inden name van Eechtgen Jans zyne

schoontsleden, ende hem daer voor sterck maken

Gerrit Jansz van Attebelt als man ende

voocht van Neelthen Jans Ghisbert

Jansz buyten Wiltenborch wonende buten woerden

les may ende voocht van Bourbara Jans

zijne huijsf etc. ende Willem Antoni Wien oostrum

"der

wed'uwenacht ende boedelhuyffe der van

Janin chsen Jans, te samen Erffgenamen van

Jan Jacobss ende Hillichsen Jans zijne huijssen

saek, vinden ende verloeden, soude zijn gedachten

ende constitueerden Jacob van Mynden procureur

Voorden E sone van Utrxe Nominbs ad lites

Is Tomman in forma & special omme

tegens Jacob Perrits te procederen om

te hebben rustige possessie ende gebruyck

van zeitkere ses meegen lang leijne met

twee grote mers en Cants geleert op

the obedient

Brenckelrebeen dat buyten werj alles

zulx zijns geconstitueerdens goede rade

gedragen zull, Geloven vast ende van

volre wille de tesonden alle tgunt byl

geconstitueerde verhaelen zaecke ad lites

gedach ende gehandelt sal worden, Beloofden

Voorts zij compten,  elx elz voor all int

geheel malcander te helpen dragen, ende

betalen calle schade lasten ende costen die



Alvast hartelijk dank voor het meekijken en voor eventuele aanvullingen of correcties!

Reacties (3)

Geert Ouweneel zei op za, 10/10/2026 - 19:20

Op huyden den tweeden Juny anno 1632
stilo antiquo compareerde voor mij
Gerrit van Waey, openbaer notaris,
bij den Ed. Hove van Utrecht geadmitteert,
ende getuygen anders hiertoe gerequireert,
Jacob Jansz, wonende in Cortrijck, Gerrit
Jansz de Jonge, Jan Jansz tot Camerick, aen den
Mazijde, in den name van Eechtgen Jans, zijne
schoonmoeder ende hem daervoor sterckmakende,
Gerrit Jansz van Attebelt als man ende
voocht van Neeltgen Jans, Ghijsbert
Jansz Wiltenborch, wonende buten Woerden,
als man ende voocht van Barbara Jans,
zijne huysfrouwe, ende Willem Antonisz van Oostrum,
weduwenaer ende boedelhalder van
Jannichgen Jans, tesamen erffgenamen van
Jan Jacobsz ende Hillichgen Jans, zijne huysfrouwe,
haerluyder vader ende meoder, beyde zaliger gedachten,
ende constitueerden Jacob van Mijnden, procureur
voor den Ed. Hove van Utrecht in omnis ad lites
in communi forma ende specialijck omme
tegens enen Jacob Gerrits te procederen om
te hebben rustige possessie ende gebruyck
van zeeckere twee grote mergen lants, gelegen op
Breuckelrebeen stat buytenwech ofte andersins alles
zulcx zijns geconstitueerdens goeden haer
gedragen zall, gelovende vast ende van
volre weerde te houden alle t'gunt bij de
geconstitueerde in haerluyder zaike
gedaen ende gehandelt zal worden, beloofden
voorts zij comparanten malcander te helpen dragen ende
betaelen alle schade, last ende costen die in /
regard van d'selven zaecke van date deses aff eenichsins zullen
mogen comen te vallen uut wat zaecke
t'zelve zoude mogen wesen ende t'zelve
een voor al int geheele goet te doen ende
dat te dragen ten uuteynde toe,
submitrterende zij comparanten tot nacominge
deses haerluyder personen ende goederen den Hove
van Utrecht, ende allen anderen gerechten,
renuncierende allen exceptien ter contrarie,
mistgaders d'exceptie van excussie ende
divisie, van d'erffecten vandien bericht zijnde, ende
versoekende hiervan acte. Gedaen in Utrecht
ten comptoire mijns openbaren notaris, staende ende
ter presentie van Antony van Waey ende 
Henrick Cornelisz, clercquen, als getuygen
hiertoe gerequireert.
Jacob Janssz
Geeryt Janssen
Jan Jansz
Gerrit Jansz van Attevelt
Gijsbert van der Wiltenburch
Witten Anthonissen van Oostrom
Henrick Cornelissen 1632
Antony van Waey 1632
G. van Waey, notaris, 1632

