Wij Arien Jan van Nispen, schout tot Emmichoven in den lande van Althena,
Cornelis Geerits Jacobsz, ende Jacob Matthijs Hooghveen, heemraden aldaer, doen cond dat voor ons gecomen ende gecompareert
is Adriaen Anthonis Groenevelt, geassisteert met Adriaen Adriaens Groenevelt, sijnen meederjarigen soon, denwelken bekende
uyt crachte van seecker appoinctement hem verleent bij de raden ende meesters van de reeckeningh der domijnen van
Zuythollant, in dato den 21en Juny 1685, ons schout ende heemraden gebleecken ende voorgelesen, vercoft te hebben ende
dienvolgende te cederen, transporteren ende op te dragen, sulcx hij cedeert ende transporteert bij desen, aen op ende ten
behoeve van Adriaen van Herwijnen den vrijen ende allodialen eygendomme van vier hont boulant ofte soo groot ende
cleyn hetselve gelegen is in den banne van den Deyll onder Emmichoven, daervan belent is ten oosten den wegh de
Emmichovens Leecht genoempt, ten westen ende zuyden de Graeffelijckheyt van Hollant, ende ten noorden d'erffgenamen van
Peeter Aerts van Emmichoven, ofte wie verder met recht naest het voorsz. lant geërft magh sijn, ende dat
met alle soodanige gerechticheden, vrijdommen ende servituyten van vertege wegen als het voorsz. lant van
outs is hebbende ende lijdende, ende verteeghde ende verhalmde hij comparant van het voorsz. lant, belent ende
gelegen alsvooren, droegh hetselve aen ende ten behoeve van Adriaen van Harwijnen voornt. ende dat met
hand, halm ende monde naer rechte ende costume van de lande van Althenae alhier gebruycklijck, sonder
eenigh recht, naem ofte thitel daerop nogh aen te behouden, soo heemraden wijsen dat recht was, ende belooffde
hij comparant het voorsz. lant te vrijden van dijckgelt, molengelt verpondinge tot den jare 1684 incluys, verder
niet belast sijnde, soo hij comparant verclaerde, dan met de somme van eenhondert en vijftich gulden per reste van een
schepen schultbrief, die Myken Jans van Berge op het voorsz. lant had spreeckende, die den cooper bij het passeren
van desen ons heemraden heeft gebleecken voldaen te hebben, ende bekende hij sijn part van de cooppenningen deses verder
voldaen ende betaelt te sijn met d'somma van een hondert gulden. In oirconde
heemraden desen ten register geteyckent ende onse zegelen onder aen desen brieve gehangen op den 21e
April 1686.
Mijn present als secretaris
P. F. Holster, 1686
Hartelijk dank Geert, ongelooflijk dat U de transcriptie in zo korte tijd hebt geklaard. Ikzelf kwam er niet uit.
Jo Strijbosch
zei op woensdag 1 april 2026 - 16:38