Het lijkt mij te betekenen dat deze gewoonte inhoudt dat eventuele rentevorderingen pas kunnen worden geìnd wanneer men zelf alle uitstaande betalingen aan anderen heeft voldaan.
In een schuldbekentenis uit 1741 lees ik, dat
‘het regt en costume onder de boekverkoopers gebruijkelijk [is], dat geen Interesten konnen worden gevorderd zoo lange de een paaij uijt d’andere werd gehouden’.
Weet iemand wat dit betekent? Een vergelijkbare schuldbekentenis van een dikke maand eerder (zelfde soort transactie, zelfde koper, zelfde verkoper) noemt namelijk wel een rente van 6%. Of gaat het er juist om, dat er nu twee schulden naast elkaar lopen en dat er daarom geen rente verschuldigd is? En hoe houd je dan 'de een paaij uit d'andere'?
Ik lees het graag!
Het lijkt mij te betekenen dat deze gewoonte inhoudt dat eventuele rentevorderingen pas kunnen worden geìnd wanneer men zelf alle uitstaande betalingen aan anderen heeft voldaan.
Dank voor je snelle reactie, Otto. Dat zou kunnen, al blijft het dan vreemd, dat een maand eerder tussen dezelfde handelaren wel een rentepercentage van 6% wordt overeengekomen...
Wellicht heeft er een andere transactie plaatsgevonden die zij als een vereffening beschouwden. Jaarlijks vond er zo´n vereffening plaats, zie de paragraaf over onderlinge betalingen en ruiverkeer in de 17e-eeuwse Nederlandse boekhandel van het online handboek Nederlandse Boekgeschiedenis, https://www.nederlandseboekgeschiedenis.nl/nl/handboek/1585-1725-bloeip… .
Weer dank, ook voor de link!
Jan Hadders
zei op maandag 2 februari 2026 - 11:09