René van Weeren zei op za, 10/10/2026 - 21:03

Een kleine toelichting en enige aanvullingen op de transcriptie van Geert:

- Willem Ariens van Oostrum is dus de weduwnaar van Jannichje Jans en haar boedelhouder (beheerder van haar nalatenschap; belangrijk omdat ook kinderen van een overledene recht bleven houden op hun kindsdeel dat zij doorgaans ontvingen bij het bereiken van meerderjarigheid (destijds 25 jaar) of (als dat eerder dan hun 25e was) bij hun trouwen; de boedelhouder zorgde er voor dat de nalatenschap zo beheerd werd dat deze kindsdelen ook daadwerkelijk uitgekeerd konden worden).

- De erfgenamen van het overleden echtpaar treden hier gezamenlijk op en machtigen procureur Jacob van Mijnden om namens hen allen op te treden in een zaak tegen Jacob Gerrits over het recht dat zij als erfgenamen menen te hebben op het gebruik van twee morgen lands in een stuk polder genaamd Buitenweg Breukeleveen (vermeld als Breukelereveen int Buitenwech). De ligging van deze polder is goed te zien op Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Breukeleveen#/media/Bestand:Breukeleveen…

- Jannigjen Jans is zeker een kind van de overleden echtelieden, maar is dus ook zelf inmiddels al overleden. De hier genoemde erfgenamen (dus kinderen van het overleden echtpaar) en hun eventuele vertegenwoordigers zijn:

 * Jacob Jansz (wonende te Kortrijk; dit is niet de Belgische plaats, maar een buurtschap vlakbij Breukelen, tussen Breukelen en Gietljesdorp, naast de huidige A2)
* Gerrit Jansz de jonge
* Evertgen Jans, hier vertegenwoordigd door haar schoonzoon Jan Jansz (Jan woonde Kamerik-Mijzijde en was zelf geen erfgenaam of kind van de overledene)
* Neeltgen Jans (vertegenwoordigd door haar man Gerrit Jansz van Attevelt)
* Barbara Jans (vertegenwoordigd door haar man Ghijsbert Jans Wiltenborch, wonende buiten Woerden)
* in plaats van de reeds overleden Jannichjen Jans haar weduwnaar Willem Antonisz van Oostrum
 

Richard van Zijll de Jong zei op za, 10/10/2026 - 21:26

Geachte heren Ouweneel en Van Weeren,

Hartelijk dank voor de uitgebreide transcriptie en de aanvullende uitleg! Hier ben ik ontzettend mee geholpen.

Vooral de passage over de erfgenamen van Jan Jacobsz en Hillichgen Jans is voor mijn onderzoek van groot belang.

In een bestaande genealogie wordt Jannichgen Jans namelijk vermeld als dochter van Gerrit Jansz de Jonge en Willemtgen van Oostrum en daar is ook al jaren van uitgegaan. Uit jullie transcriptie en toelichting blijkt echter dat Jannichgen een dochter was van Jan Jacobsz en Hillichgen Jans, en daarmee een zus van Gerrit Jansz de Jonge.

Dat betekent dat er vermoedelijk een generatieverwisseling in die genealogie zit. Dat vermoeden had ik al bij het bekijken van de akte, maar ik wilde zeker weten dat ik de tekst goed begreep voordat ik daar conclusies aan verbond.

Ook de uitleg over Willem Antonisz van Oostrum als boedelhouder is bijzonder nuttig. Ik heb namelijk nog een akte uit 1647 waarin Willem grond laat overdragen aan zijn zoon Cornelis Willemsz, ter voldoening van diens moederlijk erfdeel. Mogelijk houdt dat verband met de nalatenschap van Jannichgen.

Daarnaast is de verduidelijking dat Jan Jansz uit Kamerik-Mijzijde de schoonzoon van Eechtgen Jans was, een mooi nieuw aanknopingspunt.

Kortom, jullie hebben me niet alleen geholpen om de akte te lezen, maar ook om een belangrijk stuk van mijn familiegeschiedenis beter te begrijpen.

Nogmaals hartelijk dank voor alle moeite!

Richard van Zijll de Jong

Reageer op dit bericht

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Slechts één bestand.
10 MB limiet.
Toegestane types: png gif jpg jpeg.